ONDERWERPEN A - Z
Tip: Gebruik de
sneltoetscombinatie Ctrl F om deze pagina te doorzoeken.
Vis houdt de hersenen fit
Boven
Bron: Johan Lamoral,
Amersfoortse Courant d.d. 3 april 2004
Wetenschappers vinden steeds meer
aanwijzingen dat visolie een belangrijke rol speelt bij het voorkomen van
depressies, wisselende gemoedsstemmingen en mentale vermoeidheid. In een
wereldwijde internationale studie werden verschillende bevolkingsgroepen met
elkaar vergeleken en daaruit bleek dat naarmate het visverbruik groter is, het
aantal depressies lager en de algemene mentale gezondheid beter is.
Zit in vis een stof die een gunstige
invloed heeft op de werking van de hersenen? Hersenen bevatten naast water ook
zeer veel vetten die bijzonder rijk zijn aan DHA, decosahexaeenzuur, een vetzuur
dat het lichaam slechts in beperkte mate aanmaakt. Of het voldoende aanmaakt
hangt onder meer af van het voedingspatroon. Onderzoekingen hebben aangetoond dat ons westers voedingspatroon de aanmaak
van DHA niet in de hand werkt. Voor een goede hersenwerking zou een voldoende
toevoer van DHA via de voeding dus belangrijk kunnen zijn. Wat heeft dat nu
met vis te maken? Ongeveer zestig procent van het drooggewicht van de hersenen
bestaat uit vetten. Een groot deel van dat vet bestaat uit dezelfde vetten die
zijn te vinden in visolie. Het zijn essentiële vetzuren, onontbeerlijk voor de
ontwikkeling en het goed functioneren van de hersenen. De belangrijkste bron van
DHA in de voeding is dan ook vette vis. Biochemisch behoort DHA tot de klasse
der 'hogere omega-3 vetzuren', maar het hoger vetzuur dat in vette vis voorkomt
is EPA, eicosapentaeenzuur. Om dat EPA draait het allemaal, want niet elke
visolie is evenwaardig. Net zo als elke soort vis een eigen smaak heeft, zo
verschilt ook de samenstelling van hun olie. De universiteiten van Maastricht en van Gent zijn nauw betrokken bij het
onderzoek. Het initiatief gaat uit van professor M. Maes van het Departement
Psychiatrie en Neurobiologie in Maastricht, terwijl in Gent gespecialiseerde
analyses en voedingsonderzoek worden uitgevoerd onder leiding van professor A.
Christophe van de Vakgroep Inwendige Ziekten, afdeling Voeding. De
onderzoekers hebben reeds lang vermoed dat de verhouding van DHA tot EPA een
belangrijke rol speelt. Het blijkt nu steeds meer dat een hoog EPA-gehalte in de
DHA-huishouding een gunstige invloed heeft bij mensen die problemen hebben met
hun geestelijke gezondheid en met gemoedsstoringen.
Maes geeft een voorbeeld om het duidelijk
te maken. "De hersenen kun je vergelijken met een auto. DHA speelt dezelfde
rol als het staal en de carrosserie van een auto, doordat DHA onmisbaar is voor
de basisstructuur van de hersenen. Zonder DHA kunnen de hersenen zich niet
normaal ontwikkelen en daarom is DHA vitaal voor de ontwikkeling van de hersenen
in de foetus en bij jonge kinderen. Voor oudere kinderen en volwassenen heb je
EPA nodig." "EPA is als benzine of diesel, het laat de hersenen functioneren. EPA vormt
slechts een beperkt deel van de vetzuren in de hersenen, maar de rol van EPA in
de communicatie in en tussen de zenuwcellen is van vitaal belang. Zonder een
voldoende hoeveelheid EPA komt de onderlinge communicatie van de verschillende
neuronen in de hersenen ernstig in het gedrang." De wetenschappers die onderzoek verrichten naar het functioneren van de mentale
gezondheid en naar gemoedsstoringen, richten hun aandacht dan ook steeds meer op
EPA in plaats van op DHA. Proeven hebben inderdaad uitgewezen dat EPA een
waardevolle hulp kan zijn bij de behandeling van problemen als depressie,
angsttoestanden, allerlei gemoedswisselingen, hyperkinetisch gedrag,
schizofrenie en autisme.
