ONDERWERPEN A - Z
Tip: Gebruik de
sneltoetscombinatie Ctrl F om deze pagina te doorzoeken.
Rode bosbes (Vaccinium
vitis-idaea)
Boven
Bron: Alma Huisken -
Algemeen Dagblad 7 januari 2006
Bekend sinds: de mens jaagt en verzamelt
Afkomstig uit: alle noordelijke delen van de wereld
Belangrijkste eigenschap: zure smaak, rijk aan vitamine C en A
Op zijn best: als compote bij wild De officiële Nederlandse
naam luidt rode bosbes, maar ook hier komen bijnamen voor als krakelbes
en roode bleeken, naast - en daar heb je al die dieren weer - hondsbes, beerenbes en vossebes. De struikjes groeien op overgangen van bos naar
heide. Vindplaatsen zijn het paleispark van Het Loo en andere delen van
de Veluwe, de Sallandse Heuvelrug en De Groote Peel. Op de Sallandse
Heuvelrug is de bes van groot belang voor de beschermde korhoenders, de
laatste levensvatbare populatie van Nederland.
De prachtige, in trosjes bloeiende,
klokvormige bloemen van de vossebes (lijkend op wilde hyacinten) bloeien
door tot in het najaar, dus is het mogelijk dat je - net als bij
citrusfruit - bloemen naast vruchten aantreft.
Om te stellen dat ik de rode bosbes, bij velen
beter bekend als vossebes, kan proeven in een mootje Veluws edelhertenbout
voert te ver. Toch, veer- en haarwild van eigen bodem smaakt perfect met een
compote van tussen Putten en Otterloo vergaarde rode bosbessen. (Terroir,
nietwaar?!) In plaats van wilde of gekweekte rode bosbessen (hierna vanwege die
bekendere bijnaam als vossebes aangeduid) worden in wildreceptuur vaak
cranberry's gebruikt. Begrijpelijk, want beide bessen zijn in pure vorm zuur,
rins en wrang. Maar waar de knikkergrote cranberry stoer en stevig smaakt,
betoont de kleinere vossebes, die nauwelijks groter wordt dan acht millimeter,
zich subtieler, met aroma's waarin aalbes en wilde bosaardbei terug te vinden
zijn. Het schilletje is zachter dan dat van de cranberry, dus kookt hij ook
eerder tot moes.
Een vossebes is een bescheiden verschijning. De
plant (maximaal een halve meter hoog) heeft glanzende, leerachtige donkergroene
blaadjes, die in de herfst weliswaar paars verkleuren, maar evengoed drie jaar
aan de houtachtige takjes vastgeklonken blijven. Vossebesstruiken kunnen hele
tapijten vormen, maar zelfs dan - door die kamerbrede eenheid - vallen ze niet
bijster op. De schitterende bloemetjes die uitgroeien tot eerst blanke, dan roze
en uiteindelijk rode bessen, zijn klein, maar prachtig.
De planten groeien in alle noordelijke gebieden
van de wereld - van sommige eilanden in de Beringzee, het noorden van Rusland en
Japan tot in Canada en Noord-Amerika, met als natuurlijke zuidgrens op het
pan-Amerikaanse continent de staat Main, in New England. In Europa komt de
vossebes van noordelijk Scandinavië tot in Italië voor. Een immense habitat,
die aangeeft dat de plant zich schikt naar verschillende grondsoorten en
klimatologische omstandigheden. Hij gedijt in moerassig gebied, maar bij gebrek
daaraan nestelt hij zich gerust op hoge, droge gronden, vandaar 'alpinebes' of
mountain cranberry, namen die horen bij de circa twintig (!) aanduidingen
waaronder het vruchtje bekend staat.
Niet alleen wij - en edelherten - smullen van
vossebessen. Er zijn meer kapers op de kust, natuurlijk met de vos voorop.
Andere liefhebbers: elanden, muskusossen, ijsberen en zwarte beren. Die laatste
eten ze dikwijls pas na hun winterslaap, in de lente, uitgegraven vanonder de
sneeuw. Ook Amerikaanse streepeekhoorns (Knabbel en Babbel) zijn er verzot op,
net als veel vogels.
De laatste jaren zie je de vossebes vaak in
kwekerscatalogi tussen de tuinplanten staan. Geen gek idee. Mits uw tuingrond
zuur en niet te rijk is, past de vossebes erg goed tussen kleine berken,
heesters, moerasplanten en heide, waar hij een sierfunctie heeft, met als bonus
die geweldige vruchten. In Amerika (Wisconsin) wordt de bes - daar lingonberry
geheten - commercieel geteeld, met name voor inwoners van Zweedse afkomst. Erg
populair in Zweden zijn gekruide gehaktballetjes met behoorlijk zoete lingonberrycompote of zelfs - jam. In Scandinavië zelf vindt geen commerciële
teelt plaats, dat zou nauwelijks lonend zijn. Iedereen mag daar bessen plukken
zoveel hij wil, ongeacht op welk (privé)terrein hij ze vindt! (En doet dat men ook
en masse.)
Vossebessen kun
je behalve tot compote of jam ook verwerken tot sap, azijn of kruidenbitter, of
in cheesecake en muffins. Je vindt de bessen in de betere groentezaak of
(wild)restaurants. Potjes lingonberryjam koop je voor €
1,95 op de voedingsafdeling van de vestigingen van het bekendste Zweedse
warenhuis.
Terug
Pastamachine
Bron: Wouter Klootwijk, Noordhollands Dagblad
19 februari 2006
De vraag: heb je hem echt nódig? Met als bijvraagje,
is verse pasta beter en/of lekkerder dan droge uit een doos? Veel verse pasta's
uit delicatessenwinkels en verse uit koelmeubels van de supermarkt zijn
illusiepasta's. Misschien makkelijk in het haastige huishouden maar het is
louter water met bloem. Bij een blindproeverij zullen proevers het onderscheid
vaak niet kunnen maken tussen verse gekookte en gekookte droge en de kans is
groot dat ze een droge als beste aanwijzen. Bijvoorbeeld die van De Cecco, door
veel Italianen geprezen als de beste.
Maar zo'n molentje maakt meer mogelijk dan een pastafabrikant zou aandurven.
Bijvoorbeeld mijn pasta, gemaakt van witte bloem met uitsluitend tomatenpuree.
Is veel beter dan dat roodgekleurde fabriekspasta. Zegt de visite.
Het belangrijkste aan het pastamachientje zijn twee cilinders waar deeg doorheen
geknepen wordt. Het ding wordt met de hand aangedreven met een slinger. De
ruimte tussen de stalen cilinders kan worden afgesteld op vijf dikten. Er kan
een vijf millimeter dik deeglaken uit gerold worden tot een flinterdunne lap van
1 millimeter.
Met een opzetstuk kunnen van de deeglap vervolgens smalle of iets bredere
slierten gedraaid worden, maar dat gaat niet geweldig. Het kost moeite om de
slierten los van elkaar te houden. Veel beter kan een deeglaken met een scherp
mes in slierten gesneden worden. Of met een snijwiel, eventueel een
kartelwieltje.
De deeglap die tussen de cilinders uit komt, moet met de hand begeleid worden,
anders wordt het een prop onder het machientje. Ik heb dat opgelost door de
machine op een plank te klemmen. De plank staat schuin naar beneden, de lap
glijdt er langs. Rozerode pasta van meer dan een meter lang maak ik, als het
moet van de visite.
Er is verschil tussen droge pasta uit de winkel en pasta uit het persje. Alle
fabriekspasta wordt met geweld door kleine gaatjes geperst en de vorm van de
gaatjes bepaalt de vorm van de pasta. Een uitzondering is Chinese mie. Die wordt
in Nederland op oude dropvetermachines geperst. Zo werkt ook het pastamolentje.
Kon je dropdeeg maken, dan draaide je er makkelijk veters van.
De twee stalen cilinders kunnen ook goed kneden. Scheelt spierpijn. Door deeg er
een paar keer door te draaien wordt het net zo goed gekneed als een uur lang met
je handen. De machine kan dus ook dunne taartbodems draaien. Het is een
deeglappenpersje waar je dingen mee uithaalt die geen Italiaan ooit had durven
verzinnen. Mooie smaken.
Terug
Wat is gezonder, bier of wijn?
Bron:
Albert van de Wiel en Herman Hert, internisten; Algemeen Dagblad 17 maart
2006
Dat matig alcoholgebruik gepaard gaat met een verlaagd risico op een
hartinfarct, mag algemeen bekend worden geacht.
Maar of het drinken van wijn valt te prefereren boven bier of sterke drank,
is nog volop punt van discussie.
Voor de wijnliefhebbers is het
een uitgemaakte zaak. Wijn, vooral rode, bevat naast alcohol een groot
aantal andere stoffen zoals flavonoïden, waaraan allerlei gunstige
eigenschappen worden toegeschreven.
Deze stoffen komen voor in vele groenten en fruit, maar ook in chocolade en
thee. Ze zouden het samenklonteren van de bloedplaatjes remmen, de vorming
van gevaarlijke zuurstofradicalen in het lichaam tegengaan en de bloedvaten
verwijden.
Maar na een kritische beschouwing van alle grote studies naar de relatie
tussen alcoholgebruik en sterfte aan hart- en vaataandoeningen lijken de
soorten drank elkaar niet veel te ontlopen. Wellicht leven wijndrinkers in
het algemeen een gezonder leven dan liefhebbers van bier of sterke drank, en
verklaart dit de betere levensprognose.
Onlangs toetste een groep Deense onderzoekers deze hypothese op originele
wijze. Ze gebruikten niet de gangbare vragenlijsten naar eet- en
leefgewoonten, want daarbij kan men de situatie altijd mooier schetsen dan
ze is. Nee, de wetenschappers verzamelden een halfjaar de verkoopgegevens
van 98 supermarkten met zowel bier als wijn in hun assortiment! Daarbij
bekeken ze welke producten tegelijk met wijn werden gekocht. Die vergeleken
ze met het pakket dat bij bier werd afgerekend. En wat bleek?
De
wijnkopers kochten meer olijven, groente en fruit, maar ook meer gevogelte,
magere kaas en mager vlees dan de bierdrinkers; die toonden een grotere
voorkeur voor chips, varkensvlees, worst en soft drinks.
