|


Elsken van der Wall eerste vrouwelijke universiteitshoogleraar
"Er is te weinig geld voor nieuwe medicijnen"
UTRECHT - Het begon in de poli: een vrouw met
borstkanker. "Ik zag hoeveel impact deze vorm van kanker op een vrouw en haar
partner heeft. Dat trof me zo, dat ik sindsdien steeds met deze ziekte bezig
ben. Zoveel vrouwen hebben borstkanker. Steeds meer vrouwen krijgen het. Ik moet
en zal iets vinden om een bijdrage te leveren aan een betere aanpak van dat
immense probleem."
Elsken van der Wall (44) behoort sinds kort tot de kleine groep van
universiteitshoogleraren. Dat zijn hoogleraren van internationaal erkende
topkwaliteit met een discipline-overstijgende visie en uitstraling. Gewoonlijk
zijn deze topwetenschappers vrijgesteld voor het doen van onderzoek. Maar Van
der Wall kiest er voor patiënten te blijven behandelen en studenten op te leiden.
Naast haar nieuwe taak om onder meer de universiteit, en met name de biomedische
wetenschap, dichter bij het publiek te brengen. Dat ligt haar. Van der Wall: "Je
moet mensen in gewone woorden ziektes uitleggen, wat onderzoek is en vertellen
welke behandelingen er mogelijk zijn. Welke nieuwe ontwikkelingen er verwacht
worden."
In haar familie zijn meer mensen hoogleraar. Maar volgens Van der Wall is dat
niet het geheim van een opmerkelijke carrière op jonge leeftijd. "Wat onze
familie wel kenmerkt is, dat we allemaal zeer bevlogen in ons vak zijn. Voor elk
van ons is ons werk bijna een obsessie. Dat is wat ons drijft."
Daarnaast houdt de nieuwe universiteitshoogleraar van puzzelen. "Daarom heb ik
bewust gekozen voor interne geneeskunde en daarbinnen voor de superspecialisatie
tot kankerspecialist. Ik heb behoefte patiënten te begeleiden. Hen in een heel
nare, moeilijke tijd houvast te geven. Om met wetenschappelijk onderzoek tot
betere behandelingen te komen. Dat is voor mij cruciaal."
Enorme klap
Borstkanker
hakt er bij de meeste vrouwen flink in. Van der Wall: "Iedereen die te horen
krijgt dat hij of zij kanker heeft, krijgt ook psychisch een enorme klap. Maar
borstkanker heeft meer dan andere vormen van kanker een grote impact op het
zelfbeeld en op het vrouw zijn. Het is niet alleen dat je ziek bent, maar veel
vrouwen voelen zich ook niet volledig vrouw meer. Dat heeft ook zijn weerslag op
hun partner en hun relatie. En daarbij geeft de ziekte ook veel angst en
spanning. Want kanker wordt vaak nog ten onrechte direct geassocieerd met
doodgaan."
Van der Wall leert haar studenten de patiënten daarin te begeleiden: "Een goed
contact is heel belangrijk. Een dokter moet de ziekte in eenvoudige taal en
herhaalde malen uitleggen. Vertellen welke behandelingen er mogelijk zijn, wat
die betekenen voor de patiënt. Dat neemt een groot deel van de angst en
onzekerheid weg."
Adviezen voor het uiterlijk kunnen ook houvast geven. Van der Wall: "Een chemokuur kan soms heel wat aanrichten. Kaalheid, verdwenen wimpers, een droge
huid. Een visagist en schoonheidsspecialist hebben daar trucjes voor. Niet
alleen voor jonge vrouwen. Voor oudere patiënten is zo'n begeleiding, jezelf
eens verwennen met een nieuw bloesje, misschien nog wel belangrijker."
Grote zorg
Ze doet op het moment onderzoek naar het verschil in 'gedrag' van
borstkanker. De oratie waarmee ze op 8 juni haar beide hoogleraarschappen in
Utrecht aanvaardt, gaat daar over. Met een fel pleidooi voor meer geld voor
gezondheidszorg en wetenschap. Van der Wall: "Dat is mijn grote zorg. We weten
dankzij onderzoeken welke nieuwe medicijnen mensen kunnen helpen. Maar er is te
weinig geld voor deze nieuw ontwikkelde en daarmee vaak dure middelen. Elders in
Europa wordt voor gezondheidszorg 10 procent van het bruto binnenlands product
uitgetrokken. Voor wetenschappelijk onderzoek 3 procent. Dat is in Nederland
respectievelijk 8 en 1,89 procent. Willen we met z’n allen goed en gezond oud
worden, dan moeten we bereid zijn daar in te investeren.’’
DE FEITEN
-
Borstkanker is onder vrouwen van 40
tot 55 jaar belangrijkste doodsoorzaak.