Vis dus. "Maar dan wel vette
vissoorten", zegt de Gentse hoogleraar Christophe. "Haring, zalm,
makreel, sardienen en andere. Levertraan komt niet in aanmerking, al wordt dat
soms beweerd." Beide onderzoekers stellen ook dat bij de bevolking nogal
wat onwetendheid bestaat wat betreft de samenstelling en de kwaliteit van
visoliën. 'We' veronderstellen dat alle visolie gelijk is. Maar de olie
van gekweekte zalm is niet dezelfde als die van wilde zalm, om een voorbeeld te
noemen. Geschikte visolie is afkomstig van diepzeevis. De veiligste en zekerste manier om goede visolie te gebruiken is - naast
genoemde vissoorten eten natuurlijk - je toevlucht nemen tot capsules met zeer
zuivere visolie die onder streng wetenschappelijk toezicht worden samengesteld.
De olie wordt gedistilleerd via 'superkritische vloeistofextractie'. Dat
betekent dat de olie onder de 50°C blijft en dat de werkzame isomeren niet
worden beschadigd.
Terug
Lang leven
op zijn Grieks Door dr Van der Wiel, internist; Amersfoortse Courant d.d. 10 juli
2003.
De Griekse gezondheidszorg moge dan niet kunnen
tippen aan die van ons land, de doorsnee Griek leeft aanzienlijk langer en
gezonder dan een bewoner van de lage landen. Dat kan natuurlijk samenhangen met
een prettiger klimaat en een minder stressvol bestaan, maar vermoedelijk speelt
het voedingspatroon een belangrijker rol.
Reeds in de jaren vijftig van de vorige eeuw viel het op dat de inwoners van
Kreta nauwelijks hart- en vaatziekten kennen. Ook bepaalde vormen van kanker
worden er vrijwel niet waargenomen en daarmee is de eilandbewoner een lang leven
beschoren. Al snel werd de link gelegd met het voedingspatroon en bleek ook bij
andere gebruikers van het mediterrane dieet, zoals elders in Griekenland en
Zuid-Italië, dit gunstige gezondheidsprofiel. De belangrijkste kenmerken van
het mediterrane dieet zijn een overvloed aan fruit, groenten, peulvruchten,
granen en noten. Daarnaast is olijfolie de voornaamste vetbron, terwijl de
consumptie van eiwitten vooral berust op het gebruik van vis en gevogelte. Rood vlees wordt relatief weinig gegeten en de maaltijden worden vergezeld van
een glas wijn.
De afgelopen jaren is dit dieet sterk gepropageerd en hoewel omgeven met de
nodige fabeltjes neemt de wetenschappelijke bewijslast ten gunste van het dieet
toe.
Een bijzondere waarneming met het invoeren van een dergelijk dieet werd tien
jaar geleden gedaan in de Franse stad Lyon. Van de ruim 600 patiënten, die
opgenomen waren geweest met een hartinfarct kreeg de ene helft een soort
mediterraan dieet, ook wel het Lyon-hartdieet genoemd, en de andere helft het
dieet, dat toen standaard werd geadviseerd aan hartpatiënten. In de groep met
het Lyon-hartdieet bleek in de jaren daarna het risico op een tweede infarct of
een ander vaatprobleem met maar liefst 73 procent afgenomen. En dit terwijl het
cholesterol- en vetgehalte van het bloed niet waren gewijzigd! Bij behandeling
met de thans zo populaire cholesterolverlagende middelen (statines) neemt dit
risico 30 tot 35 procent af.
Het is opmerkelijk dat we van de toepassing van het Lyon-hartdieet, ondanks deze
imponerende resultaten en publicaties in vooraanstaande medische tijdschriften
zo weinig horen, terwijl bij elke gelegenheid de loftrompet wordt gestoken over
de statines. Misschien is dit ook wel niet zo opmerkelijk, omdat de
farmaceutische industrie kapitalen verdient met deze cholesterolverlagende
medicijnen en dus de propagandamachine volop laat draaien, terwijl aan een dieet
weinig valt te verdienen. In 2002 werd een soortgelijke dieetinterventiestudie
uitgevoerd in India. Van 1000 patiënten met dichtgeslibde kransslagadervaten of
een hoog risico daarop kreeg de helft een zogeheten Indo-mediterraan dieet en de
andere helft het standaarddieetadvies. Het Indo-mediterrane dieet bestond uit
veel groenten, granen, fruit en mosterd- of sojaolie. Ook hier werd een
aanzienlijke afname gezien van het risico op een hartinfarct of plotse hartdood
in de groep met het speciale dieet in vergelijking met de groep met het
standaarddieet.
