ONDERWERPEN A - Z

Tip: Gebruik de
sneltoetscombinatie Ctrl F om deze pagina te doorzoeken.
Tutti frutti
Bron: Puck Kerkhoven, BN/De Stem, januari 2008
Tutti Frutti is Italiaans voor 'alle vruchten'. Alle is misschien wat veel, maar
abrikozen, pruimen, appels en peren zitten in ieder geval in deze mix van
gedroogd fruit. Vaak aangevuld met rozijnen, gekonfijte peertjes en gedroogde
vijgen. Nachtje laten wellen, even koken en ruim de tijd gunnen om te
versmelten.
In een tijd dat er eigenlijk geen vers seizoensfruit voorhanden is, vormen
gedroogde vruchten een rijke bron van vitamines, mineralen en voedselvezels.
Stimulerend voor de darmen, opbouwend voor het bloed dankzij een hoog
ijzergehalte.
Pas op
Twee nadelen kleven er aan tutti frutti. Ten eerste: je moet ruim van tevoren
bedenken dat je het wilt gaan eten, want gedroogde vruchten moeten minstens een
nacht wellen. Was ze altijd zorgvuldig, want tijdens het droogproces zijn ze in
de meeste gevallen gezwaveld, om de mooie kleur te behouden. Vooral de abrikozen
en sultanarozijnen. Ten tweede: pas op met pitten in de pruimen, anders kost het
je een kies of kroon.
De snelste manier om tutti frutti te maken is, volgens de kookboeken, in de
magnetron. Vijf minuten op vol vermogen in een afgesloten kom met water, suiker,
kaneel en een eetlepel citroensap. Minimaal een uurtje laten staan, proeven en
eventueel nog wat suiker toevoegen. Onder dat nachtje wellen kom je echt niet
uit, of je moet speciaal voorgeweld fruit kopen in de winkel. Nee, tutti frutti
en haast gaan niet samen. Hoe langer de smaken kunnen versmelten, hoe lekkerder
hij wordt.
Frisse smaken
Je voegt nog meer aroma toe door het kookwater te vervangen door vruchtensap,
zoete witte dessertwijn of kruidige thee. Ik kook tutti frutti liefst zo kort
mogelijk. Dan blijven de frisse smaken behouden en raak je het 'fruitzuurtje'
niet kwijt. Deze rijke tutti frutti compote met oranjebloesemwater en amandelen
(zie recept) is heerlijk als ontbijt- of nagerecht. Je kunt hem ook inzetten als
koud bijgerecht bij haas of konijn, of bij een flinke schnitzel. De combinatie
met rode kool is een hele mooie. Eigenlijk bij alles waar appelmoes bij past,
kan ook tutti frutti.
Er is veel meer mogelijk. Laat de gewelde vruchten bijvoorbeeld op z'n
Marokkaans meestoven met kip in de tajine. Of verwerk ze in een Indiase curry of
een Zuid-Afrikaanse boboti (soort smeuïge gehakttaart). Of geef je
zuurkoolschotel er een verrassende fruitig-zoete twist mee. Van mooie volle
wijnen en port wordt wel gezegd dat ze een tutti frutti aroma hebben. Fruitig,
maar meer dan dat. Begrippen als rijk, overrijp en versmolten horen erbij. Deze
passen natuurlijk perfect bij tutti frutti gerechten. Rode als je tutti frutti
combineert met wild en vlees, witte bij kip en desserts.
Recept: Tutti frutti compote met oranjebloesemwater
Terug
Kippensoep
Bron: Puck Kerkhoven, BN/De Stem, januari 2008
Al eeuwen geven Joodse moeders hun kroost een 'kobbie kibbesoeb' bij griep en
naderende verkoudheid. Ook mensen die na een ziekteperiode weer moeten
aansterken, krijgen steevast een krachtige kippensoep voorgeschoteld. Dát het
werkt, dit klassieke huismiddel met de bijnaam Joodse penicilline, weet iedereen
die het ooit heeft geprobeerd. Je gaat er flink van zweten, je neus gaat open,
slijm komt los en zelfs de zwakste maag kan vaak kippensoep verdragen.