-
1 op de 9 vrouwen in Nederland krijgt
borstkanker.
-
Vorig jaar is bij 11.700 vrouwen borstkanker
ontdekt, in 1997 waren dat er 9993.
-
Van hen had 7 tot 9 procent eerder borstkanker.
-
Het aantal patiënten stijgt naar verwachting tot
17.000 in 2015.
-
Ruim 3500 vrouwen stierven vorig jaar aan
gevolgen van borstkanker.
-
De overlevingskansen stijgen: 95 procent van de
vrouwen met kleine tumoren is vijf jaar na
behandeling in leven, in 1990 was dat 80 procent.
-
Risico's op borstkanker: erfelijkheid,
hormoonprepapraten, geen of laat kinderen krijgen.
Paspoort
Elsken van der Wall (1960)
1986: artsendiploma, Universiteit Utrecht
1992: internist, verbonden aan het UMC Utrecht
1995: superspecialisatie tot internist-oncoloog in Antonie van
Leeuwenhoek Ziekenhuis / Nederlands Kanker Instituut Amsterdam
1995-2003: hoofddocent afdeling geneeskundige
oncologie aan de VU Medisch Centrum te Amsterdam
1998-heden: parttime universitair hoofddocent aan de Johns
Hopkins School of Medicine, Baltimore (VS)
1999: dokter van het jaar KWF-fonds,
tv-optredens voor fondsenwerving
2003-heden: hoogleraar interne geneeskunde aan
het UMC Utrecht, specialisatie borstkanker, en (Nederlands
eerste vrouwelijke academische) opleider
2005: (eerste vrouwelijke)
universiteitshoogleraar Universiteit Utrecht.
Bron: Helma van den Berg, Amersfoortse Courant
d.d. 7 maart 2005
Terug
Borsttumor te lijf met hoge tonen
UTRECHT - In 2007 krijgt het
Universitair Medisch Centrum (UMC) Utrecht een apparaat dat
hoogfrequent geluid produceert waarmee borsttumoren zonder
operaties verwijderd kunnen worden. Het UMC is hiermee het
eerste ziekenhuis in Nederland. Als het experiment een
succes is, dan wordt de behandeling ook elders in het land
toegepast.
De operatiemethode bestaat uit een combinatie
van ultrageluid, geluid met ultrahoge toon, en gebruik van
een mri-scanner. Door het ultrageluid te focussen, met een
hoge intensiteit in een punt samen te brengen, kan
tumorweefsel binnen het lichaam worden verhit en verbrand.
De patiënt ligt daarvoor in een mri-scanner die de locatie
van de tumor en de temperatuur aangeeft. Aan de hand daarvan
kan de behandelaar zien of de tumor vernietigd is.
De nieuwe behandeling wordt momenteel
ontwikkeld door onderzoekers van het UMC Utrecht, onder wie
Wilbert Bartels (32), fysicus en universitair docent, en Nicky Peters (27), arts-onderzoeker van de afdeling
radiologie. Zij werken samen met een onderzoeksgroep van de
Université Victor Segalen in Bordeaux, die onder leiding
staat van de Nederlandse hoogleraar Chrit Moonen. Voor
behandelingen van vrouwen in Utrecht ontwikkelt Philips
Medical Systems samen met de groep in Bordeaux een eerste
ultrasoundapparaat.
Borstkanker treft een op de negen vrouwen. Elk
jaar worden er in Nederland 12.000 nieuwe gevallen ontdekt.
Bij de operatie die tot dusver nodig is, wordt ook veel
gezond weefsel weggehaald. Toch moet een op de vier tot vijf
patiënten opnieuw geopereerd worden omdat resten van de
tumor zijn achtergebleven. Behandeling met ultrageluid moet
dat voorkomen. Naar verwacht heeft de patiënt geen last van
bijwerkingen. Van de tumor blijft alleen verhard
littekenweefsel over. Een soortgelijke behandeling wordt in
het Amerikaanse Boston al toegepast voor het vernietigen van
vleesbomen in de baarmoeder.
Bron: Helma van den Berg, Amersfoortse Courant
d.d. 20 juli 2005
Terug
HERCEPTIN: beter dan
verwacht bij borstkanker
Gloednieuw is Herceptin (trastuzumab) niet,
maar pas sinds najaar 2005 is bekend hoe goed het eigenlijk
is. Herceptin hecht zich aan borstkankercellen, waardoor
deze niet meer kunnen delen en de tumor niet meer groeit.
Ook zet Herceptin afweercellen aan tot vernietiging van
borstkankercellen.
Het geneesmiddel werkt alleen bij
borstkanker van het type HER2-positief. Ongeveer een kwart
van de vrouwen met borstkanker heeft dit type.