Kortom,
Deense wijnliefhebbers hebben een gezonder eetpatroon dan hun bierdrinkende
landgenoten en dat kan heel wel de genoemde statistische verschillen tussen
wijn en bier verklaren. Dit onderzoek maakt maar weer eens duidelijk hoe
voorzichtig we moeten zijn bij het interpreteren van allerlei invloeden van
de leefstijl op onze gezondheid. Santé!
Terug
Chocolade
Bron: Pim Campman, Algemeen Dagblad van 14 april 2006
Chocolade is een dikmaker. Maar eet het met mate en je bent goed bezig. Een
paaseitje per dag halveert de kans op hart- en vaatziekten, in elk geval bij
oudere mannen.
Paaseitjes, paashazen en andere chocotraktaties. Met Pasen in aantocht liggen de
winkels er weer vol mee. De verkopen zouden dit jaar wel eens extra hoog kunnen
uitvallen. Want chocolade is weer positief in het nieuws.
In 1985 werd onder vijfhonderd mannen (65-plus) in Zutphen een studie gestart
naar de invloed van voedingsgewoonten en leefstijl op het krijgen van hart- en
vaatziekten. Ze werden vijftien jaar gevolgd. En wat blijkt? Wie elke dag 4 gram
cacao - anderhalf paasei van pure chocola - oppeuzelt, heeft een lagere
bloeddruk en halveert het risico om aan een hart- of vaatziekte te overlijden.
Dat strookt met eerder Duits onderzoek, dat uitwees dat bij mannelijke senioren
die enkele weken dagelijks 100 gram pure chocolade - 40 gram cacao - innemen, de
bloeddruk zakt. ‘Zutphen’ toont aan dat het jarenlang elke dag innemen van een
tiende van die hoeveelheid hetzelfde effect heeft.
Een interessante conclusie, zegt Brian Buijsse. Als promovendus aan de
universiteit van Wageningen is hij nauw betrokken bij het Zutphense onderzoek.
"Chocolade staat stijf van de calorieën. Er dagelijks 100 gram van eten zou
averechts kunnen werken: dat veroorzaakt overgewicht, hoge bloeddruk en daarmee
hart- en vaatziekten. Onze studie toont aan dat kleinere doseringen wel de
voordelen, maar niet de nadelen hebben."
Wat voor oudere mannen geldt, geldt waarschijnlijk ook voor vrouwen. "Kijkend
naar andere studies zie je bij vrouwen hetzelfde effect. En leeftijd maakt
waarschijnlijk ook niets uit."
Uit de Zutphen-studie bleek verder dat oudere mannen die positief in het leven
staan ruim vijftig procent minder kans hebben aan een hart- of vaatziekte te
overlijden dan sombere types.
Of het mannen betreft die regelmatig cacao innemen, stond er niet bij. Je zou
het haast denken, want menig chocoholic zweert erbij: chocolade geeft een blij,
gelukzalig gevoel. Wetenschappelijk bewijs daarvoor is er niet, aanwijzingen dat
daar een kern van waarheid in zit wel. In cacao zitten onder andere cafeïne,
anandamide, fenylethylamine en serotine, stoffen die je opkikkeren en energie
geven.
Scandinavisch onderzoek zegt dat zwangere vrouwen die regelmatig chocola eten,
vrolijker en beweeglijker baby’s baren.
Zo zijn er meer fabels. Van cacao zou je pukkels krijgen. Voor studies die het
tegendeel beweren - ‘een chocoladebad is goed voor de huid’ - ontbreken eveneens
de bewijzen. Ook verhalen dat cacao slecht zou zijn voor MS-patiënten lijken
ongegrond.
Wel waar: overactieve kinderen op chocoladerantsoen zetten, heeft soms effect.
En bij nikkelallergie kun je cacao beter vermijden. Verrassend: Japanse
onderzoekers troffen in de schil van de cacaoboon een stofje aan dat tandbederf
tegengaat. Jammer dat daarvan niks in een reep terechtkomt en voor toevoegingen
als suikers het tegendeel geldt.
Hoge concentraties flavanolen
In cacao zitten hoge concentraties van een bepaalde groep antioxidanten.
Deze zogeheten flavanolen houden de bloedvaten soepel, zodat de bloeddruk binnen
bepaalde grenzen blijft en het risico op hart- en vaatziekten vermindert.
Flavanolen komen ook voor in groene thee en rode wijn.
De universiteit van Wageningen en het RIVM, de twee grootste spelers in de
Zutphen Ouderen Studie, vinden het nog te vroeg om aanbevelingen te doen voor het
gebruik van voedingsmiddelen met cacao. De volgende stap zou kunnen zijn de
ideale dagelijkse hoeveelheid aan flavanolen vast te stellen en het stofje uit
cacao te isoleren. Lukt dat, dan komt de cacaopil in zicht.
Terug
Niet onbeperkt vitamine slikken
Bron: Pim Campman, Algemeen Dagblad
26 april 2006
Vitamines voorkomen ziektes en stimuleren de gezondheid. Maar onbeperkt
slikken kan schadelijk zijn.
Vitamines zijn populairder dan ooit. Ze worden aan steeds meer voedingsmiddelen
toegevoegd: aan zuivel- en graanproducten bijvoorbeeld, maar ook aan frisdranken
en zelfs snoepgoed. En daar blijft het niet bij: de helft van de Nederlanders
heeft een of ander voedingssupplement in huis. Meestal gaat het om
multipreparaten die, naast een cocktail van vitamines, bepaalde mineralen en
sporenelementen bevatten.
Vroeger werden vitamines geslikt om tekorten (deficiëntie) te voorkomen. Een
langdurig tekort kan allerlei vervelende kwalen en ziekten veroorzaken. Zoals
scheurbuik, dat wordt voorkomen door voldoende vitamine C in te nemen. De
officiële naam voor vitamine C, ascorbinezuur, zegt dat al: tegen (a) scheurbuik
(scorbut).
Tegenwoordig worden vitamines niet alleen geslikt om ziekten te voorkomen, maar
ook om de gezondheid te verbeteren. Sommige varianten hebben een bewezen gunstig
effect op hart en zenuwstelsel, botten en tanden, ogen en huid. Vrouwen die
zwanger willen worden, kunnen een ‘open ruggetje’ voorkomen door al vóór de
conceptie met het innemen van extra foliumzuur (B-11) te beginnen. En kinderen
tot vier jaar krijgen in ons land bijna allemaal extra vitamine D voor sterke
botten en tanden. Door de vitaminehype komen gebrekziekten in ons land vrijwel
niet meer voor. De vraag dringt zich op of je er ook te véél van binnen kunt
krijgen, en of dat nare gevolgen kan hebben.
Aalt Bast, hoogleraar humane toxicologie aan de Universiteit van Maastricht, is
daar duidelijk over: "Voor vitamines geldt wat voor elke voedingsstof opgaat:
als je er te veel van binnenkrijgt, komt die giftigheid naar voren. In de
toxicologie is het een algemeen adagium dat de dosis de toxische werking van een
stof bepaalt. Dat geldt voor water, voor zuurstof en ook voor vitamines."
Vooral de vetoplosbare vitamines (A, D, E en K) moet je maar liever niet
ongelimiteerd slikken. Volgens het Voedingscentrum en het Vitamine Informatie
Centrum kan langdurige overdosering beschadigingen aan het zenuwstelsel, een
slecht functionerende lever (A/retinol), vruchtafwijkingen bij de zwangerschap
(A), kalkafzetting in het lichaam (D) veroorzaken. Wateroplosbare vitamines (de
B-varianten en C) geven minder problemen, omdat die niet in het lichaam worden
opgeslagen en een teveel wordt uitgeplast. Incidenteel komen niersteenvorming en
diarree (C), slapeloosheid (B11/foliumzuur) en depressiviteit (B3) voor.
Negatieve effecten treden niet snel op: enkele malen de aanbevolen dagelijkse
hoeveelheid (ADH) overschrijden, geeft hooguit lichte klachten, zoals
misselijkheid of jeuk. Bast: "Onlangs hebben we van al die voedingssupplementen
de bovendosering nog eens keurig op een rijtje gezet. Ik zou consumenten
adviseren goed op de ADH te letten; op de verpakking staat die vermeld. Niet
denken ‘als één pil goed is, dan zijn drie beter’."
Gezond eten levert voldoende vitamines op
Wie gevarieerd en gezond eet, krijgt voldoende vitamines binnen en heeft
preparaten dus in principe niet nodig. Uitzonderingen zijn:
- baby's die de borst krijgen (tot derde
maand): extra vitamine K;
- kinderen tot 4 jaar: extra vitamine D voor
gezonde botten en tanden (is standaard toegevoegd aan opvolgmelk);
- vrouwen die zwanger willen worden: extra B11
(foliumzuur) voor vorming hersenen en tegen open ruggetje;
- vrouwen van 50+ en mannen 60+ extra vitamine
D (omdat huid deze minder goed aanmaakt);
- verder zijn supplementen zinvol bij een
donkere huidskleur (D), voor macrobioten en veganisten (B12 en D), rokers
(C), alcoholisten (o.a. B1, B6), topsporters (multi) en bij gebruik van
bepaalde medicijnen.
Terug
Veel koffie drinken kan geen kwaad
Bron: Algemeen Dagblad 26 april 2006
Veel koffie drinken is niet slecht voor het hart. Tot die conclusie komen
onderzoekers, die twintig jaar lang 128.000 mannen en vrouwen hebben gevolgd. De
resultaten van het onderzoek staan in het blad Circulation.
Onderzoekster Esther Lopez-Garcia van Universidad Autonoma de Madrid denkt dat
er voldoende bewijs is dat gefilterde koffie bij de meeste mensen geen gevaar
voor het hart oplevert.
Wel komt uit de studie naar voren dat koffieleuten vaker roken en alcohol
drinken dan mensen die weinig koffie drinken. En die twee zaken verhogen de kans
op hartklachten weer wel.
De deskundigen vonden ook geen verband tussen hartkwalen en de geconsumeerde
hoeveelheid cafeïne, thee of cafeïnevrije koffie.
Uit eerder onderzoek bleek dat mensen met een 'langzame' versie van een bepaald
soort enzym in hun lever meer risico hadden op hartklachten als ze veel koffie
nuttigden.
Uit andere onderzoeken werd al duidelijk dat er een verband bestaat tussen
hartklachten en het veel drinken van koffie die is gezet zonder papieren filter,
zoals espresso en koffie uit een percolator.