Afgelopen maand verscheen in het prestigieuze tijdschrift The New England
Journal of Medicine een publicatie over een groot onderzoek uitgevoerd bij
22.000 volwassen personen in Griekenland. Al die mensen werd met behulp van een
enquête gevraagd naar hun voedingspatroon. Op basis van de antwoorden werd
vastgesteld in hoeverre dit patroon overeenkwam met het klassieke mediterrane
dieet. Hoe meer het dieet de kenmerken vertoonde van het mediterrane dieet, des
te kleiner bleek het risico te overlijden aan een hartinfarct of aan kanker.
Opvallend was overigens, dat dit verband wel kon worden aangetoond voor het
dieet als geheel, maar niet voor specifieke onderdelen van het dieet. Zo bleek
het gebruik van olijfolie slechts een zeer licht voordeel te bieden terwijl de
consumptie van de enkelvoudige onverzadigde vetzuren als groep wel een
duidelijke afname van het risico toonde. Tot die groep behoren behalve olijfolie
ook noten en raapolie (canola). Op welke wijze deze vetzuren hun gunstige effect
uitoefenen is nog verre van duidelijk. Men veronderstelt dat door deze vetzuren
de samenstelling van de bloedvetten verandert, maar ook de eigenschappen van
cellen. Beide worden minder gevoelig voor oxidatieve (een zuurstofverbinding
aangaande) stress, een proces waarbij zuurstofradicalen op vetten en cellen
inwerken en waarmee schade wordt aangericht.
Hoewel de exacte werking van het mediterrane dieet dus nog in nevelen is gehuld,
moet de praktische toepassing ervan geen problemen opleveren. Het is nauwelijks
een straf te moeten genieten van de mediterrane keuken.
Terug
Teveel vitamines? Laat ze praten
Laat ze maar praten, die wakkere jongens in Europa. Het risico om in
Nederland via het eten te veel vitamines en mineralen binnen te krijgen, is
klein. Wel is het uitkijken als behalve de dagelijks kost, levensmiddelen met
extra vitamines en mineralen en vitaminesupplementen naar binnen worden gewerkt.
Dat is niet alleen uitermate schadelijk voor de portemonnee, maar een kleine
kans op een overdosis is dan niet uit te sluiten. De laatste jaren hebben
eetfabrikanten het bijzonder goed met ons voor. Aan de lopende band bieden ze
ons gezondheid aan.
Stap maar eens een willekeurige supermarkt binnen. Veel van wat in de schappen
staat, is gezond, volgens het etiket dan. Het ene product beschermt met allerlei
toevoegingen tegen hartfalen, het andere tegen kanker.
De brutaalste smaakmakers bedenken spullen die extra speciaal heel goed zijn. Je
doet jezelf als het ware tekort door ze niet te eten. Bijvoorbeeld een
chocoladekaakje van Liga, waarin vitamines, mineralen en vezels zitten, veel
meer dan in een bord havermoutpap. Een ontbijtvervanger noemt de fabrikant dat
snoepgoed.
Overigens mogen die fabrikanten hun producten niet eindeloos volproppen met
gezond. Ze moeten maat houden. Voor sommige vitamines en mineralen bijvoorbeeld
gelden in Nederland maximale hoeveelheden, andere mogen alleen onder bepaalde
voorwaarden in een levensmiddel worden gestopt of niet, zoals foliumzuur. En nu
wil Brussel ook nog eens Europese wetgeving.
Schuif al die verrijkte producten uit de super nu eens in de boodschappentas en
eet ze thuis allemaal lekker achter elkaar op. Houden we zo gezond en wel al die
enge ziekten buiten deur? Geenszins, na afloop ben je doodziek, zo niet gewoon
dood. Zijn die spullen ineens niet meer gezond? Misschien wel, maar gezond is nu
eenmaal niet optelbaar. Tweemaal zo gezond bestaat niet. Gezond heeft namelijk
een maat.