Uit de nieuwe onderzoeken blijkt dat Herceptin het risico op
het terugkeren van de ziekte bijna halveert bij vrouwen met
dit type die zijn geopereerd vanwege borstkanker; van hen
kreeg 7,5 procent opnieuw borstkanker, bij vrouwen die alleen de
standaardbehandeling kregen, was dat 13 procent. Na drie jaar was
90,4 procent van de Herceptin patiënten ziektevrij, en 81,5% van de
controlegroep.
Toch krijgt maar 40 procent van de vrouwen die
er baat bij zouden hebben, Herceptin ook echt. Dat maakte de
Borstkanker Vereniging Nederland vorig jaar bekend. Het
probleem is dat het zo duur is. Herceptin kost ongeveer €
30.000 per patiënt. Bovendien werkt nog niet elk
ziekenhuis met Herceptin. Het Nederlands Kanker Instituut -
Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis in Amsterdam doet dat wel.
Steeds meer ziekenhuizen volgen.
Bron: Plus Magazine, januari 2006
Terug
Nieuw medicijn tegen borstkanker
'Borstkankerpatiënte loopt nieuw,
levensreddend medicijn mis. Te duur!'
Zo luidden de koppen in enkele kranten. Deze
uitspraak gaat te kort door de bocht. Alle lichaamscellen,
ook borstkankercellen, hebben aan hun oppervlak cellen
waaraan zich bepaalde hormonen of groeifactoren kunnen
hechten. Zo zijn bepaalde borstkankervormen gevoelig voor
vrouwelijke hormonen, oestrogenen. Deze oestrogenen
bevorderen de celgroei en daarmee het woekeren van de
kankercellen. Men noemt dat oestrogeenreceptor-positieve
borstkanker. Deze vorm van borstkanker reageert gunstig op
medicijnen die de werking van oestrogenen remmen.
Momenteel staat een ander type borstkanker in
het centrum van de belangstelling, de zogenaamde
HER2-positieve vorm, die agressiever is en sneller uitzaait.
Toch gloort er hoop voor deze patiënten. Voor
deze kwaadaardige borstkankervorm is een nieuw medicijn
ontwikkeld, trastuzumab (merknaam Herceptin).
Herceptin dekt de receptoren op de kankercellen die gevoelig
zijn voor groeifactoren af en remt zo de groei van de
kankercellen. Bij duizenden vrouwen met borstkanker, allen
HER2-positief, bij wie de tumor en de okselklieren operatief
waren weggenomen, werd een behandeling ingesteld met
chemotherapie. De helft van de vrouwen kreeg bovendien een
jaar Herceptin. De kans op terugkeer van de tumor na
Herceptin nam met liefst 50 procent af. De kans op
overlijden daalde met eenderde!
Er is een aantal kanttekeningen nodig:
Herceptin heeft vervelende bijwerkingen; bij twee tot vier
procent van de patiënten ontstaat ernstig hartfalen. En het
middel is exorbitant duur, een kuur kost 35.000 euro. Dat
betekent bij een kleine tweeduizend patiënten die voor
Herceptin in aanmerking komen, een jaarlijkse kostenpost van
70 miljoen euro.
Tenslotte: men hoort en leest kreten als: "Elke
vrouw met borstkanker heeft recht op Herceptin". Bedenkt dat
slechts 20 tot 25 procent van de vrouwen met borstkanker
HER2-positief is en alleen deze groep dus baat heeft bij dit
nieuw medicament!
Bron: Herman van der Hart en Albert Wiel,
internisten, AD van 4 februari 2006
Terug
Haren behouden bij chemotherapie
Koelen van de hoofdhuid kan het verlies van
haren bij chemotherapie beperken. De techniek werkt als
volgt: rond de toediening van het cytostaticum
(celdelingremmend middel) wordt enkele uren een kap op het
hoofd aangebracht die een koelende gel bevat of met slangen
is verbonden aan een koelmachine. Verkoeling vermindert
doorbloeding van de hoofdhuid, waardoor minder cytostaticum
de haarwortels bereikt. Ook neemt de stofwisseling van de
haarwortels af, waardoor ze minder cytostaticum opnemen. Bij
sommige vormen van chemotherapie zou de kans op kaal worden
met de helft verminderen.
Zie
www.geefhaareenkans.info
Terug
Niet
meer kaal na chemokuur
Bron: Algemeen Dagblad van 10 juni
2006
Het voelt ijzig koud en je moet er per chemokuur twee uur
extra voor over hebben. Daar staat tegenover dat een
kankerpatiënt met cold cap vijftig procent kans heeft het
haar te behouden, schrijft Annemiek Veelenturf.