Ontstekingswerend
Waaróm het precies werkt, dat was niet duidelijk, tot voor kort. Twee
wetenschappelijke teams, een Duits en een Amerikaans, hebben zich vastgebeten in
de medicinale werking van kippensoep. Ja heus. Mits gekookt met groenten werkt
de soep ontstekingswerend, constateerden de Amerikanen in hun laboratorium. De
Duitsers toonden aan dat het drinken van kleine teugjes hete kippensoep het
neusvlies vochtig en de neus slijmvrij maakt.
Dankzij het aantoonbaar slijmoplossend vermogen kunnen virussen uit de
luchtwegen worden gehoest en weg gesnoten.
Aan dit medicinale kippensoepje (zie recept) zijn bekende natuurlijke
verkoudheidsbestrijders toegevoegd. Denk aan rode peper (een schep sambal werkt
ook!), specerijen, verse gemberwortel, knoflook en ui. De kracht komt van een
stevige soepkip die al flink wat kilometers op de teller heeft.
Soepkip
Een langzaam groeiende, wat oudere kip geeft misschien taaier vlees, maar
ook veel meer kracht en smaak. Ons lichaam kan de voedzame gelatine uit de
botten makkelijk opnemen. Een echte soepkip weegt wel drie kilo. Dat is voor het
gemiddelde huisgezin te veel. Gelukkig verkoopt de poelier ook halve. Kan je
geen soepkip krijgen, neem dan een hele, liefst biologische kip waarvan het
vlees wat malser is.
Wel weer lekker voor de restverwerking. Je kunt er lekkere ragout mee maken, of
tortilla gevuld met kip, salsa en gebakken uien. Of frisse kipkerriesalade met
appel en rode paprika.
Met de hartige soep brengen we onze minerale huishouding weer op peil. Een
scheutje citroensap in de kippensoep is typisch Grieks. Persoonlijk vind ik dat
wel lekker, het maakt de soep net iets minder zwaar van smaak, en je krijgt nog
wat gezonde vitamine C binnen ook.
Recept: Versterkende kippensoep
(voor ca. 3,5 liter soep, begin dag tevoren)
Ingrediënten:
halve soepkip (ca. 1,5 kilo)
1 ui met schil
8 kruidnagels
stukje gemberwortel (ca. 2 cm)
1 rood pepertje
1 theelepel gemalen foelie
1 teen knoflook in schil, geplet
2 laurierbladen, takje rozemarijn
1 stengel bleekselderij
1 flinke prei
4 lente-uitjes
1 bosje peterselie
versgemalen peper en zout
halve eetlepel vers citroensap
nestje vermicelli
Bereiding:
Was halve kip, verdeel eventueel in twee stukken. Leg in grote maar goed
omsluitende pan. Vul met koud water zodat kip net onder staat. Was ui, prik er
gaatjes in en steek daar kruidnagels in. De schil geeft kleur aan de soep.
Snijd bleekselderij, halve winterwortel, groen en lelijke bladen van prei en
lente-uitjes (bewaar mooie deel) in stukken. Halveer pepertje, verwijder pitjes,
doe één helft in pan. Schil gemberwortel, doe schillen in pan, en bewaar de
rest.
Voeg peterseliestelen, knoflook, laurier, rozemarijn, foelie, peper en flink
zout toe. Zet op klein pitje, laat heel langzaam net niet aan het kookpunt
komen. Doe deksel erop, schuif er een sudderplaatje onder en draai vuur zo laag
mogelijk. Laat zeker drie uur sudderen (hoe langer hoe beter). Neem pan van vuur
en laat met kip erin een nachtje afkoelen, zodat de smaken optimaal intrekken.
Schep met schuimspaan vet van de bovenkant. Haal kip eruit, verwijder vel en
pluis vlees eraf. Bewaar afgesloten in koelkast. Schenk bouillon door een fijne
zeef. Gooi restanten weg. Verhit bouillon.
Afronding:
Snijd prei en lente-ui in dunne ringetjes. Snipper half rood pepertje en
gemberwortel ragfijn. Voeg toe aan hete bouillon, samen met fijngeknepen
vermicelli. Houd ca. 20 minuten tegen de kook, voeg kleine stukjes kip en
citroensap toe. Proef en breng op smaak met peper en zout. Hak peterselie, roer
dat er op het laatst doorheen. Serveer soep stomend heet.
Tip:
Snelle variant: gaar een dubbele kipfilet in bouillon gemaakt van blokjes.
Pik recept op bij 'afronding'.