Neem de vitaminen, ze mogen dan goed zijn voor het lijf, maar tweemaal zo veel
vitaminen is niet beter. Integendeel, kan zelfs schadelijk zijn. Het
opmerkelijkste geval van vitaminevergiftiging deed zich lang geleden voor
tijdens de overwintering op Nova Zembla. De heren in het Behouden Huys deden
zich te goed aan een feestmaal van ijsberenlever en die staat bol van de
vitamine A. Het gros van de disgenoten ging daarop onder zeil met fikse
vergiftigingsverschijnselen.
Eén ding staat echter als een paal boven water; we kunnen gewoon niet zonder
vitaminen en mineralen. Dagelijks moeten we een portie binnen zien te krijgen.
De eetgeleerden noemen dat de Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid (ADH). Overigens
is het geen al te grote opgave daaraan te voldoen. Het gaat namelijk om
minuscule hoeveelheden, milligrammen en microgrammen en in het algemeen zitten
er genoeg vitaminen in het eten, ook tijdens de wintermaanden. Wie gevarieerd
eet met voldoende groente en fruit, krijgt praktisch nooit minder vitaminen en
mineralen binnen dan nodig. Vitaminesupplementen in welke vorm dan ook zijn een
duurbetaalde, overbodige luxe.
Daar komt nog bij dat een losbandig eetleven niet kan worden gecompenseerd met
een handje pillen of een variatie aan verrijkte producten. Hoewel het lijf geen
onderscheid maakt tussen synthetische en echte vitaminen, wordt met die extra
vitaminestoot het risico op allerlei enge ziekten allerminst kleiner. Iemand die
geen maat weet te houden en langdurig te veel, te vet en te zout eet, kan zijn
voeding niet gezond maken met vitaminen uit een pot of pak. Die supplementen,
met hun gelikte farmaceutische uitstraling, en de door reclameschrijverstaal
aanbevolen verrijkte producten dienen dus vooral de zaak van de fabrikant.
In het algemeen geldt dat extra vitamineshots overbodig zijn, maar uiteraard
bestaan er uitzonderingen. Enkele groepen kunnen een handje extra vitaminen of
mineralen goed gebruiken, de zogenoemde risicogroepen. Kinderen (vitamine D)
bijvoorbeeld en zwangere vrouwen (onder meer foliumzuur, vitamine B11) hebben af
en toe een steuntje in de rug nodig. En ouderen niet te vergeten, omdat met het
stijgen der jaren de trek in eten kan afnemen. Minder eten houdt in: minder
vitaminen, terwijl de behoefte daaraan gelijk blijft. Vandaar dat voor ouderen
een extraatje aan de vitamine B op z'n plaats is en vitamine D en calcium om
botontkalking tegen te gaan. Hoewel, het beste middel tegen osteoporose is niet
ouder dan 50 te worden. Dat is pas maat houden.
Bron: Wim Meij, Algemeen Dagblad 18-11-2003
Terug
Carpaccio uit Italia
Het gebeurt niet vaak dat je geboortedatum en
plaats van een gerecht nauwkeurig kunt achterhalen, maar bij carpaccio weten we
precies waar, wanneer, door wie én... waarom hij werd bedacht. Alle eer aan
Giuseppe Cipriani, eigenaar van de fameuze Harry's Bar, op kruipafstand van het
San Marco-plein in Venetië.
Tot zijn beroemde en/of vermogende stamgasten rekende hij in de vijftiger jaren
behalve Ernest Hemmingway, Charlie Chaplin, Maria Callas en Onassis, ook een
Venetiaanse gravin; Amalia Nani Mocenigo. Zij leed aan bloedarmoede en kreeg van
haar dokter te horen dat ze rauw rood vlees moest eten. Cipriani bedacht voor
haar een mooie schotel met dunne plakjes rauwe ossenhaas, mayonaise,
worcestersaus, tabasco en witte peper.
Hij noemde zijn culinaire kindje Carpaccio, naar de Italiaanse
renaissanceschilder Vittore Carpaccio, van wie op dat moment een grote
overzichtstentoonstelling werd gehouden. Zijn heldere roodtonen deden hem denken
aan het rood van de ossenhaas. Tot op de dag van vandaag staat Carpaccio (voor
bijna euro 100!) op de kaart van Harry's Bar, die overigens niet meer wordt
gerund door Giuseppe maar door zijn zoon Arrigo; Italiaans voor Harry.