Je weet dat het kan gebeuren. Toch is het pijnlijk wanneer
bij het ontwaken losse plukken haar achterblijven op het
hoofdkussen. Gedoe met een pruik, starende blikken, kriebel
op de hoofdhuid: kankerpatiënten plaatsen haaruitval vaak
bovenaan de lijst van vervelende bijwerkingen van
chemotherapie, blijkt uit onderzoek.
"En dan is er nog het stigma", zegt Corina van den Hurk,
onderzoeker bij het Leids Universitair Medisch Centrum en
het Integraal Kankercentrum Zuid. "Een kaal hoofd is bijna
synoniem voor kanker. Je kunt je niet langer verbergen."
Dr. Wim Breed is gepensioneerd oncoloog en voormalig
internist in het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven. Als
voorzitter van de stichting ‘Geef Haar Een Kans’ promoot hij
de cold cap, een vorm van hoofdhuidkoeling die, blijkt uit
onderzoek, ernstige haaruitval tijdens chemotherapie in ruim
de helft van de gevallen voorkomt.
"Medisch specialisten hebben absoluut onvoldoende oog voor
het probleem," meent hij. "Menigeen ziet haaruitval als een
tijdelijk euvel: even brullen, daarna gaat het wel weer.
Terwijl uit onze enquête blijkt dat veel patiënten jaren
later nog met schrik terugdenken aan hun kale hoofd."
Omdat borstkankerpatiënten vaak meer soorten chemo’s
behoeven, kunnen zij de pech hebben dat zij vier of vijf
maal meemaken dat hun lokken loslaten. "Vrouwen die denken
‘dat nooit meer’ kiezen soms voor een chemo die een klein
risico op haaruitval geeft, maar minder effectief optreedt
tegen de kanker. Of, ook dat gebeurt, zien helemaal af van
verdere behandeling."
Nederland telt 450.000 mensen die kanker hebben of hebben
gehad. Elk jaar ondergaan vele tienduizenden een chemokuur.
Waarom daarbij haaruitval ontstaat, is nooit goed
onderzocht.
"Zeker is wel dat veel cytostatica aangrijpen op delende
cellen en haarfollikels bevatten, net als beenmerg, darm- en
mondslijmvlies, relatief veel delende cellen. Vandaar dat
kankerpatiënten die chemo’s krijgen vaak last hebben van
mondontstekingen, darmklachten en haaruitval."
Nog maar vijf procent van deze patiënten krijgt in Nederland
de cold cap aangeboden. Deze ‘badmuts’, voorzien van
siliconen buisjes waardoor koelvloeistof stroomt, is
aangesloten op een koelapparaat.
"De temperatuur van de vloeistof is min vijf graden Celcius,"
legt Corina van den Hurk uit. "De temperatuur op de huid
bedraagt vijftien tot achttien graden."
Wim Breed: "Het apparaat zorgt voor vaatvernauwing in de
hoofdhuid, waardoor de cytostatica niet meer goed bij de
haarfollikels kunnen komen. Ook verlopen allerlei
enzymprocessen trager, wat gunstig is om schade te
voorkomen. De stofwisseling komt in een soort winterslaap;
alles gaat trager."
Jarenlang vond hoofdhuidkoeling plaats in maar drie
Nederlandse ziekenhuizen. De laatste tijd neemt het aantal
voorzieningen toe, al blijft het aanbod fors achter bij een
land als Engeland. "Daar heeft driekwart van de ziekenhuizen
koelapparatuur. In de Scandinavische landen is dat de
helft."
Het geringe enthousiasme in Nederland is volgens Wim Breed
te verklaren door de magere resultaten van koelsystemen van
een ander type in het verleden. Ook vinden veel ziekenhuizen
het een nadeel dat de behandelplaatsen voor chemotherapie
langer bezet zullen zijn.
"Hoofdhuidkoeling moet worden toegepast dertig minuten vóór,
tijdens en negentig minuten ná de chemo. Dus in totaal ben
je twee uur langer bezig, wat logistieke problemen kan
geven. Ook de verpleegkundige is ongeveer een kwartier in de
weer om onder meer de cold cap goed op te zetten, terwijl de
druk op de afdelingen chemotherapie al enorm is."
Meer inhoudelijk is het bezwaar dat de werking van de
cytostatica, bij gebruik van hoofdhuidkoeling, op eventueel
in de hoofdhuid aanwezige tumorcellen minder is, omdat ze
deze minder goed bereiken. "Dit effect is slechts bij twee
patiënten beschreven," reageert Breed. "Bij een van hen had
dit een nadelig effect op het ziekteverloop."