Terug
Heerlijk Italiaans brood
Bron: Puck Kerkhoven, BN/De
Stem mei 2006
Het aanbod van het gemiddelde warenhuisrestaurant of lunchcafé klinkt als een
aria uit een Opera van Verdi, dankzij al die heerlijke Italiaanse
broodspecialiteiten. De knapperige ciabatta en de platte foccacia kennen we al
een tijdje. De panini, dat ovale broodje uit de grill, raakt ook aardig
ingeburgerd. Maar hoe zit het met bruschetta en crostini? Wat is het verschil
tussen die twee? En wanneer eet je ze eigenlijk?
Wezenlijk verschil tussen bruschetta (spreek uit broeskètta) en crostini is er
niet. Het zijn beiden stukjes geroosterd brood, voorzien van een smakelijk
beleg. Crostini worden in Italië traditioneel besmeerd met een (zelfgemaakte)
kippenleverpastei of een tapenade met olijven en ansjovis. Omdat die smeersels
vrij krachtig van smaak zijn, worden de hapjes bewust wat kleiner gehouden. Voor
deze toepassing gebruikt de kok de kleinere sneetjes of verwijdert voor het
roosteren de korsten. Het beleg van bruschetta gaat meer de frisse groenten- en
saladekant op, soms in combinatie met een zachte kaas. Bruschetta is wat meer
een boterham, crostini gaat eerder in de richting van een fors uitgevallen
toastje. De allersimpelste bruschetta is wat mij betreft ook de allerlekkerste;
met stukjes tomaat, verse basilicum, zout, peper en een mooie olijfolie.
Hierin proef je zo mooi de kern van de Italiaanse keuken: goede, verse
ingrediënten die qua smaak en structuur optimaal tot hun recht komen. In Italië
komt de bruschetta vrijwel dagelijks op tafel. Bij wijze van borrelhapje of
antipasta (voorgerechtje), maar ook als gezonde lunch of als late night snack.
De oorsprong van dit gerecht ligt in Toscane, waar de bevolking van oudsher al
veel liever brood eet dan pasta. Het Toscaanse landbrood verwierf dan ook al
vroeg grote faam in het hele Middellandse-Zeegebied. Het staat bekend om z'n
mooie luchtige binnenkant en z'n knapperige korst. Vooral de Filone, een
langwerpig gevormd wit brood, leent zich uitstekend voor het maken van
bruschetta. Een waarschuwing is wel op z'n plaats, want origineel Toscaans brood
bevat geen zout. Zout is de vijand van de gist, en die moet nu juist zorgen voor
die lekkere losse belletjesstructuur. "Laat het zout maar van het beleg komen"
is de Toscaanse opvatting.
Pijnboompitten
Onweerstaanbaar is ook die andere klassieker, afkomstig van Sicilië:
bruschetta belegd met capunata. Dat is een soort salade van goudbruin gebakken,
kleine stukjes aubergine, bleekselderij, knoflook, kappertjes, olijven, tomaten
en peterselie, aangemaakt met suiker en azijn. Soms worden er ook nog rozijnen
en pijnboompitten aan toegevoegd. Iedere familie heeft zo zijn eigen recept. Het
valt niet mee om in Nederland aan echt Italiaans bruschettabrood te komen. Maar
geen nood, de brede witte stokbroden die de meeste bakkers wel verkopen, lenen
zich er goed voor. Neem het liefst brood van een paar dagen oud en snijd de
plakken flink schuin, zodat je een groot te beleggen oppervlak overhoudt. Dunne
baguettes zijn om die reden minder geschikt voor bruschetta, maar je kunt er wel
weer mooie crostini van maken.
Recept:
Bruschetta met tomaten
(amuse / voorgerechtje voor 4 personen)
1/2 oud landbrood (of breed stokbrood)
1 teen knoflook
3 mooie rijpe tomaten
12 blaadjes verse basilicum
zout en versgemalen peper
olijfolie (extra vergine)
Bereidingswijze:
Snijd landbrood in sneden van circa 1,5 cm dik en halveer ze. In geval van
stokbrood: snijd in schuine plakken. Rooster ze onder de gril van de oven of in
de broodrooster tot ze mooi goudbruin zijn. Dit duurt hooguit 5 minuten. Blijf
erbij om te voorkomen dat ze zwart worden. Laat afkoelen. Was tomaten, verwijder
kroontjes en pitjes, en verdeel ze in kleine stukjes. Hak basilicumblaadjes grof
en meng er doorheen. Bestrooi met zout en peper en laat even intrekken.
Pel knoflookteen, kerf onderkant een paar keer in met scherp mesje, zodat een
soort knoflookkwastje ontstaat. Wrijf hiermee het geroosterde brood in. Schep
tomatenmengsel erop en besprenkel rijkelijk met een mooie olijfolie. Garneer met
wat topjes basilicum. En wat drink je hierbij? Niet moeilijk doen, een lekkere
boerse slobberwijn. Rood en vooral niet te zwaar. Eventueel voor een pittig
effect: strooi er wat gehakte rucola over. Verdubbel de hoeveelheden en je hebt
een heerlijke gezonde lunch.
Terug
Kroepoek
Bron: Puck Kerkhoven, BN/De Stem, 3 mei 2006
Wel eens zelf kroepoek gebakken? Moet u vooral een keer doen, want het is
fascinerend. Kijk hoe zo'n klein glazig, hard stukje in hete olie helemaal
opzwelt, uitzet, omkrult, bros wordt. Wonderbaarlijk.
Als ik zulke merkwaardige processen aanschouw, wil ik altijd weten waarom. Hoe
komt het dat die kroepoek zo snel in omvang verdubbelt? Wat is kroepoek
eigenlijk. Het simpele antwoord: een soort hartige, knapperige koek, lekker bij
de nasi of bami. Onze afhaalchinees vraagt steevast heel vriendelijk 'kloepoek
bij?' Ik moet me elke keer weer inhouden om niet te antwoorden 'ja, glaag'. Dan
krijg je een paar van die knapperige roze-bruine plakken mee in een plastic
boterhamzakje dat nog net dichtgeknoopt kan worden. Niet te lang laten liggen,
want dan worden ze taai.
Bij de supermarkt koop je voorgebakken kroepoek in langwerpige plakken, zo lang
als je onderarm. Kroepoek-palets noemen ze dat. Maar je hebt ze ook als
vederlichte, ronde chipjes en dat is eigenlijk de oervorm van de kroepoek. Ik
heb tijdens een demonstratie van Indonesische koks mogen aanschouwen hoe
kroepoek werd gemaakt, volgens geheim familierecept. U begrijpt dat ik er met
mijn neus bovenop stond.
Droogovens
De basis voor onze bekendste soort, kroepoek Oedang, is tapioca (maïzena-achtig
meel, gemaakt van cassavewortel), ei, zout, suiker, gemalen verse garnalen en
wat rode peper. De ingrediënten worden gemengd tot een deeg en in de vorm van
broodjes gekneed. Die broodjes worden gestoomd in een stoompan en als ze gaar
zijn in dunne plakjes gesneden.
Die plakjes moeten drogen. In Indonesië leggen ze ze drie dagen op bamboe
roosters in de zon, hier gebeurt dat in speciale droogovens. Het resultaat:
keiharde, donkerroze ronde schijfjes, die in principe jaren houdbaar zijn. Gooi
je zo'n schijfje in hete olie, dan zwelt hij op tot de knapperige kroepoek zoals
wij hem kennen.
Maar wat gebeurt er dan precies in die wok met hete olie? Eigenlijk bestaat zo'n
hard schijfje uit miljoenen aaneengesloten, hermetisch gesloten kleine
kamertjes. De wanden zijn van elastisch deeg en binnen in elk kamertje zit nog
een piepklein druppeltje vocht gevangen. Bij snelle verhitting zwelt dat vocht
op en zetten de kamertjes uit. De wandjes worden door uitrekking vliesdun en
hardgebakken door de hitte. Zo ontstaat die knapperig krokante
belletjesstructuur.
Tijdens het bakken verliest kroepoek veel vocht. Maar het zetmeel in de kroepoek
wil dat vochtgehalte van nature weer aanvullen. Daarom plakt gebakken kroepoek
aan je tong als je het eet. Daarom ook moet je het altijd bewaren in een goed
afgesloten zak of trommel, want als het de kans krijgt, zuigt het vocht uit de
lucht op als een spons. Dan worden de wandjes slap en de kroepoek taai.
Het meest boeiende vind ik kroepoek in het beroemde Indonesische groentegerecht
gado gado (zie recept). Knapperige koude groentes, overgoten door een warme,
pittige pindasaus. Strooi de kroepoek er vlak voor serveren overheen. Dan is hij
nog gedeeltelijk bros in de mond en gedeeltelijk wordt hij al zacht door het
vocht uit de groentes en de saus, waardoor hij een beetje een vlezige structuur
krijgt.
Recept:
Gado Gado
(groentegerecht voor 4 personen)
100 gram kroepoek Oedang
frituurolie
150 gram taugé
150 gram gesneden paksoi of Chinese kool
150 gram sperziebonen, afgehaald
½ winterwortel in stukjes
½ komkommer in blokjes
½ rode paprika in reepjes
3 hardgekookte eieren in plakken
2 eetlepels krokant gebakken uitjes
Pindasaus:
1 eetlepel olie
1 fijngesnipperd uitje
1 teentje knoflook fijngehakt
1 theelepel sambal oelek
4 eetlepels pindakaas
circa 1 dl melk
3 eetlepels ketjap manis
½ eetlepel citroensap
2 theelepels bruine suiker
scheutje gembersiroop
Bereiding
Frituur kroepoek in wok met minstens 3 cm hete olie. Druk met schuimspaan steeds
plat tijdens het bakken en laat uitlekken op keukenpapier.
Boontjes en wortel in kokend water met zout in 10 minuten net beetgaar koken.
Laat uitlekken en afkoelen. Overgiet taugé en paksoy met kokend water, laat 1
minuut staan. Laat uitlekken en afkoelen.
Leg op grote ovale schaal een heuvelruggetje van taugé en paksoi. Schik
boontjes, wortel, komkommer, paprika en ei erop en tegenaan.
Maak pindasaus door uitje in olie te fruiten, knoflook en sambal toe te voegen,
pindakaas en melk erdoor te roeren. Verwarm tot de saus bindt en blijf roeren.