Terug
Oranjebloesemwater
Bron: Puck Kerkhoven, BN/De Stem, februari 2008
Niets haalt herinneringen zo snel boven als een geur. Hij dringt rechtstreeks en
trefzeker het geheugen binnen, tovert beelden op je netvlies en maakt gevoelens
los, of je nou wilt of niet.
Het was op Kreta, vlak voor Pasen, toen ik voor het eerst bloeiende
sinaasappelbomen rook. Deze tijd ongeveer. Witte kerkjes met koepels tegen een
strakblauwe lucht horen voor mij bij die geur.
De associatie komt waarschijnlijk vooral doordat de Kretenzers hun handen
besprenkelden met oranjebloesemwater voordat ze een kerk in paastooi betreden,
maar daar kwam ik later pas achter. Wat een zoete zwoelheid, wat een bloemige
vrede! Je hebt badolie met oranjebloesem die volgens het etiket ’lichaam en
geest tot rust brengt’. Ben je nerveus of heb je last van slapeloosheid, neem
een warm bad met wat druppeltjes olie en je kalmeert en droomt heerlijke dromen.
Ook in de keuken heeft oranjebloesemwater een betoverend, bijna bedwelmend
effect. Het wordt vooral gebruikt in zoet gebak, in combinatie met noten
(amandel, pistache, walnoot), fruit (sinaasappel, peer, abrikoos, dadel), kaneel
en honing. Het wordt gedistilleerd uit de witte bloemetjes van de bittere
sinaasappelboom. Vele kilo’s heb je nodig voor één flesje van deze smaakmaker,
vandaar dat het nogal duur is. Je koopt het in de Turkse en Marokkaanse winkel.
Je moet ervan houden, het smaakt nogal geparfumeerd, voorzichtig doseren dus.
De Noord-Afrikaanse keuken kan niet zonder oranjebloesemwater. Vooral bij
(vruchten)salades, zoete stoofschotels en desserts wordt er rijkelijk met het
zwoel geurige water gesprenkeld.
Een simpel maar waanzinnig lekker nagerecht is
een sappige sinaasappel, schil met wit weggesneden, in dunne plakken,
besprenkeld met oranjebloesemwater en bestrooid met kaneel, grofgehakte walnoten
en dadels.
Een legendarisch dessert is de Marokkaanse
opgerolde slang M’henga. Hij wordt gemaakt van in filodeeg gerold amandelspijs,
geparfumeerd met oranjebloesemwater en vervolgens gefrituurd of gebakken in de
oven. Een traditioneel bruiloftsfeestgerecht waarvan beide families kunnen eten.
Er gaan dan ook rustig 1,5 kilo gemalen amandelen en 2,5 dl oranjebloesemwater
in.
Ook bruidsvingers (Briwat bi loz, gerolde
koekjes), in betere tijden veel gegeten in de Irakese hoofdstad Bagdad, zijn
doordrenkt van bloesemwater.
In Turkije maken ze er de heerlijkste puddingen
mee, bijvoorbeeld romige rijstpudding met een compote abrikozen.
Madeleines, die kleine schelpvormige Franse
cakejes, kunnen niet zonder.
Ook in marsepein en goede nougat uit Montelimar
hoort oranjebloesemwater. En, zoals ik al eerder scheef, in
tutti frutti is het niet te versmaden.
Terug
Verplichte
mestinjecties schaden landbouwgrond
Bron: Richard van de Crommert, De Telegraaf, 16-04-2008
„Er moet snel een einde komen aan de verplichte
mestinjecties in de Nederlandse landbouwgrond. Die zijn schadelijk voor onze
Nederlandse gewassen. Het aantal mineralen en vitaminen loopt zienderogen
achteruit.” Dat vinden de Stichting Milieubewuste Veehouderij, het adviesbureau
Team Ecosys en Aquarius Alliance, een samenwerkingsverband van boeren en
wetenschappers. Ook de Landbouwuniversiteit van Wageningen is van mening dat de
huidige praktijk de samenstelling van het bodemleven schaadt.