"Wij vinden: koel niet wanneer zich waarschijnlijk
tumorcellen bevinden in de hoofdhuid. Dus zeker niet bij
leukemie en sommige kwaadaardige lymfklierziekten waarbij
kankercellen uitzaaien via de bloedbaan. Tenminste, niet als
je uit bent op genezing. Wordt de chemo toegediend ter
verlichting, dan kan de afweging weer anders uitpakken."
DE ZIEKENHUIZEN
Waar is hoofdhuidkoeling?
Sint Elisabeth ziekenhuis in Tilburg; Albert Schweitzer
ziekenhuis in Dordrecht/Zwijndrecht; het Elkerliek
Ziekenhuis in Helmond, Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis in
Amsterdam, Maxima Medisch Centrum Eindhoven, Twee Steden
Ziekenhuis in Tilburg, Leids Universitair Medisch Centrum,
Medisch Centrum Alkmaar en Mesos Medisch Centrum Oudenrijn.
Terug
Overlevingswinst bij borstkanker
Bron: Algemeen Dagblad van 10 juni 2006
Borstkankerpatiënten die overstappen van het
medicijn Tamoxifen op Aromasin hebben zeventien procent
minder kans op overlijden. Dat laat een grote,
internationale studie zien onder ruim vijfduizend vrouwen
met hormoongevoelige borstkanker die de menopauze achter de
rug hebben. Zij hebben ook 25 procent minder kans op
terugkeer van de tumor dan vrouwen die met Tamoxifen
doorgaan. Jaarlijks treft borstkanker in Nederland 11.000
vrouwen.
Terug
Kwart vrouwen
krijgt borstkanker terug
Bron: Algemeen Dagblad, 12 oktober 2006
Een op de negen vrouwen krijgt borstkanker, maar een op de vier krijgt het op
termijn ook terug.
Dat kan ook pas na twintig jaar gebeuren. Na tien jaar is ongeveer 30 procent
van de vrouwen die ooit borstkanker had, overleden.
Vrouwen zijn zich daar niet altijd ten volle van bewust, vertelt voorzitter Riet
van der Heide van Borstkanker Vereniging Nederland.
Volgens haar willen zeker jongere vrouwen met een baan, gezin of kinderwens na
een aantal jaar nog wel eens stoppen met het slikken van de zogenoemde
aromataseremmers die de terugkeer van de tumoren moeten tegen gaan.
Een van de redenen is dat de bijwerkingen erg vervelend zijn. Maar het risico is
groot dat de borstkanker terugkomt en die lijkt dan soms agressiever te zijn,
vertelt de voorzitster.
Zij pleit voor betere voorlichting over de risico’s en roept de wetenschappers
en farmaceutische industrie op om te zorgen dat de borstkankermedicijnen beter
worden en minder bijwerkingen hebben. Bovendien wil ze dat er meer
wetenschappelijk onderzoek gedaan wordt met MRI-scans om de strijd tegen
borstkanker te verbeteren.
Vroeger kregen vrouwen vijf jaar het hormonale medicijn Tamoxifen voorgeschreven
om de terugkeer van borstkanker te voorkomen. Tegenwoordig krijgen vrouwen na
twee tot drie jaar Tamoxifen een zogenoemde aromataseremmer en er gaan stemmen
op om vrouwen direct op aromataseremmers te zetten. Daarvan zijn er momenteel
drie op de markt Ferama, Aromasin en Arimidex.
Volgens Van der Heide is het leven op deze aromataseremmers geen pretje. Veel
vrouwen hebben last van spierpijn, botpijn. Ze kent een operatieassistente die
zo’n medicijn slikte en die ’s nachts werd opgepiept om te assisteren. In de
operatiekamer kon ze geen instrument vasthouden. Alsof ze reuma had.
Van der Heide: ,,Ik merk het zelf ook. Als ik ’s ochtends wakker wordt, of een
tijd heb stil gezeten. Als ik beweeg wordt het wel minder.’’
Terug
Vaccin tegen
borstkanker in de maak
Bron: Wil Gerritsen, BN/De Stem, 22 november 2006
Kanker is oorlog. Een slag tussen woekerende cellen die hun Lebensraum willen
uitbreiden en artsen die een breed arsenaal wapens inzetten.
Het grootste vernietigingswapen in de strijd tegen velerlei kankersoorten is het
mes waarmee de chirurg de tumor wegsnijdt. Ruimt lekker op: tientallen miljarden
tumorcellen worden uitgeroeid. Er zijn ook andere wapens. Radiotherapie waarbij
kankercellen met röntgendeeltjes worden gebombardeerd. En chemotherapie waarbij
tumorcellen worden vergiftigd.
Ja, de generaals in witte jassen kunnen menige veldslag tegen kanker winnen.