Als ik lieg, dan lieg ik in commissie, maar ook het verhaal hoe Giuseppe
Cipriani aan zijn Harry's Bar kwam, is smeuïg als een bordje goede carpaccio.
Guiseppe mixte rond 1930 als barkeeper in een chic Venetiaanse Hotel drankjes en
cocktails voor een groepje Amerikanen dat de economische crisis in eigen land
ontvluchtte. Eén daarvan was een sympathieke student , Harry Pickering, die
samen met zijn tante en haar jonge minnaar, elke dag bij hem lunchte. Tot de
drie ruzie kregen. Tante en lief gingen terug naar Amerika en Harry bleef achter
met de onbetaalde rekening. Guiseppe toonde medelijden met de jongen en leende
hem de 10.000 lire die hij had gespaard om een eigen bar te kunnen openen.
Pickering betaalde alle rekeningen en vertrok naar de VS.
Na een half jaar kwam Harry terug, loste zijn schuld af, plús 30.000 lire als
dank voor de hulp in benarde tijden. Daarmee kon Guiseppe zijn felbegeerde bar
openen in een oude touwslagerij, bij de aanlegsteiger van de San Marco. Hij
noemde hem Harry's Bar, naar zijn Amerikaanse vriend.
Nog even terug naar de carpaccio, dat subtiele Italiaanse voorgerecht dat
tegenwoordig van de meest uiteenlopende ingrediënten wordt gemaakt. Variërend
van rauwe tonijn en zalm tot kalfsbiefstuk en gekookte bietjes. Ik ben zelfs
carpaccio van ananas op een kaart tegengekomen. De enige echte, gesneden van
ossenhaas, staat voor mij voor de essentie van de Italiaanse keuken; een simpele
bereidingsmethode die de pure smaken van de verse, eerste kwaliteit
basisproducten optimaal naar voren laat komen. Buon apetito!
Bron:
Puck Kerkhoven, Amersfoortse Courant van 22 juli 2003
Terug
Kan foliumzuur botbreuken voorkomen?
Botbreuken door osteoporose vormen een van de belangrijkste problemen in de
volksgezondheid. In Nederland breken jaarlijks tienduizend mensen hun heup, in
de Verenigde Staten belanden elk jaar 300.000 ouderen met een heupfractuur in een
ziekenhuis. Dan begint soms pas de ellende.
Geregeld blijven pijnklachten en moeilijkheden met lopen bestaan. Flinke
wandelingen, grote reizen, golfen en tennissen zijn er niet meer bij. De kwaliteit
van leven neemt af. Er valt een schaduw over de toekomst. Om over de kosten van
osteoporose voor de minister van volksgezondheid maar niet te spreken.
Fracturen van de heup, de pols of van wervels, vaak na een onbetekenende val,
worden in de hand gewerkt door osteoporose, ook wel botontkalking genoemd.
Voldoende kalk en vitamine D in het voedsel, zonlicht op de huid en dagelijkse
lichaamsbeweging helpen osteoporose voorkomen. Maar slechts ten dele.
Mede door Nederlands onderzoek is een geheel nieuw en verrassend licht
geworpen op het ontstaan van osteoporose (New Engl Journ of Medic, 13 mei
2004). Het blijkt namelijk dat een verhoogd gehalte van het aminozuur
homocysteïne (HC) in het bloed een sterke risicofactor vormt voor osteoporotische fracturen. In onze column is al eerder besproken dat een
verhoogd HC-gehalte schadelijk is en bij kan dragen aan het ontstaan van atherosclerose,
'aderverkalking', trombose, en daarmee van een hartinfarct of een
beroerte. Ook lijkt een verhoogd HC-gehalte in het bloed een risicofactor te
zijn voor het ontstaan van dementie.
Uit het Nederlandse en een gelijktijdig gepubliceerd Amerikaans onderzoek
blijkt nu dat een verhoogd HC-gehalte kan leiden tot osteoporose en een verhoogd
risico op botbreuken.