Roer ketjap, citroensap, bruine suiker en gembersiroop erdoor. Voeg eventueel
meer melk of water toe als saus te dik is. Houd warm.
Bestrooi groentes met stukken kroepoek en overgiet met pindasaus. Bestrooi met
gefruite uitjes en serveer met gekookte witte rijst. Een pilsje smaakt hier
heerlijk bij.
Snel: koop gesneden groentes, gebakken kroepoek en kant en klare pindasaus.
Vegetarisch: neem cassave-kroepoek of emping.
Terug
Na het eten van
asperges ruikt je plas scherp
Bron: Paulus Smits, BN/De Stem 03-05-2006
Het aspergeseizoen staat voor de deur en voor de liefhebber betekent dat straks
dubbel genieten: eerst van de groente en vervolgens van de indringende geur die
ze aan de urine geeft.
Maar waar komt die scherpe reuk nu eigenlijk vandaan? Onlangs nuttigde de in
Breda wonende, uit Bergen op Zoom afkomstige en in Roosendaal werkende
kinderarts Toine van der Velden een kopje verse aspergesoep. Het
gespreksonderwerp dat hij vervolgens aanstipte, is tijdens een maaltijd een
ongebruikelijk thema: de geur van urine.
"Weet je dat er mensen zijn die geen last hebben van die sterke geur?", zei hij.
"Aanvankelijk dachten ze dat bepaalde stoffen in de asperges hun uitwerking
misten bij de urinevorming van deze mensen, maar later bleek toch dat er niets
mis is met hun nieren. Onderzoek heeft uitgewezen dat hun urine de typische
aspergestank wel degelijk met zich meedraagt, maar dat ze die niet ruiken door
een afwijking van het reukorgaan."
Nadere studie van de beperkte literatuur over deze kwestie leert dat er toch al
langer wetenschappelijk en minder wetenschappelijk onderzoek en debat aan is
gewijd. Niet zo lang als er asperges worden gegeten, want de Romeinen deden zich
al tegoed aan deze kostelijke groente, zij het dat het toen ging om de wilde –
dunne en kleinere – variant.
In 1891 liet een onderzoeker vier jongens zeven kilo asperges (!) eten, om
vervolgens te proberen de voor de geur verantwoordelijke stof te isoleren.
Behalve een blijvende afkeer tegen de groente bij de jongelui leverde dit niets
op. Pas in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw zijn onderzoekers tot
enige bevindingen gekomen, al spreken die elkaar tot op zekere hoogte tegen.
Een groep onderzoekers komt tot de conclusie dat slechts veertig procent van de
mensheid de typische urinegeur produceert. De oorzaak zou liggen in een
enzymdefect, waardoor het lichaam niet in staat zou zijn asperges helemaal af te
breken. Daardoor krijgen de stinkende zwavelverbindingen kans te overleven in de
urine. Andere onderzoekers denken dat iedereen de zure geur produceert, maar dat
niet iedereen die waarneemt door een defect in de neus. Deze bevinding kwam
bovendrijven na een Israëlisch onderzoek onder 328 proefpersonen, die allemaal
hadden geroken aan de urine van één persoon die asperges had gesnoept. Tien
procent rook niets van een aparte aspergelucht, terwijl die er volgens negentig
procent wel was. De asperge-eter/plasser rook zelf overigens niets.
Franse onderzoekers stelden in 1986 en 1988 vast dat asperagusinezuur de
veroorzaker van de stank. Het is een stof die alleen in asperges voorkomt en die
zes zwavelhoudende verbindingen – die normaal in het lichaam worden afgebroken –
in stand houdt, waardoor ze bij de afscheiding van de urine hun penetrante geur
behouden.
De redactie van het blad Bionieuws hield enkele jaren geleden een onderzoekje.
Vier redactieleden aten aspergesoep en vierhonderd gram van de lentegroente. Hun
plas werd bewaard in luchtdicht afgesloten, verzegelde en geblindeerde
urinecontainers. Twee buitenstaanders leverden als controlegroep ook een plas
in.
De monsters werden tot 37 graden verwarmd en iedere proefpersoon moest
individueel in een testruimte de containers keuren. Alle proefpersonen bleken in
staat tot geurproductie en -herkenning. Waarbij de waardering van de geur
uiteenliep: sommigen betitelden hem kokhalzend als ‘uiterst walgelijk’. Het
onderzoekje was echter te klein om er echte conclusies aan te kunnen verbinden.
Het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde wijdde in 2000 ook een artikel aan
aspergepis. Dat sloot af met een oproep voor ‘een groot onderzoek, waarin met
laboratoriumapparatuur de stoffen in de urine na het eten van asperges
aangetoond kunnen worden’.
Na een maaltje mag de plas dan rieken, dat asperges gezond zijn staat buiten
kijf: asperges zijn calorie-arm en bevatten veel vitaminen, mineralen en
voedingsvezels. En het smaakt! Dokter Toine van der Velden liet na zijn kopje
verse soep weten dat de smaak uitstekend was, ‘ook al was ze gemaakt van
Limburgse asperges’.
Terug
Zeewier voor de schildklier
Bron: Pim Campman, Algemeen Dagblad 10-05-2006
Rijke hoeveelheid jodium in zeegroente helpt tegen groei- en
ontwikkelingsstoornis.
Ook buiten de kring van veganisten en macrobioten staat zeewier steeds vaker op
het menu. Een gezonde ontwikkeling, zeggen voedseldeskundigen.
Japanners zijn koplopers in de consumptie van vis- en andere zeeproducten: ruim
tien procent van hun voedselinname bestaat uit zeegroenten. Ze gebruiken het als
basis voor soepen en sauzen, als salade en smaakversterker, wrap voor
rijstrolletjes (sushi) en in brood.
Eenzijdige, smakeloze kost? Absoluut niet. De smaak varieert van zacht tot
pittig, van zilt als oesters tot hartig als paddestoel en hazelnoot. De ene
soort wordt rauw - al dan niet verkruimeld - gegeten, de andere gekookt,
gebakken of geblancheerd. En behalve vers en gedroogd, wordt zeewier ook in de
vorm van druppels, poeders en tabletten verkocht.
Van de 35.000 zeewiersoorten die bekend zijn, wordt slechts een fractie
geconsumeerd. Vrijwel allemaal zijn ze een rijke bron van vitamines, eiwitten,
sporenelementen (chroom, mangaan, selenium), aminozuren (bouwstof voor het
lichaam) en mineralen, zoals kalk, zwavel en jodium.
In de langstelige zeewiersoort bruine kelp ofwel kombu zit 150 keer meer jodium
en acht keer meer magnesium dan in gewone sla. In dulse zit dertig keer meer
kalium dan in bananen en tweehonderd keer meer ijzer dan in rode bieten. En van
hiziki is bekend dat er veertien keer meer calcium in zit dan in volle melk.
De belangrijkste kwaliteit van zeewier is het hoge jodiumgehalte. Dat mineraal
zorgt voor de aanmaak van schildklierhormonen, die allerlei groei- en
ontwikkelingsprocessen ondersteunen. Een goed werkende schildklier regelt de
vorming van botten, zenuwen, huid- en haarcellen, nagels en gebit. Langdurig
jodiumtekort (hypothyroïdie) kan leiden tot een vergrote schildklier, ook wel
struma of krop, met allerlei problemen vandien: groeistoornissen bij (ongeboren)
kinderen, hersenschade, geestelijke traagheid, concentratie- en
geheugenstoornissen.
Anderzijds is te veel jodium binnenkrijgen ook niet goed: dan liggen een
verhoogde bloeddruk of hartslag, onrustgevoelens, prikkelbaarheid en - volgens
sommige wetenschappers - schildklierkanker op de loer. Bij een overactieve
schildklier moet jodium juist worden vermeden.
Zeewier zou ook bloedvaten, zenuwstelsel en huid versterken en daarmee hoge
bloeddruk, een te hoog cholesterolgehalte en veroudering (o.a. artritis)
voorkomen. Recent onderzoek door de Universiteit van Berkeley in Californië
wijst erop dat bruine kelp hormoonbepaalde kankersoorten, zoals borst- en
baarmoederhalskanker, zou tegengaan. In Japan, waar zeegroenten dagelijkse kost
zijn, komen deze ziektes beduidend minder voor dan elders.
Bovendien is bij Japanse vrouwen de menstruatiecyclus langer. Lange tijd werd
dit toegeschreven aan het sojagebruik in Japan, maar nu wordt vermoed dat
zeewier er de oorzaak van is. Vastgesteld werd dat het hormoon oestrogeen fors
omlaag ging bij ratten die regelmatig bruine kelp aten.
Een meer gelijkmatige en langere menstruatiecyclus is gunstig, want vrouwen die
in hun leven minder menstruatieperiodes doorlopen, zouden minder kans hebben op
borst- en eierstokkanker.
Goede zeewierproducten worden gekweekt in afgescheiden bassins of fjorden die
niet in direct contact staan met golfstromen. De kans dat ze in aanraking komen
met stoffen die je liever niet binnenkrijgt, is daardoor klein.
Sommige leveranciers leveren als bewijs een ‘certificaat van zuiverheid’ mee.
Terug
Champignons zijn dus vetbommetjes
Bron: Harm
Harkema, Noordhollands Dagblad, 28 april 2006
De champignon is de ideale schoonzoon onder de paddenstoelen. Hij is bepaald
geen excentrieke paddo, want er zit geen psilocybine in. Psylocybine is het
stofje waarvan je gaat hallucineren. Anders dan van de kale inktzwam krijg je
van een champignon ook geen hartkloppingen, hoofdpijn en ademnood. En hoewel hij
wel wat lijkt op de groene knolamaniet - en er ook wel eens mee wordt verward -
is een belangrijk verschil tussen beide dat de groene knolamaniet een dodelijk
gif bevat dat de lever uitschakelt, en onze eetbare vriend uit de supermarkt
niet.
Iemand die per se iets gemeens over champignons wil opmerken, zou kunnen zeggen
dat ze agaritine bevatten. Agaritine is een stofje dat in de lever kan worden
afgebroken in andere stofjes, die in enkele onderzoeken bij muizen de kans op
blaaskanker bleken te verhogen. Maar het ging daarbij om veel grotere
concentraties agaritine dan een gemiddeld champignonetend mens inneemt en
bovendien is een muis geen mens.