Maar winnen ze ook de oorlog? Enkele tumorcellen kunnen overleven en zich ergens
in het lichaam hergroeperen om opnieuw in de aanval te gaan. „Het is daarom
noodzakelijk op zoek te gaan naar nieuwe, aanvullende behandelingsmethoden“,
schrijft Silvie Cloosen in het proefschrift waarop ze deze week aan de
Universiteit Maastricht promoveert.
Ze draagt bouwstenen aan voor zo’n aanvullende therapie: een vaccin tegen
borstkanker. „We willen de afweer van de patiënte weer activeren tegen haar
eigen tumor“, vertelt ze.
Hoe? Ons immuunsysteem is slim genoeg om lichaamseigen stofjes van vreemde
stofjes als bacteriën en virussen te onderscheiden. Daarom kunnen onze
afweercellen boze ziekteverwekkers van buiten opsporen en te lijf gaan. Maar hoe
zet je het afweersysteem op het spoor van de lichaamseigen kankercellen? Het
probleem van de Amerikaanse militairen die in Bagdad patrouilleren: herken in de
mensenmassa's de zelfmoordterrorist! Geluk bij een ongeluk: tumorcellen dragen
weliswaar dezelfde ‘kleren’ als normale lichaamscellen, maar zijn zo stom om die
vermomming op een andere manier te dragen dan gewone cellen. Hun broek zit
binnenstebuiten, bij wijze van spreken dan. Voor de duidelijkheid, met ‘kleren’
bedoelen we eigenlijk eiwitten, om precies te zijn het mucine-1 eiwit.
Silvie Cloosen heeft uit bloed ‘vreetcellen’ geïsoleerd om ze in het lab tot
cellen op te kweken (de zogeheten dendritische cellen) die prima zijn uitgerust
om het eigen afweersysteem wakker te schudden.
Vervolgens heeft ze deze cellen als het ware een ‘broek’ binnenstebuiten
aangetrokken. Deze cellen worden straks ingespoten bij de patiënt. Resultaat: de
afweercellen, dommelende soldaten, schrikken wakker. Ze zien dat legertje
indringers met die ‘maffe’ broeken en gaan op iedereen en alles knallen waarvan
de broek binnenstebuiten zit. En dat zijn nu net de tumorcellen.
De verdienste van Cloosen is dat ze in haar proefschrift laat zien dat er
condities in het lichaam aanwezig zijn om speciaal alleen de ‘omgekeerde
broeken’ aan te vallen.
„In het lab hebben we de gereedschappen gevonden om dit verder te ontwikkelen.
Onze huidige resultaten hebben aangetoond dat in de reageerbuis
borstkankercellen gedood kunnen worden.“ Zij en haar begeleiders Gerard Bos en
Wilfred Germeraad (beiden verbonden aan de afdeling interne geneeskunde en
hematologie van het Academisch ziekenhuis Maastricht) waarschuwen dat dit
volstrekt niets zegt over de werkzaamheid bij kankerpatiënten.
„We hopen over twee à drie jaar met de eerste klinische proeven te beginnen.
Over vijf, zes jaar weet je of het iets doet“, zegt Gerard Bos.
Wilfred Germeraad reageert: „Het vaccin moet ook nog verbeterd worden.“ In
theorie moet het therapeutische vaccin ook bij een aantal andere kankersoorten
kunnen werken die mucine-1 als ‘kledingstuk’ gebruiken. Zoals de
bloedkankersoort multiple myeloma, maar ook eierstokkanker en dikkedarmkanker.
Verder zou het vaccin in de verre toekomst ter preventie van borstkanker ingezet
kunnen.
Gerard Bos: „Er is een kleine groep vrouwen die een groot erfelijk risico loopt
op het krijgen van borstkanker. Ze besluiten nu preventief hun borsten te laten
amputeren. Voor deze groep zou preventieve vaccinatie heel mooi zijn.“
Terug
Meer grip op kanker
Bron: Els Brenninkmeijer, Algemeen Dagblad 5 maart 2007
Hoeveel kans heb ik om een bepaalde vorm van kanker te krijgen? Of op terugkeer
en uitzaaiingen van de ziekte? Nieuwe tests kunnen antwoord geven op deze
vragen. Ook is het tegenwoordig mogelijk met nieuwe - dure - medicijnen de
behandeling van kanker steeds meer op de individuele patiënt toe te spitsen.
Anja en Marjo hebben allebei borstkanker. Beide vrouwen zijn geopereerd. Hun
tumor is onderzocht op het gen Her2nen. Bij Anja is dit gen, dat mede
verantwoordelijk is voor uitzaaiingen, actief. Zij krijgt chemotherapie en
Herceptin, een geneesmiddel dat de activiteit van het gen blokkeert. Marjo heeft
in haar bloed geen eiwitten die duiden op een actief Her2nen-gen. Zij krijgt
alleen chemo.