Sinds vijftien jaar zijn boeren in heel Nederland verplicht om mest de grond in
te persen in plaats van het bovengronds uitrijden, waardoor de mest geleidelijk
in de grond werd opgenomen. De gierton verdween zo uit ons Nederlandse
landschap. Het is een maatregel waarin Nederland alleen staat. In de ons
omringende landen wordt de gierton nog gewoon gebruikt. Bij bovengronds
uitrijden wordt onder andere blauwzuurgas, dat in de mest zit, direct door
zuurstof in de lucht onschadelijk gemaakt. In Nederland wordt het onschadelijk
gemaakt door de zuurstof die zich in de bodem bevindt. Zo verdwijnt de zuurstof
uit de bodem.
Het bodemleven verandert door de mestinjecties. Wormen, die met hun omploegwerk
zorgen voor de aanwezigheid van zuurstof in ons land, gaan dood. Mollen
vertrekken. Het ecosysteem wordt volledig op zijn kop gezet. Niet alleen onze
groente, maar ook onze verse Nederlandse melk heeft door deze mestinjecties aan
kwaliteit ingeboet. Ons weidegras is mineraalarm geworden. Met andere schimmels
en bacteriën die schadelijk zijn. Er zit te veel stikstof in. Een koe die dit
gras vreet, maakt enkel ammonium aan. Door het gebrek aan wormen laten ook
weidevogels zich steeds minder zien.
Onze regering heeft nooit onderzoek gedaan naar de gevolgen van het injecteren
van mest voor de volksgezondheid. Die lijken nu alarmerend. Uit onderzoek van de
Consumentenbond blijkt dat een stof als selenium nauwelijks meer in onze groente
zit.
Selenium heeft zijn efficientie bewezen tegen diverse soorten kanker. „Een op de
drie Nederlanders krijgt tegenwoordig kanker. Dat is veel hoger dan waar ook ter
wereld”, constateert Paul Blokker van Vereniging tot Behoud van Boer en Milieu.
De Noord-Hollandse melkveehouder Meindert Nieuweboer zegt: „De bodem is het
spijsverteringsorgaan van de planten. En de basis van al ons eten. Dus indirect
ook van ons zuivel en ons vlees.” Marian Stuiver van de Universiteit van
Wageningen, die enkele weken geleden promoveerde op het mestbeleid, vindt dan
ook dat de overheid moet overwegen het bovengronds uitrijden van mest in elk
geval regionaal toe te staan.

„Als we zo doorgaan komt de volksgezondheid in gevaar”, waarschuwt Blokker. „De
gemiddelde Nederlander heeft een gebrek aan zink, ijzer, selenium, koper,
magnesium. En heeft een fors tekort aan vitamine A. In veel groente zit
tegenwoordig geen vitamine C meer. Dan hebben we het over vollegrondse
groenteteelt, zoals bloemkool, wortelen en andijvie. Het is er de afgelopen
vijftien jaar uitgejast. Onze kasgroente, zoals tomaten en paprika, is nog wel
voedzaam. In de hele wereld loopt het aantal mineralen en vitaminen in voeding
terug. Maar in Nederland gaat het sneller dan elders.”
Blokker wijst met zijn beschuldigende vinger naar de veranderende bodem. Het
tast de gewassen aan. „Waarom neemt diabetes in Nederland explosief toe?” zegt
hij. „Omdat we ondervoed zijn. Diabetes is hard op weg om volksziekte nummer 1
te worden.”
De grondonderzoeklaboratoria in Nederland, zoals het BLGG en ALNN, bevestigen
dat de aanwezigheid van mineralen qua gehalte beneden het streefniveau uitkomt.
Peter Takens, adviseur van de Vereniging tot Behoud Boer en Milieu, voegt daar
aan toe. „Uit tabellen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
(RIVM) blijkt dat de gezondheid van de producten van onze bodems hard
achteruitgaat. In een goede bodem is veel zuurstof nodig voor een optimale
omzetting van voederstoffen voor de plant. In onze zuurstofarme grond vindt
omzetting van stikstof naar lachgas plaats. Lachgas is echter in aanzienlijke
mate verantwoordelijk voor het broeikaseffect en daarmee voor de opwarming van
de aard. De schadelijkheid van lachgas is driehonderd maal groter dan CO2.”
Terug
Superfruit, da's pas supergezond!
Bron: Ferry Piekart, Algemeen Dagblad van 13 mei 2008

Dat is even een domper. Eet je al jarenlang
netjes twee stuks fruit per dag omdat dat zo gezond is, krijg je opeens te horen
dat het al die tijd niet het goede fruit was.