Agaritine komt vooral in rauwe champignons voor. Bij verhitting breekt het al
snel af in stofjes die sowieso geen kwaad kunnen. Al met al adviseert het
Voedingscentrum voorzichtigheidshalve om champignons niet rauw te eten. Ook in
shii-takes (paddenstoelen met een Japanse naam) komt wat agaritine voor, zij het
minder dan in champignons.
In menig afslankdieet wordt uitbundig met champignons gestrooid. Wie een blik op
de calorielijstjes werpt ziet onmiddellijk waarom. 250 Gram champignons (dat is
de hoeveelheid die er in de bekende blauwe plastic doosjes gaat) leveren gekookt
slechts 55 kilocalorieën aan energie. Ter vergelijking: je moet maar liefst 2,7
kilo gekookte champignons (bijna elf blauwe doosjes vol) naar binnen werken om
evenveel calorieën binnen te krijgen als uit één portie patat.
Er zit wel een addertje onder gras. Champignons slurpen zich graag vol met vet.
Wie ze in een koekenpan- of wokgerecht meebakt in de olie of de boter, maakt er
dus vetbommetjes van. Omdat ze vet aan het gerecht onttrekken, zal bij de kok
bovendien de neiging bestaan extra olie of boter in de pan te doen.
Champignons nemen niet alleen graag vet op, maar ook de geur en smaak van hun
omgeving. Het is dus niet handig ze te bewaren naast een stukje stinkkaas.
Zoals het een ideale schoonzoon betaamt is er verder niet bijster veel spannends
over de champignon te vertellen. Als andere paddenstoelen is hij gebouwd uit
schimmels - dat maakt hem trouwens toch wel een beetje apart ten opzichte van
boon, krop of vrucht.
Gemakshalve wordt hij tot de groenten gerekend en hij bestaat voor zo’n negentig
procent uit water. De champignon is populair als vleesvervanger, waarschijnlijk
vanwege z’n bite. Maar, vegetariërs, opgepast. Champignons bevatten veel minder
eiwitten en bovendien minder essentiële eiwitten dan vlees. Champignons kunnen
vlees dus nooit geheel vervangen. Ongezond zijn ze niet. Zo bevatten ze nuttige
mineralen (zoals fosfor en kalium) en verscheidene B-vitaminen en dat is mooi
meegenomen.
Terug
Uitkijken met zout: niet te veel en nooit te weinig
Bron: Harm
Harkema, Noordhollands Dagblad, 5 juni 2006
Vroeger werd er meer zout gebruikt dan nu. Vlees dat bewaard moest worden, werd
gepekeld. Bacteriën die het vlees laten rotten, hebben water nodig om zich te
kunnen vermenigvuldigen. Zout bindt water en dan kunnen bacteriën er niks meer
mee.
Tegenwoordig zijn er de koelkast en de vrieskist om het vlees goed te houden.
Toch eten we nog teveel zout. De chemische naam voor zout is natriumchloride en
als we het over de gezondheidsaspecten van zout hebben, hebben we het eigenlijk
over natrium. In zeezout zitten nog sporen van enkele andere mineralen, maar dat
gaat om zulke kleine hoeveelheden dat ze nauwelijks bijdragen aan onze
mineralenbehoefte.
Volgens een rapport van de Gezondheidsraad van een paar jaar geleden eten
Nederlanders dagelijks gemiddeld ruim 9 gram zout, zo’n drie theelepeltjes vol,
dat is 3,7 gram natrium. Onder normale omstandigheden hebben we genoeg aan
slechts 0,4 gram natrium (1 gram zout). Zout over het eten strooien is helemaal
niet nodig. We krijgen vanzelf al meer dan genoeg binnen.
Is het erg om zoveel natrium binnen te krijgen? Een overmaat aan natrium wordt
weliswaar uitgescheiden via zweet of urine, maar kan wel schade aanrichten bij
mensen die een erfelijk bepaalde gevoeligheid voor zout hebben. Teveel natrium
kan leiden tot botontkalking, onttrekt water aan de lichaamscellen, verhoogt de
bloeddruk en is slecht voor de nieren. Een hoge bloeddruk verhoogt de kans op
hart- en vaatziekten, waaronder ook beroertes.
Vijftien op de honderd Nederlanders hebben een te hoge bloeddruk. Lange tijd
schreven artsen die groep standaard een zoutarm dieet voor. Maar onderzoek
hiernaar is niet eensluidend: er zijn studies waaruit blijkt dat niet iedereen
met een te hoge bloeddruk baat heeft bij een zoutarm dieet: de individuele
zoutgevoeligheid zou ook hierbij een rol spelen.
Maar uit een belangrijk Amerikaans onderzoek uit 2001 kwam naar voren dat een
drastische vermindering van de zoutconsumptie grote invloed heeft op de
bloeddruk, met name op die van mensen die toch al een te hoge bloeddruk hebben.
Uit een eerder deel van dit zogeheten DASH-onderzoek was gebleken dat voeding
die rijk is aan groente, fruit, peulvruchten en noten en die weinig verzadigd
vet bevat, de bloeddruk al behoorlijk doet dalen. Minder zout eten versterkte
het effect. Afvallen, bewegen en minder alcohol drinken helpen ook, blijkt uit
andere onderzoeken.
Slechts een beperkt deel van ons zout krijgen we binnen via het keukenzout dat
we zelf over het eten strooien. Driekwart komt voor rekening van
kant-en-klaarvoer: het blik met soep, de zak met wokkels. Al dat zout zit erin
omdat het smaak geeft, omdat het metaalachtige of chemische nasmaakjes
verdoezelt, omdat het sauzen dikker maakt en droogheid van bijvoorbeeld crackers
tegengaat.
De industrie probeert het zout trouwens wel te verminderen. Zo heeft
voedingsgigant Unilever (Knorr, Conimex) afgelopen jaar de gebruikte hoeveelheid
zout in haar producten met 2000 ton verminderd. Als vervanger wordt vooral
gebruik gemaakt van kaliumchloride. Daar kan de Gezondheidsraad blij mee zijn:
uit onderzoek blijkt namelijk dat zoutvervangende mineralenmengsels met kalium
(of magnesium) de bloeddruk effectief verlagen.
Teveel zout mag dan slecht zijn, te weinig is ook niet goed. Dan drogen we uit
en gaan we dood. Dat gebeurt vrijwel nooit. Alleen bij ernstige diarree kan een
natriumtekort ontstaan.
Terug
Vanille
Het effect van chocola op onze gemoedstoestand is algemeen bekend. Het maakt een
stofje vrij in de hersenen dat ons een ontspannen, aangenaam, zelfs gelukkig
gevoel geeft. Vanille, dat wil zeggen échte vanille, heeft een vergelijkbaar
effect. Makelaars weten het; wie zijn huis wil verkopen doet er goed aan wat
druppels vanille-essence rond te sprenkelen. Een cake in de oven wil ook helpen.
De geur van vanille geeft immers een gevoel van warmte en welbehagen.
De oude Azteken in Mexico wisten het ook al. Die ontdekten dat de peulen van
bepaalde orchideeën in het oerwoud een onweerstaanbare zoete geur verspreiden.
Vooral wanneer ze al een beetje beginnen te rotten. 'Een geur waarmee je mensen
je wil kunt opleggen', volgens oude geschriften. Dus gingen ze op zoek naar die
magische peulen. Ze legden ze te zweten in de zon en vervolgens onder vochtige
dekens zodat ze lekker gingen broeien. Hierbij kwam zogenaamde vanilline vrij,
een geurige stof die zich in fijne kristallen op de ingedroogde peul vastzet.
Echt goede vanille is nog steeds te herkennen aan een soort ijzel, givré in het
Frans, op het vanillestokje, dat dus eigenlijk een ingedroogde en gefermenteerde
orchideeënpeul is. Madagascar, Java en het Caribisch-Franse eiland Reunion
(vroeger Bourbon, vandaar Bourbonvanille) zijn tegenwoordige de belangrijkste
leveranciers.
Snijd het stokje open en je ziet honderden zwarte zaadjes, kleiner dan
zandkorrels. Koks en bakkers noemen dat het merg en gebruiken het graag in
vanille-ijs en -saus. Topkok Cas Spijkers kreeg ooit klachten op zijn
zelfgedraaide vanille-ijs, vertelde hij me. Er zat as in, volgens een verbolgen
gast, die zoiets slordigs niet verwachtte van een sterrenkok.
Vanillesuiker, zoals je dat koopt in zakjes in de supermarkt, is niet duur maar
heeft niets te maken met natuurlijke vanille. Smaak en geur zijn chemisch
nagemaakt.
Je kunt echter ook je eigen vanillesuiker maken door twee opengesneden
vanillestokjes toe te voegen aan 400 gram kristalsuiker. Bewaar in een
goedsluitende pot en schudt regelmatig goed om. Gebruik deze vanillesuiker voor
gebak, zoete sauzen, vanillevla of ijs. Zelfgemaakte chocolademelk wordt er
absoluut onweerstaanbaar van. Suiker op? Als het goede vanille was, geven
dezelfde stokjes rustig nog een keer smaak af aan een nieuwe voorraad suiker. En
daarna kan je ze ook nog een keer laten meekoken in melk, het merg eruit
schrapen en samen met eieren en suiker tot een lekkere ouderwetse vanillevla
kloppen. Kijk, als je echte vanille zo gebruikt, is het opeens niet zo duur
meer.
Bron: Puck Kerkhoven, TCTubantia, februari 2006
Terug
Framboos erg gezond
Bron: Kitty van Gerven, Het Parool, 13 juli 2006
Wie had ooit gedacht dat een betrekkelijk zeldzaam vruchtje als de framboos
'zomerkoning' aardbei nog eens naar de kroon zou steken? Toch ziet het ernaar
uit dat dit gaat gebeuren. Wetenschappelijk onderzoek heeft namelijk uitgewezen
dat frambozen razend gezond zijn.
Goed nieuws dus voor de liefhebbers van de Rubus idaeus, want wellicht dat het
frambozenaanbod hierdoor zal stijgen en er vaker genoten kan worden van dit
zachte zoete zomerfruit.
Helaas behoort de framboos nog altijd tot de exclusieve geneugten van de zomer.