Twee jaar geleden kwam Herceptin op de markt. Vijftien tot twintig procent van
de vrouwen met borstkanker krijgt het inmiddels voorgeschreven, wat bij hen
zorgt voor een vijftig procent grotere kans om de eerste vier jaar te overleven.
Herceptin is een van de bekendste voorbeelden van een kankermedicijn ontwikkeld
uit nieuw, wetenschappelijk onderzoek. Dat concentreert zich op fouten in de
genen, specifieke eiwitten in het bloed en andere kenmerken die duiden op een
bepaald kankerrisico. Ook het risico op uitzaaiingen wordt aan de hand van
dergelijke kenmerken vastgesteld. Dat is veel preciezer dan inschatten op basis
van weefselonderzoek of een scan, zoals voorheen. Kankeronderzoek in bloed of
genen wordt al tientallen jaren verricht, maar wetenschappers boeken juist de
laatste vijf jaar stormachtige vooruitgang.
Test erfelijk risico steeds eenvoudiger
Het Cancer Genomics Centre, het Erasmus MC en KWF Kankerbestrijding wijden
zaterdag een groot patiëntencongres in Utrecht aan nieuwe, individuele
behandelingen en mogelijkheden voor het genetisch laten testen op het risico
kanker te krijgen. De ontwikkelingen in de kankerbestrijding zijn zelden zo rap
verlopen als de laatste jaren, zegt dr. Laura van ’t Veer, hoofd Moleculaire
Pathologie van het Nederlands Kanker Instituut/Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis
in Amsterdam. Zij is tevens voorzitter van een werkgroep die voor het KWF alle
ontwikkelingen in kaart bracht. ,,Het onderzoek gaat snel en wordt ook relatief
snel omgezet in therapieën, medicijnen en diagnostiek die zijn toegesneden op de
individuele patiënt.’’
Zo kan tegenwoordig worden bepaald aan welk ‘sub-type’ leukemie (bloedkanker) of
borstkanker iemand lijdt door respectievelijk 40 en 70 genen in kaart te
brengen. De uitkomst kan cruciaal zijn voor de keuze van medicijnen, de duur van
de medicatie, de chemo- of de hormoontherapie. Bij borstkanker kan de
aanwezigheid van het zogeheten kankerantigeen 15-3 in het bloed aanleiding geven
om de patiënt te onderzoeken op uitzaaiingen. Voor prostaatkanker wordt in dat
verband gezocht naar PSA (prostaatspecifiek antigeen). De lijst kenmerken die
aanwijzingen geven over een bepaald type kanker of het ‘karakter’ van aanwezige
tumoren groeit. De aanwezigheid van deze kenmerken verschilt van patiënt tot
patiënt. En één kenmerk kan voor hem of haar het verschil betekenen tussen,
bijvoorbeeld, vijf of tien keer chemotherapie ondergaan of een hormoontherapie
in plaats van andere medicijnen met veel bijwerkingen.
,,Veel kankerpatiënten worden nu overbehandeld, om niemand te missen die
werkelijk baat heeft bij bijvoorbeeld een zware chemotherapiekuur,’’ stelt Van
’t Veer. ,,Een voorbeeld: zestig procent van de vrouwen met borstkanker krijgt
chemotherapie om uitzaaiingen te voorkomen, terwijl afhankelijk van de diagnose
bij slechts dertig tot vijftig procent van hen de kanker zich zal verspreiden.
Als door een nieuwe test blijkt dat dat risico heel laag is, kan bij een deel
van hen chemotherapie in het vervolg achterwege blijven.’’
Bij darmkanker is er juist sprake van dat men niet weet wie baat zou kunnen
hebben bij chemotherapie. ,,Een minderheid van die patiënten wordt nabehandeld
met medicijnen of chemotherapie,’’ zegt Van ’t Veer. ,,Juist bij deze vorm
hebben we nog geen kenmerken, zoals een eiwit, gevonden om het risico op
uitzaaiingen in te schatten.’’
De nieuwe medicijnen en ontwikkelingen geven patiënten nieuwe kansen, maar
zorgen ook voor veel vragen, weet Cora Honing, hoofd preventie en
patiëntenondersteuning van KWF Kankerbestrijding. ,,Simpel gesteld denken veel
patiënten: ‘kanker is kanker’. Het is voor hen soms lastig de reikwijdte van
deze ontwikkelingen te bevatten en wat het voor hen betekent. Patiënten zien
ineens grote verschillen in behandelingen. Ze horen van andere patiënten met
hetzelfde soort kanker over heel andere medicijnen. Dat roept vragen op.’’