Granaatappel
Superfruit, dat is pas supergezond. Tenminste, dat wordt gezegd. Anti-oxidanten
zouden het grote geheim zijn van deze vruchten met exotische namen als acaibes,
granaatappel en cranberry. Die zitten namelijk vol met die bestrijder van vrije
radicalen.
Een beetje superfruit heeft wel honderd keer meer anti-oxidanten dan 'gewoon'
fruit. En anti-oxidanten zijn supernuttig. Het lichaam heeft ze nodig om vrije
radicalen af te breken. Dat zijn moleculen die enorm veel schade kunnen
veroorzaken, bijvoorbeeld in de vorm van hart- en vaatziekten en bepaalde
soorten kanker.
Dus loopt iedereen weg met granaatappels, cranberries en andere fruitsoorten die
zo rijk zijn aan anti-oxidanten. De verkoop van granaatappels is de afgelopen
twee jaar met vierhonderd procent gegroeid.
Terwijl het toch een moeilijk stukje fruit is, dat nauwelijks geschikt is om zo
uit de hand te eten en daarom vooral voor sapjes wordt gebruikt.
Moeten we nou echt met z'n allen aan de bosbessen, frambozen en granaatappels?
Opmerkelijk genoeg zijn het de fruitbedrijven zelf die zeggen dat de
marketingmachines wel héél erg aan de haal zijn gegaan met superfruit. Het is
gezond, maar of het extra gezond is?
De term superfruit bestaat nu een jaar of zes, zegt onderzoeker Nard Clabbers
van Hero, bekend van de jam en de frisdrank. ,,Dat anti-oxidanten goed zijn voor
het lichaam, was in wetenschappelijke kringen al veel langer bekend. Maar zes
jaar geleden ontdekten de reclamemensen het. En die maakten er een mooi verhaal
over superfruit van. Een beetje dik aangezet is het wel. Voor anti-oxidanten ben
je echt niet alleen op superfruit aangewezen. Ze zitten bijvoorbeeld ook in
chocolade en thee.''
Clabbers vindt het een beetje beperkt om alleen naar anti-oxidanten te kijken.
,,Er zit zo veel meer in fruit. Vitamines en vezels bijvoorbeeld. Die zijn ook
belangrijk.''
,,Wij noemen een fruitsoort pas superfruit als hij een heleboel verschillende
dingen heeft. De zwarte bes bijvoorbeeld heeft van een heleboel stoffen heel erg
veel. Foliumzuur, vitamine C, vezels. Allemaal belangrijk. Wat fruit gezond
maakt, is dat er zo veel in zit. Variatie in fruit is dan ook het beste; de ene
soort heeft meer van het één, de ander meer van het ander.''
Er zit zelfs een andere kant aan de anti-oxidantenhype. Te veel kan namelijk ook
gevaarlijk zijn. ,,Daar zijn we de laatste drie jaar achter gekomen,'' vertelt
Clabbers. ,,Uit onderzoek is gebleken dat anti-oxidanten in voedingssupplementen
de kans op hart- en vaatziekten juist vergroten. De hoeveelheid anti-oxidanten
wordt dan gewoon veel te hoog. Met fruit loop je dat risico niet; dan moet je
echt belachelijke hoeveelheden eten.''
Hoogleraar toxicologie Aalt Bast van de Universiteit Maastricht bevestigt dat te
veel anti-oxidanten niet goed zijn. ,,Voorop gesteld: anti-oxidanten zijn goed,
je hebt ze nodig. Ze breken daadwerkelijk vrije radicalen af,'' zegt hij. ,,Maar
voor elke actieve stof geldt: als je er te veel van binnenkrijgt, wordt het
giftig.''
Wetenschappers schrokken een paar jaar geleden van een onderzoek in Finland.
Daarin werd bekeken of rokers baat zouden hebben bij extra anti-oxidanten, zodat
de kans op longkanker kleiner werd. Er werden twee groepen rokers onderzocht.
Eén groep kreeg dagelijks de anti-oxidant bèta-caroteen toegediend. De andere
groep rokers kreeg niks. Na een tijd kwam de schokkende onthulling: de rokers
die het anti-oxidant hadden gebruikt, hadden juist méér kans op longkanker
gekregen, in plaats van minder.