Wie een bakje wil bemachtigen, moet er doorgaans een hele speurtocht voor
ondernemen. Bovendien moet hij diep in de buidel tasten. Dat is jammer, want het
zou in ons aller belang zijn wanneer we massaal 'aan de framboos' konden gaan.
Frambozen blijken een pure weldaad voor ons gestel te zijn. De vruchtjes van de
'Rubus idaeus' barsten namelijk van de anti-oxidanten, stoffen die het lichaam
beschermen tegen de schadelijke invloed van agressieve vrije radicalen, die
ziekten als kanker en hart- en vaataandoeningen veroorzaken.
''Frambozen bevatten vele malen meer anti-oxidanten dan bijvoorbeeld tomaten,
broccoli en appels'', vertelt dr. Jules Beekwilder, onderzoeker bij Plant
Research International, onderdeel van Wageningen UR. Samen met collega's begon
Beekwilder twee jaar geleden met een uitgebreid laboratoriumonderzoek naar de
gezondheidsbevorderende eigenschappen van frambozen.
Maar wat misschien nog wel een belangrijker ontdekking was, de
anti-oxidantwerking wordt grotendeels veroorzaakt door ellagitannines, een
looizuurachtige verbinding, die hooguit in kleine hoeveelheden in aardbeien
voorkomt, maar verder in geen enkel ander voedingsmiddel. Hoewel nog niet
precies is vastgesteld wat deze stof voor effect heeft op het lichaam -
aangenomen wordt wel dat hij ook verantwoordelijk is voor de geneeskrachtige
werking van sommige Chinese kruiden - denkt Beekwilder dat de ellagitannines
voor een goede doorbloeding zorgen. ''En een verbetering van de circulatie is in
het belang van hart en bloedvaten.''
Onze voorvaderen wisten al dat frambozen de doorbloeding stimuleren. Niet voor
niets zagen ze graag dat hun vrouwen zich tegoed deden aan de rode vruchtjes,
want die toverden blosjes op hun wangen. Maar het waren lange tijd vooral de
bladeren waarin de kruidkundigen waren geïnteresseerd. Eeuwenlang werden deze
benut als middel om vrouwen te helpen bij het bevallen. Een thee van
frambozenblad zou de spieren van de baarmoeder versterken, waardoor de weeën
beter verliepen en bloedingen bij de bevalling beperkt bleven. Bovendien zou het
zwangerschapsmisselijkheid voorkomen en de productie van moedermelk stimuleren.
Daarnaast zou een aftreksel ook prima helpen bij diarree, bloedend tandvlees en
zweertjes in de mond.
De middeleeuwse Vlaamse arts en botanicus Rembertes Dodonaeus (Rembert Dodoens),
auteur van het beroemde Cruijdeboeck uit 1563, zag ook voor de kleine witte
bloesems nog een functie weggelegd. Hij bevool een mengsel van deze
framboosbloemen met honing aan als remedie tegen ooginfecties.
Explosief
''Zijn heilzame reputatie is de framboos duidelijk vooruit gesneld', constateert
Erik Maathuis. De eigenaar van kwekerij en zelfpluktuin De Haar in Wierden heeft
de vraag naar frambozen explosief zien stijgen. ''De vraag overtreft elke zomer
weer het aanbod. Ik heb er nooit genoeg.'' En dat terwijl het frambozenperceel
in vier jaar tijd toch ruim verdubbeld is tot zo'n 1300 vierkante meter.
Voor Maathuis is dit het beste bewijs dat de consument steeds vaker op zoek gaat
naar gezonde producten. ''Je hoort dat ook van de mensen die hier komen; ze
willen iets goeds op het bord.'' Zelf daarnaar op zoek gaan in de vrije natuur
is nauwelijks een optie. ''In ons land kom je amper meer ongerepte gebieden
tegen waar nog frambozen groeien.'' Bovendien, zo weet Maathuis, zijn wilde
frambozen bij lange na niet zo groot en zoet als de veredelde exemplaren uit een
kwekerij.
Waarom er bij zo'n groeiende vraag dan niet veel meer frambozenkwekerijen zijn?
Volgens Maathuis heeft dat allemaal te maken met de prijs-prestatieverhouding.
Frambozen kweken is niet eenvoudig. De Rubus idaeus is wat je noemt een lastige
klant; hij stelt hoge eisen aan de grond - 'even met de voeten in het water en
hij begeeft het' - , is gevoelig voor vraat van kevers, voor schimmelinfecties
en voor meeldauw. Wil je ze biologisch kweken, zoals Maathuis doet, ''dan moet
je alle aangetaste bladeren met de hand weghalen; een heel tijdrovend karwei.''
Bovendien vergt de struik veel onderhoud. Allereerst dienen de buigzame loten
tijdens de groei netjes te worden opgebonden. Na de vruchtvorming, die bij
zomerframbozen op tweejarige hout plaatsheeft en bij herfstframbozen op eenjarig
hout, moeten de struiken zorgvuldig worden gesnoeid. En ook moeten de
ondergrondse uitlopers worden weggehaald. Bovendien draagt de framboos maar
vier, vijf weken vruchten.
Terug
Parmezaan
Bron: Puck Kerkhoven, Provinciale Zeeuwse Courant, 16 februari 2006
Wel eens een Parmezaanse kaas gezien? Nee, ik bedoel niet die gelige, tot poeder
gemalen substantie, die je in een zakje uit het koelvak van de supermarkt haalt.
Die heeft net zo weinig met echte Parmezaan te maken als, zeg maar, smeerkaas
met onze lekkere boeren Goudse.
Eenmaal echte Parmigiano Reggiano geproefd, versgeraspt over de pasta, en je
hoeft nooit meer zo'n zakje. Hoe authentiek Italiaans de verpakking ook aandoet.
De smaak van Parmezaanse kaas is diep en kruidig, maar ook scherp en best wel
zout. De geur, hoe zeg ik het netjes, doet denken aan een stal. Hooi en stro,
maar ook iets van stront. Intrigerend prikkend in de neus. Vies, maar vertrouwd,
spreekt hij op een of andere manier de lagere lusten aan. Sommige kazen, maar
ook wijnen kunnen dat.
Maar wat Parmezaanse kaas echt bijzonder maakt, is zijn droge, bijna korrelige
sensatie in de mond. Die ervaar je goed op het moment dat je hem vers raspt,
maar absoluut niet als je er poeder van draait. Nog lekkerder vind ik het om er
grote krullen van te schaven, juist vanwege dat mondgevoel. Overigens doet de
Parmezaan het ook uitstekend als dessertkaas. Altijd lekker om zo'n brokje weg
te knagen bij de laatste slokjes rode wijn.
U begrijpt het al, er ligt standaard een stuk Parmezaanse kaas in mijn koelkast.
Ik heb ooit uit Italië een mooi design bewaardoosje van plexiglas meegenomen,
met daarin een metalen raspje. Je zet het zo op tafel en iedereen raspt naar
eigen believen kaas over soep, pasta, pizza, salade of bijvoorbeeld
rundercarpaccio (zie recept).
Een heerlijke smaakmaker, deze droge, harde kaas van koemelk. In doorsnee
ongeveer zo groot als onze vertrouwde Goudse, maar zeker twee keer zo hoog. Het
is niet moeilijk om te zien of je een échte te pakken hebt, want die heeft de
nodige keurstempels en brandmerken. Bovendien is de hele korst aan de zijkant
bedrukt met de tekst Parmigiano-Reggiano, dwars op de kaas. Dus elk stukje van
deze reusachtige, tot 40 kilo zware kaas, bevat één of meerdere van deze
kenmerken.
Pekelbad
De kaas komt, de naam zegt het al, uit de Italiaanse stad Parma en
omstreken. Die omstreken zijn nauwkeurig omschreven, want het betreft hier een
kaas met gecertificeerde herkomstbepaling; DOC (Denominazione di Origine
Controlata). Alleen kaas gemaakt van koemelk uit de provincies Modena, Parma en
Reggio Emilia, plus delen van Bologna en Mantova, mag die naam dragen. En alleen
als de koeien buiten lopen en zich uitsluitend natuurlijke voeding eten. Voor
één kilo kaas is maar liefst 16 liter melk nodig. De hartige smaak komt van het
pekelbad waarin de verse kaas wel drie tot vier weken ligt.
Daarna mag hij een paar dagen 'zonnen' in de buitenlucht, om een stevige korst
te ontwikkelen. Wij kennen in Nederland kaaspakhuizen, in Parma en omgeving
spreken ze respectvol over kaaskathedralen. Enorme opslagloodsen waarin wel
50.000 tot 100.000 Parmigiano's rustig liggen te rijpen; 18 maanden voor jonge
tot wel 36 voor zeer oude. Het eerste half jaar moeten ze elke vier dagen
gekeerd, daarna eens per tien dagen. U begrijpt dat dergelijke kazen behoorlijk
wat kosten; rond 20 euro per kilo.
Er is ook een goedkopere variant, die er erg op lijkt, maar die is gemaakt van
niet gecertificeerde melk. Die heet dan geen Parmigiano meer, maar Grana Padano.
Recept:
Runder-carpaccio met Parmezaanse kaas
(voorgerecht voor 4 personen)
4 porties rundercarpaccio à 80 gram
1 krop frisée sla
1 krop eikenbladsla
4 topjes verse basilicum
75 gram pijnboompitten
80 gram parmezaanse kaas
1 eetlepel balsamico azijn
1 eetlepel witte wijnazijn
1 theelepel dunne honing
1 theelepel oregano
6 eetlepels olijfolie (extra vierge)
zeezout en versgemalen peper
Bereidingswijze:
Laat carpaccio in verpakking op kamertemperatuur komen. Was beide slasoorten,
vermeng en slinger droog. Rooster pijnboompitten in droge koekenpan goudbruin.
Schaaf parmezaanse kaas met kaasschaaf in mooie krullen. Klop een stevige
dressing van 2 soorten azijn, honing, oregano, peper en zout en olijfolie. Neem
4 toefjes sla en haal die even door de dressing. Druppel dressing over 4 grote
borden.
Schik sla in het midden, werk het goed omhoog en leg er dan de plakjes carpaccio
tegenaan en omheen. Bestrooi met pijnboompitten en krullen Parmezaanse kaas en
maal er wat verse peper over. Zet een topje (= bovenste blaadjes) basilicum op
elke toef sla.
Serveer met versgebakken ciabatta en glas soepele rode wijn. Bijvoorbeeld een
pinot noir uit de Noord Italiaanse Alto Adige.