Veel vragen gaan over de nieuwe generatie kankermedicijnen. Ze zijn effectiever,
geven minder bijwerkingen dan chemotherapie, maar halen vooral het nieuws
vanwege de hoge kosten - soms meer dan 50.000 euro voor een individuele patiënt.
Veel ziekenhuizen schrijven vanwege die kosten de nieuwe, betere medicatie niet
voor. Dat leidt tot ongelijkheid en ‘postcodegeneeskunde’ vinden deskundigen. De
Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK) bepleitte vorige
week een honderd procent vergoeding voor dure geneesmiddelen. Prof.dr. Jan Klijn,
hoogleraar oncologie aan het Eramus Medisch Centrum in Rotterdam, zei in deze
krant te vrezen dat bij de komst van nieuwe, dure kankermedicijnen de discussie
over de kosten telkens de kop opsteekt.
Zo’n discussie is er nog niet als het gaat om het screenen en testen van mensen
op de risico’s dat ze in de toekomst kanker ontwikkelen. De ontwikkelingen staan
niet stil. Erfelijke vormen van borstkanker en huidkanker kunnen door
gedetailleerde kennis over genenpatronen relatief eenvoudig worden vastgesteld.
Ook een sterk verhoogd, erfelijk risico op eierstokkanker of dikke darmkanker is
op te sporen en dergelijke tests zijn in een laboratorium steeds eenvoudiger uit
te voeren. ,,Ik heb de indruk dat mensen zich meer dan vroeger willen laten
testen op erfelijke vormen van kanker, maar ze weten niet altijd wat ze zich op
de hals halen,’’ zegt dr. Brenda Hermsen van het VU Medisch Centrum die
promoveert op tests voor vrouwen met borst- en eierstokkanker. ,,De uitslag kan
een zware wissel trekken op je hele familie.’’
Er moeten geen wonderen worden verwacht van het voortschrijdende onderzoek en de
nieuwe medicijnen en tests. ,,Het klinkt heel magisch, maar het is wel een
beetje een hype,’’ vindt Hermsen. ,,Er kan meer dan vroeger, maar er is nog veel
meer dat uitwerking en wetenschappelijke toetsing vereist,’’ zegt Van ’t Veer.
Cora Honing van KWF Kankerbestrijding: ,,Veel van de nieuwe medicijnen zijn
bestemd voor een relatief beperkte groep patiënten. Toch kun je zeker stellen
dat alle kankerpatiënten in de toekomst met deze nieuwe inzichten te maken
krijgen.’’
Voorbeelden van nieuwe medicijnen:
Femara (letrozol) voor vrouwen die na de overgang
borstkanker kregen en vijf jaar na de operatie hormoontherapie kregen. Er is 43
procent minder kans op terugkeer van de borstkanker.
Aromasin (exemestaan). Eveneens voor vrouwen die na de
overgang borstkanker kregen. Verlengt de periode dat vrouwen met borstkanker
geen uitzaaiingen hebben.
Terug
Borstkanker geneesbaar door extra bestraling
Bron: Algemeen Dagblad, 7 augustus 2007
Borstkankerpatiënten hebben betere kans op genezing als ze na operatie met een
extra dosis worden bestraald. Dat concluderen onderzoekers in het augustusnummer
van het tijdschrift Journal of Clinical Oncology.
Onderzoeksleider Harry Bartelink van het Nederlands Kanker Instituut-Antoni van
Leeuwenhoek Ziekenhuis (NKI-AVL) in Amsterdam baseert zich op gegevens van 5000
borstkankerpatiënten die tien jaar zijn gevolgd. Voor het onderzoek werkte het
NKI samen met 32 andere Europese instituten.
Bij patiënten die na een borstbesparende operatie met een extra dosis werden
bestraald constateerden de onderzoekers 40 procent minder kans op terugkeer van
de tumor. De grootste winst werd bij jonge vrouwen met borstkanker waargenomen.
Acht van de tien patiënten waren na tien jaar nog in leven.
Wereldwijde aanpassing
De uitkomsten van dit onderzoek hebben inmiddels geleid tot wereldwijde
aanpassing van de behandelingsschema bij vrouwen, laat Bartelink weten. In een
nieuw Nederlands samenwerkingsverband is Bartelink, hoogleraar radiotherapie,
met een grote studie begonnen waarmee hij de behandelingsresultaten van jonge
vrouwen met borstkanker nog verder hoopt te verbeteren. Tegelijkertijd wordt
onderzocht hoe met moderne moleculaire biologische technieken de gevoeligheid
voor bestraling beter kan worden voorspeld.
In Nederland krijgt ongeveer een op de negen vrouwen borstkanker. Daarmee is het
het meest voorkomende type kanker bij vrouwen. Ongeveer 80 procent van de
vrouwen ondergaat borstbesparende operatie.
Terug
KWF Kankerbestrijding

|