,,Het bleek dat verschillende anti-oxidanten samenwerken in een complex
netwerk,'' legt Bast uit. ,,Als je er eentje in hoge dosering toedient, is het
evenwicht zoek en ben je juist verder van huis. Het ligt allemaal niet zo simpel
in je lichaam. Sowieso is het hele anti-oxidantenverhaal moeilijk.''
,,Het wordt nu vaak gebracht alsof anti-oxidanten goed zijn en vrije radicalen
slecht. Dat is ook wel zo, maar het is ook waar dat je lichaam vrije radicalen
nodig heeft en dat anti-oxidanten giftig kunnen zijn.''
Toch hoef je je daar als fruiteter geen zorgen over te maken, stelt Bast gerust.
,,Bij dat Finse onderzoek kregen de proefpersonen tien keer zo veel
bèta-caroteen als normaal. Je moet echt een paar kilo wortels per dag eten om
daarbij in de buurt te komen. En dan ook echt elke dag, want zelfs als je één
dag een paar kilo wortels zou eten, dan is er nog niks aan de hand.''
Superfruit kun je dus met een gerust hart eten of drinken. ,,En dat moeten
mensen ook doen,'' stelt Bast, ,,want fruit is heel gezond. Het is zorgelijk dat
de fruitconsumptie elk jaar weer afneemt.''
Maar of superfruit nou ook echt extra-gezond is? ,,Dat weten we niet,'' zegt de
professor. ,,We weten dat anti-oxidanten vrije radicalen afbreken en dat dat
goed is. We weten ook dat in een granaatappel veel anti-oxidanten zitten. Maar
of je dus gezonder blijft als je geregeld een granaatappel eet, dat weten we
niet. Dat kunnen we slechts vermoeden. Want wat gebeurt er nou eigenlijk met al
die anti-oxidanten die je binnenkrijgt van die granaatappel? Neem je die ook
echt op? En krijg je dan ook echt minder snel kanker? Dat is allemaal nog niet
aangetoond. Er is nog veel te doen.''
Anti-oxidanten uit duizenden stoffen
Anti-oxidanten is een verzamelnaam voor een groot aantal stoffen die vrije
radicalen in het lichaam neutraliseren.
Dat zijn er heel veel: de vitamines A, C en E zijn anti-oxidanten, maar een veel
grotere groep is die van de polyfenolen. ,,Dat zijn de stoffen die
verantwoordelijk zijn voor de felle kleur van veel vruchten,'' legt Nard
Clabbers van het Hero Institute for Fruit Nutrition uit. ,,De groep van de
polyfenolen bestaat uit duizenden verschillende stoffen.''
Maar welk fruit is dan het rijkst aan anti-oxidanten? Wetenschappers kijken naar
de totale anti-oxidant capaciteit (TAC) van fruit. Een granaatappel scoort hoog
qua TAC, want ook al heeft dit fruit lang niet zo veel vitamine A, C en E als
bijvoorbeeld een sinaasappel, de granaatappel zit wel tjokvol polyfenolen.
Eén methode om de TAC te meten is de Trolox Equivalent Anti-oxidant Capaciteit (TEAC).
Die geeft een waarde aan elke fruitsoort. De peer komt bijvoorbeeld maar op 1,6
per gram fruit, terwijl de aardbei uitkomt op 26,7.
Overigens zit er niet alleen tussen fruitsoorten verschil in het anti-
oxidantgehalte, maar ook per vrucht.
Zo zitten de meeste anti-oxidanten (en vezels!) van de appel in de schil. Dus
mét schil opeten!
Terug
Vitamine D doet meer dan
gedacht
Bron: Martine Boelsma, Algemeen Dagblad 15 november 2008
Nu de dagen kort zijn en we de zon weinig zien, ligt een vitamine
D-tekort op de loer. Dat is niet alleen slecht voor je botten.
Stel: je bent een slanke man of vrouw van een jaar of 30. Je werkt op kantoor.
Om gezond te blijven smeer je geen vet op je brood en mijd je de volle zon op je
huid. Goed bezig? ,,Nee,’’ zegt Bert Verhage, internist in het Sint Lucas
Ziekenhuis in Winschoten.
,,Met zo’n leefstijl zul je zeker een tekort aan vitamine D oplopen. En daarbij
hoort een verhoogd risico op botontkalking en andere chronische aandoeningen.’’