Tip:
Dressing over? Zet in een beugelflesje op tafel. Het is enkele dagen houdbaar.
Sla over? In een plastic zak is het in de groentela van de koelkast nog een dag
houdbaar.
Terug
Koffie uit Tanzania
Bron: Puck Kerkhoven, BN/De Stem, november 2006
Koffie en bananen; gevoelsmatig
horen ze bij elkaar. Ze komen uit dezelfde tropische streken en ze combineren
perfect qua smaak. Een lekkere bananensoes met een koffieglazuurlaagje. Maar dat
hun levens intens met elkaar zijn verweven, daar kwam ik deze week pas achter.
Precies halverwege het Afrikaanse continent, tussen Cairo en Kaapstad ligt de
Tanzaniaanse stad Arusha (spreek uit Aroesja). Op de grens met Kenia, vlakbij
Afrika's hoogste berg: de Kilimanjaro. Ik had het voorrecht daar, samen met mijn
dochter, de afgelopen week te vertoeven.
Van daaruit hebben we een onvergetelijke safari (Swahili voor reis) gemaakt en
waren we onder andere te gast in een Masai dorpje; honderden jaren terug in de
tijd. Ik zou er graag over schrijven, maar daarvoor hebben we de reispagina's al
in deze krant. Deze column gaat over eten en drinken.
Koffieplantage
En ook daarvoor zaten we goed, want onze uitvalsbasis was een heuse
koffieplantage, zoals u zich misschien herinnert uit de film Out of Africa met
Meryl Streep en Robert Redford. Overal om ons heen koffiestruiken, die in deze
tijd in bloei komen. Honderden stervormige witte bloemetjes per tak die, als ze
uitgebloeid zijn, groene bessen achterlaten.
De bessen kleuren in de loop van het seizoen langzaam geel tot oranjerood. Als
ze rijp zijn, zo tegen juli/augustus, worden ze door slanke vrouwenvingers
geplukt. Eén onrijpe, groene bes kan een hele zak koffie onaangenaam bitter
maken. Vrouwen zijn geduldiger en zorgvuldiger, is de ervaring van de
plantagehouder. Vandaar dat er aan de koffiepluk geen man te pas komt.
Elke struik wordt meerdere malen bezocht, want de bessen zijn niet allemaal
tegelijk rijp. De laatste komen er begin oktober af. Na de pluk volgt een nog
secuurder werk. De bessen worden gewassen in langgerekt doolhof van bassins.
Alle ongeregeldheden als takjes en blaadjes worden verwijderd en drijvers
(overrijpe, of beschadigde, door insecten aangevreten bessen) komen vanzelf
bovendrijven.
Die moeten er handmatig uitgevist worden. Koffieplantages bevinden zich bijna
altijd in de buurt van bergen. Bergbeekjes zorgen voor de aanvoer van de
benodigde grote hoeveelheden schoon water. Dan volgt de droogfase. Op bedden van
gaas worden de bessen uitgespreid en regelmatig omgeharkt.
Onder de tropenzon drogen de bessen in. Daarna worden overgebleven pulp en
vliesjes machinaal verwijderd en komen de bleke boontjes tevoorschijn, twee per
bes. Weer komen er vrouwenvingers aan te pas, want ze moeten nog op kwaliteit
gesorteerd worden.
Om hun koffiebruine kleur en lekkere aroma te krijgen moeten ze uiteindelijk nog
worden gebrand, maar dat gebeurt meestal niet op de plantage. Stelt u zich geen
gelijkmatig glooiend veld struiken voor, zoals bij een theeplantage.
Banaantjes
Tussen de koffiestruiken staan overal bananenbomen. Zij geven schaduw en
beschermen de koffie met hun grote bladeren tegen de brandende zon. Bovendien
verschaffen ze de plantagehouder een tweede oogst: lekkere kleine geelgroene
banaantjes, die in deze tijd wél rijp zijn. Dat hebben wij uitgebreid mogen
proeven.
De koffie die ze daar schonken, was niet veel soeps, moet ik eerlijk bekennen.
Dat komt niet door de bonen want die zijn van de hoogste kwaliteit Arabica, maar
door de manier van zetten. In zo'n Bravilormachine met glazen kan en
warmhoudplaatje. Tanzanianen drinken zelf geen koffie, ze exporteren het. Deze
week geef ik het recept van een lekker tropisch dessert waarin zowel bananen als
koffie verwerkt zijn.
Recept
Gebakken banaan met
koffiesaus
(tropisch dessert voor 4 personen)
Ingrediënten:
4 niet te rijpe bananen (of 6 kleintjes)
40 gram boter
2 eetlepels bruine basterdsuiker
2 kopjes sterke espresso (circa 50 ml)
4 eetlepels bruine rum
4 bollen vanille-roomijs
Bereidingswijze:
Pel de bananen en snijd ze in de lengte doormidden. Smelt boter in een koekenpan
op een rustig vuur en bak de bananen 1 ½ minuut aan de ene en 1 ½ minuut aan de
andere kant. Strooi bruine suiker erover, voeg hete sterke koffie toe en laat
nog 2 minuten pruttelen tot de bananen zacht zijn, maar nog niet uit elkaar
vallen.
Voeg rum toe, breng aan de kook en houd er een brandende lucifer bij. Serveer de
bananenhelften op een bordje, als de vlammen gedoofd zijn. Roer de koffiesaus
los en schep er overheen. Geef er een bol vanille-ijs bij. Dit gerecht krijgt
een extra tropisch tintje als u er kokosijs bij geeft. Garneer met reepjes verse
kokos.
Tip: Flambeer de bananen aan tafel. Dat maakt het dessert extra spectaculair.
Terug
De zegeningen van 'n beetje zout
Bron: Els Brenninkmeijer, Algemeen Dagblad 06-11-2006
Zout is essentieel voor ons lichaam. En het werkt verlichtend bij vele
aandoeningen en kwaaltjes. Maar het kan ook schadelijk zijn. Zeker als we, met ons huidige eetpatroon, er te veel van
binnenkrijgen.
Waar zit het in?
Zelfs drinkwater bevat zout
Van de 9 gram keukenzout die een Nederlander per dag binnenkrijgt, zit
zo'n 20 procent van nature in onze voeding en in ons drinkwater.
30-40 procent strooien we zelf over onze maaltijd.
40-50 procent is door fabrikanten toegevoegd aan ons eten. Bij veel
producten staat niet vermeld hoeveel zout er in zit. Soms wordt het
natriumgehalte vermeld. Vermenigvuldig dat getal met 2,5 en je krijgt
het zoutgehalte.
Er zijn zouten op de markt die minder natrium bevatten en meer andere
mineralen, zoals magnesium en kalium. Neem dan wel een merk waar jodium
aan is toegevoegd. De Gezondheidsraad constateerde al eens dat
dergelijke mineralenmengsels de bloeddruk van zoutgevoelige mensen met
een verhoogde bloeddruk verlaagt.
Wie ooit per ongeluk zoutarm brood heeft gekocht en geproefd, weet hoe
belangrijk de witte kristallen zijn voor smaakvol eten. Zelfs mierzoete drop
schijnt smerig te worden als er geen zout in zit.
Behalve prettig als smaakmaker is zout essentieel voor ons lichaam. De
scheikundige benaming natriumchloride zegt het al: natrium en chloride zijn de
belangrijkste bestanddelen. Beide zijn nuttig om de vochtbalans in het lichaam
te bewaren. In combinatie met kalium is natrium bovendien essentieel voor het
doorgeven van prikkels door de zenuwen en samentrekken van de spieren, zoals de
hartspier. Chloride is onmisbaar voor de ademhaling en de spijsvertering.
Daar houdt het niet mee op. Het lijstje toepassingen waardoor zout heilzaam kan
zijn voor lijf en gezondheid, is eindeloos. Dobberen in de bremzoute Dode Zee
werkt tegen de huidziekte psoriasis, gewrichtspijn en vermoeidheid. Een zout
waterbad is goed voor gezwollen voeten. Bij keelpijn zorgt gorgelen met een
zoutoplossing voor verlichting. En een zoutcompres stilt de pijn van een
bijensteek.
Bijna al het keukenzout en broodzout is tegenwoordig verrijkt met jodium. Dat
helpt de aanmaak van schildklierhormonen, die onmisbaar zijn voor de
stofwisseling, het zenuwstelsel en de groei. Jodium helpt struma, een ziekte aan
de schildklier, te voorkomen. Een volwassen persoon ‘bevat’ ongeveer 250 gram
zout - drie tot vier zoutvaatjes - en door transpiratie en gebruik van het
lichaam moet het steeds worden aangevuld.
Toch heeft een mens aan ‘slechts’ één gram keukenzout per dag genoeg, zegt Ineke
Volkers van het Voedingscentrum in Den Haag. Dat bevat 400 milligram natrium.
Gemiddeld krijgen Nederlanders veel meer binnen: volgens het Voedingscentrum
zo’n 9 gram keukenzout. En dat is weer een probleem, want te veel zout is als
een stille moordenaar: het kan zorgen voor een verhoogde bloeddruk en daardoor
voor hart- en vaatziekten. Niet bij iedereen, benadrukt Volkers. „Vroeger kreeg
iedereen met een hoge bloeddruk direct een zoutarm dieet voorgeschreven. Maar
tegenwoordig weten we dat zo’n beperking alleen werkt alleen bij mensen die
‘zoutgevoelig’ zijn. En of je dat bent weet je pas als je een maand lang minder
zout gaat eten.’’
Een te hoge natriuminname wordt verder in verband gebracht met een verhoogde
kans op een beroerte, neuskanker, astma, botontkalking (osteoporose) en
niersteenvorming. Amerikaanse wetenschappers berekenden eerder dat door te zout
eten jaarlijks 150.000 Amerikanen overlijden. In Groot-Brittannië was de hoge
zoutconsumptie een paar jaar geleden reden om een voorlichtingscampagne te
starten. De Food Standards Agency, de Britse Voedsel- en Warenautoriteit wil zo
consumenten bewust maken van de risico’s van te veel zout. Onder andere
fastfoodketens beperkten de hoeveelheid zout in hun menu’s. Over een paar jaar
hoopt de FSA de zoutinname per Brit teruggebracht te hebben tot 6 gram per dag.
Dat zou ook voor Nederlanders een aardig streven zijn. Toch ziet het
Voedingscentrum geen reden om zo’n zoutcampagne te beginnen. Ineke Volkers:
„Negen gram per dag is aanvaardbaar, al moet het niet meer worden.’’
Diëtiste Manon Groenewold denkt dat de zoutconsumptie veel hoger ligt. „Vooral
jongeren komen al snel aan 9 tot 12 gram per dag. Ze eten veel snacks, pizza,
kant-en-klare maaltijden. Van chips en pinda's weet iedereen dat ze zout zijn,
maar ons eten bevat veel ‘verborgen’ zouten. Neem pastasauzen, bonen uit een
potje, sauzen en soep uit een pakje. Alleen verse groenten bevatten geen zout.’’
Alle Nederlanders zouden op hun zoutconsumptie moeten letten. Maar dat is geen
sinecure, zegt de diëtiste, werkzaam bij het Dialyse Centrum Groningen (DCG). Ze
adviseert nierpatiënten bij hun zoutarm dieet. Als zij te veel zout eten,
krijgen ze dorst en drinken ze meer, terwijl ze dat extra vocht niet kwijt
kunnen via de nieren. Zo’n ’overvulling’ is schadelijk.
In plaats van zout kan men bij het koken kruiden, specerijen, gember, knoflook,
zonnebloempitten of sesamzaadjes gebruiken. Sauzen, soepen uit een pakje,
bouillonblokjes, ketchup en tomatenpuree bevatten ook veel zout. Neem in plaats
daarvan bijvoorbeeld pelpinda’s, minder zoute kaas, vlees met minder zout zoals
rosbief. En eet voldoende groente, fruit en aardappelen. Zij bevatten kalium en
dat werkt weer bloeddrukverlagend.
Wie een beetje oplet bij wat hij eet, hoeft niet benauwd te zijn, zegt Manon
Groenewold. "Als je gezond bent kan je lichaam een beetje extra zout best aan."
Terug
Paprika
Bron: Puck Kerkhoven, BN/De Stem, november 2006
De Nobelprijs voor Geneeskunde won hij ermee in 1937, Albert
Szent-Györgyi. Met een paprika! De Hongaarse chemicus ontdekte dat paprika's, en
vooral rode, een ongekend rijke bron zijn van vitamine C. Vitamines die
eenvoudig te isoleren bleken, en die in geconcentreerde vorm voor altijd een
einde maakten aan ziekten als scheurbuik. Hij wordt gezien als de grondlegger
van de tegenwoordig booming industrie van vitaminepreparaten.
Het mooie verhaal gaat dat Albert Szent-Györgyi halverwege de jaren dertig
helemaal vast zat met zijn onderzoek naar cel-ademhaling. Uit balorigheid ging
hij toen maar de paprika onderzoeken, die hij van huis had meegenomen. Nu is dat
laatste zeer aannemelijk, want in Hongarije worden ongekend veel paprika's
gegeten. Verwerkt in de bekende goulashsoepen en stoofschotels, gevuld met rijst
of gehakt, maar ook vers door de salade en als lunch op brood.
Alberts onderzoeksresultaten waren zo positief dat alle andere onderzoeken in
het laboratorium direct werden gestaakt. Binnen drie weken hadden zijn
medewerkers 1,5 kilo vitamine C uit paprika's geïsoleerd, terwijl ze in het
verleden met veel moeite hooguit een paar grammen wisten te bemachtigen.
Sensationeel, zo oordeelde ook de Wereld Gezondheidsraad, die hierin een
geweldig wapen zag tegen scheurbuik en andere gebreksziekten. Een nieuwe tak van
industrie ontstond, die van de vitaminepreparaten. Szent-Györgyi bedacht en
produceerde geconcentreerde paprika-pasta's (Vitaprik en Pritamin) die nu nog
steeds in Hongarije gebruikt worden.
Ik ben dol op dergelijke verhalen, ook al zijn ze misschien maar voor de helft
waar. Ze brengen ons namelijk goed nieuws over lekkere producten. Zo lees ik ook
héél graag dat het goed is voor mijn gezondheid om dagelijks een glas rode wijn
te drinken. Persoonlijk neem ik liever een knapperig stuk verse paprika dan een
pilletje om gezond te blijven. Maar je moet er wel wat voor over hebben, want
wat zijn de paprika's duur!
Bij onze buurtsuper betaal je tegenwoordig ruim een euro voor zo'n armetierig
paprikaatje, verpakt in eng cellofaan waar ik nooit om heb gevraagd. Hoewel de
aanvoer nu groot is, zie je daar in de supermarktprijs niets van terug. Nee, dan
moet je naar de Turkse groenteman of naar de markt. Zo tegen deze tijd worden ze
per kilo aangeboden voor rond de € 1,60 en dan heb je er al gauw een stuk of
zes. Groen, rood, geel, groot, klein, alles door elkaar.
Kies rode of gele als het je om de vitaminen gaat. Ze bevatten twee keer zoveel
als de (in feiten onrijpe) groene. Bovendien zijn ze zachter en zoeter van
smaak. Groene paprika's zijn wat bitterder. In sommige gerechten kan dat een
prettige aanvulling vormen, maar meestal laten de vriendelijke rode zich beter
combineren. De krachtige, volle smaak komt nog veel beter tot z'n recht als je
paprika's voor gebruik roostert en van hun vel ontdoet.
Dit maakt ze bovendien beter verteerbaar. Heerlijk in een salade (zie recept),
of bijvoorbeeld op een feestelijke bol met sla, kaas, rauwe ham en/of salami.
Gegrilde paprika's zijn in olie en azijn makkelijk 3 á 4 dagen houdbaar. En
neemt u vanavond op de bank, voor de TV een lekker chipje? Kies voor paprika,
véél gezonder ?
Recept
Salade met gegrilde paprika en geitenkaas
(bijgerecht voor 4 personen)
Ingrediënten:
200 gram gemengde salade
2 rode paprika's
1/2 eetlepel balsamico azijn
1 eetlepel extra vergine olijfolie
125 gram zachte geitenkaas
50 gram amandelsnippers
dressing
1 theelepel grove mosterd
½ eetlepel vloeibare honing
½ eetlepel (witte wijn) azijn
2 eetlepels olijfolie
1 theelepel gedroogde oregano
versgemalen peper en zout
Bereidingswijze:
Was paprika's en leg ze circa 15 minuten op een brandende gaspit tot het vel
zwartgeblakerd is. Regelmatig draaien, gebruik het steeltje als handvat. Doe in
een plastic zak en knoop die hermetisch dicht. Laat circa 15 minuten zo liggen.
Pel nu het vel eraf, verwijder steel, zaadlijsten en pitjes. Snijd in lange
repen en halveer ze. Leg in een schaaltje en besprenkel met balsamico-azijn en
olie.
Rooster amandelsnippers in een droge koekenpan tot ze goudbruin (maar niet
zwart) zijn. Laat afkoelen. Was sla in koud water en slinger goed droog. Klop
een zachte dressing van mosterd, azijn, olie, peper, zout, honing en oregano.
Schik slabladeren in een wijde schaal, leg paprikareepjes erop en verdeel kleine
stukjes geitenkaas erover. Besprenkel met dressing en bestrooi tot slot met
geroosterde amandelsnippers. Heerlijk bij biefstuk met gebakken uien en vers
afgebakken ciabatta. Drink er een stevige rode wijn bij; een Spaanse Rioja
bijvoorbeeld.
Terug
Bananen
Bron: Harm Harkema,
Noordhollands Dagblad, 10 november 2006
Een banaan is driekwart water, de rest bestaat grotendeels uit koolhydraten,
waarbij tijdens het rijpen zetmeel wordt omgezet in glucose (druivensuiker). Dus
hoe rijper de banaan, hoe zoeter. Koolhydraten leveren energie. Honderd gram
eetbare banaan is goed voor 88 kilocalorieën, dat is zo’n 114 kilocalorieën per
hele banaan. Is dat veel en dikmakend?
Valt wel mee. De meeste andere fruitsoorten leveren inderdaad wat minder
energie. Sinaasappels en appels bijvoorbeeld zitten op zo’n 50 kilocalorieën per
ons. Maar aan de andere kant: bananen zijn gewoonweg ’light’ vergeleken bij vele
andere tussendoortjes: de meeste koek bevat al gauw meer dan 300 kilocalorieën
per honderd gram. Dat is dus meer dan drie keer zoveel als een ons banaan.
Terwijl veel tussendoorkoeken vooral opvallen door grote hoeveelheden vet en
suiker, bevatten bananen een ruim arsenaal aan nuttige voedingsstoffen. Niet
voor niets is de banaan na rijst, graan en maïs het meest gegeten voedsel ter
wereld. De bakbanaan (met meer zetmeel) is in menig tropisch land basisvoedsel,
zoals de aardappel dat is (of in ieder geval was) in West-Europa. Er zijn meer
overeenkomsten tussen aardappel en (bak-)banaan: je kunt beiden bakken en koken
of frituren. Ook van bananen kun je chips maken.
Bovendien is er opvallend veel overeenkomst tussen de voedingsstoffen die er
inzitten. Net als aardappelen bevatten bananen vrij veel kalium, een mineraal
dat een belangrijke rol speelt bij het doorgeven van prikkels in het
zenuwstelsel en -samen met natrium- bij de regeling van de bloeddruk. Fosfor?
IJzer? Zink, vitamine C, foliumzuur? Een banaan bevat van allerlei mineralen en
vitamines wel wat.
De banaan is bovendien een nauwelijks te overtreffen bron van vitamine B6
(pyridoxine, dat onontbeerlijk is in tal van basisprocessen die in in het
lichaam plaatsvinden. Vitamine B6 is betrokken bij de werking van verschillende
hormonen, speelt een rol in het afweersysteem en het zenuwstelsel en kan niet
gemist worden bij de groei en de aanmaak van bloed. Tekorten aan vitamine B6
komen bij ons niet veel voor, wel moeten bijvoorbeeld alcoholisten oppassen.
Natuurlijk bevatten bananen ook vezels. Vezels geven een vol gevoel geven en
maken toch niet dik, ze verlagen het cholesterolgehalte in het bloed een beetje
en ze zijn vooral goed voor darmflora en stoelgang: met voldoende vocht houden
ze de ontlasting zacht. Dat bananen obstipatie in de hand zouden werken is een
fabeltje.
Terug
|