Vooral de combinatie van geen zon èn geen boter, halvarine of margarine op je
brood is slecht. Zonlicht stimuleert de aanmaak van vitamine D in de huid en
broodsmeersels zijn enkele van de weinige voedingsmiddelen waar vitamine D in
zit. De combinatie met weinig beweging en een laag lichaamsgewicht maakt de kans
op osteoporose nóg groter.
Vitamine D-gebrek komt dan ook algemeen voor, zegt Verhage, en niet alleen bij
mensen die veel binnen zitten. Ook gesluierde vrouwen, ouderen, zwangeren,
kleine kinderen en mensen met een donkere huid kampen vaak met een vitamine
D-tekort zonder dat ze dat zelf weten.
Wat nu? Moeten we allemaal in de zon en meer vet eten? Dat is geen oplossing.
Zonlicht verhoogt de kans op huidkanker en vet eten maakt dik, wat weer tal van
andere problemen met zich meebrengt.
Het antwoord is simpel en betaalbaar. ,,Haal vitamine D-tabletjes bij apotheek
of drogist,’’ zegt Verhage. Een extra inname van tien tot twintig microgram per
dag is geen overbodige luxe.
Bert Verhage - ‘Vitamine D is mijn hobby’ - verkondigt geen onzin. Was hij vier
jaar geleden nog een roepende in de woestijn, inmiddels zijn zijn vakgenoten het
er allemaal over eens: veel Nederlanders lijden aan vitamine D-gebrek zonder dat
te weten. En nu is ook de Gezondheidsraad om. Grote groepen Nederlanders hebben
meer vitamine D nodig, vaak zelfs twee keer zo veel als tot voor kort de
aanbeveling was, aldus de Raad onlangs in een advies aan minister Klink
(Volksgezondheid).
En dat advies kunnen we maar beter serieus nemen, zegt Verhage. Want uit steeds
meer onderzoek blijkt dat vitamine D niet alleen botontkalking voorkomt, maar
ook een rol speelt bij het voorkomen van depressie, diabetes en borst-, darm- en
prostaatkanker, zo meldt ook KWF/ Nederlandse kankerbestrijding op haar website.
Bovendien speelt vitamine D een rol bij de algemene weerstand: wie er genoeg van
neemt, wordt minder snel ziek. Ofwel: vitamine D is hard op weg om van een
onbelangrijk stofje een grote hype te worden.
Het onderzoek naar de nieuwe eigenschappen van vitamine D werd aangezwengeld
doordat wetenschappers constateerden dat mensen met huidkanker - die dus veel in
de zon hadden gezeten - minder vaak leden aan andere vormen van kanker. Darm-,
borst- en prostaatkanker komen bovendien veel minder voor in zuidelijke landen.
Bijslikken is dus zeker geen slecht idee. Maar hoe voorkom je dat mensen ineens
te veel vitamine D nemen? Wat is de ideale hoeveelheid?
Bert Verhage: ,,Artsen zijn lange tijd terughoudend geweest met het
voorschrijven van vitamine D uit vrees voor overdosering. Te veel vitamine D
veroorzaakt namelijk kalkafzettingen en nierstenen. Maar je moet echt heel veel
slikken om een overdosis te bereiken.
,,Als je in een zonnig land op vakantie bent geweest, stijgt je vitamine
D-spiegel tot 140 (nmol per liter bloed). Mensen die dicht bij de evenaar wonen,
hebben een vitamine D-spiegel van 160 tot 180 en hen gebeurt niets.
Overdoseringen zijn voorgekomen in de tijd dat moeders hun kinderen nog
levertraan gaven, wat heel veel vitamine D bevat. Maar de tabletjes die je
tegenwoordig kunt kopen, bevatten naar mijn mening zelfs te weinig. Je moet echt
een heel potje naar binnen werken om last van bijverschijnselen te krijgen.’’
Een richtlijn geven is lastig, zegt Verhage. ,,De vitamine D-spiegel in je bloed
moet tussen de 50 en de 150 (nmol per liter) zitten. Hoe je dat bereikt, is voor
iedereen anders. Als je heel de dag buiten werkt, kom je er wel. Zo niet, moet
je in elk geval je boterhammen met margarine besmeren. Als je tabletjes slikt
kun je 10 microgram (400 eenheden) als richtlijn aan houden. Voor risicogroepen
is dat 20 microgram (800 eenheden). Maar het beste advies dat ik kan geven, is
naar de huisarts gaan en je vitamine-D spiegel laten meten.’’
Terug