De Amerikaanse onderzoekers onderzochten 825 mannen en 1174 vrouwen met een
gemiddelde leeftijd van 70 jaar die twaalf jaar of langer werden gevolgd. Het
bleek dat bij het kwart van de deelnemers met de hoogste HC-concentraties het
risico van een heupfractuur bij mannen vier keer zo hoog was en bij vrouwen
tweemaal zo hoog vergeleken met het kwart van de deelnemers met de laagste HC-waarden.
De resultaten van het grote Nederlandse onderzoek werden gepubliceerd door
medewerkers van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam en het VU Medisch
Centrum in Amsterdam. Bij 2400 mannen en vrouwen van 55 jaar en ouder werd het
HC-gehalte bepaald en het optreden van botbreuken nagegaan in een
observatieperiode van 2,7 jaar (Amsterdam) tot acht jaar in Rotterdam. Ook
in Nederland bleek een verhoogd HC-gehalte gepaard te gaan met een duidelijk
verhoogde kans op fracturen. Het risico bij het kwart deelnemers met het hoogste
HC-gehalte was twee keer zo groot vergeleken met de driekwart van de mensen met
een lagere HC-concentratie in het bloed.
Deze grote onderzoeken aan beide zijden van de Atlantische Oceaan maken
duidelijk dat een nieuwe risicofactor voor het ontstaan van botbreuken bij
ouderen is ontdekt. De vraag is nu hoe het komt dat een hoog HC-gehalte tot
osteoporose leidt. In tegenstelling tot wat men misschien zou verwachten, is de
botdichtheid, de kalkrijkdom van de botten, niet verlaagd. Men vermoedt nu dat
de sterkte van het bot is verminderd doordat de architectuur van het bot op
microscopisch niveau is veranderd. Bepaalde bindweefselvezels in de botstructuur,
de collageenvezels, hebben bij een hoog HC-gehalte onvoldoende trekvastheid,
waardoor de botten fragieler worden. Vergelijk het met gewapend beton waarbij om
een vlechtwerk van metalen kabels de 'ijzersterke' betonmuur wordt gestort. Als
de kabels doorroesten is het leed niet te overzien.
Deze bevindingen kunnen belangrijke consequenties hebben voor de medische
praktijk. We wisten al dat het homocysteïnegehalte stijgt met het ouder worden.
Ook is al lang bekend dat foliumzuur, vitamine B11, het HC-gehalte kan verlagen.
Ouderen voeden zich vaak slecht. Meer dan eenderde van de senioren blijkt dan
ook een foliumzuurtekort te hebben. In Nederland, België en Duitsland is bij
30/50 procent van de 65-plussers het HC-gehalte te hoog.
Nu weten we dus dat deze oudere bevolkingsgroep een verhoogd risico loopt
botbreuken te krijgen. Wat is er op tegen dat iedereen boven de 55/60 jaar
dagelijks een tabletje met 0,4 mg foliumzuur slikt? Men kan het nog combineren
met een tablet vitamine B-complex. Hierin zit vitamine B6 en B12 wat de werking
van foliumzuur bij het omlaag brengen van homocysteïne nog versterkt. Een bezwaar
is natuurlijk dat voor een definitief bewijs wat betreft de effectiviteit van
foliumzuur bij het voorkómen van botbreuken eigenlijk gewacht moet worden op de
resultaten van een nieuwe prospectieve studie. Daarbij wordt dan aan grote
aantallen ouderen dubbelblind een tabletje foliumzuur dan wel een placebo (foptablet) gegeven. Vervolgens kijkt men een paar jaar later hoeveel fracturen in beide
onderzoeksgroepen zijn opgetreden en of foliumzuur daadwerkelijk helpt. Maar zoveel
tijd hebben een heleboel senioren niet. Foliumzuur (en vitamine B-complex) zijn
bij de drogist te krijgen. Verlaag dus de kans om bij een val een heup of een
wervel te breken. Foliumzuur lijkt ook de kans op dementie te verlagen.
Wellicht kan met dit eenvoudige tabletje veel narigheid worden voorkomen!
Een artikel van dr Herman Hart, internist, Amersfoortse Courant van 12 juni
2004
Terug
Levertraan weer
terug, maar als pilletje Door
Emil Bode, De Telegraaf van 18 juli 2004Als de letter R in de maand was, kreeg ik als klein jongetje
na het avondeten een grote lepel levertraan van mijn moeder. Daarna werden we voor onze inspanningen beloond met een snoepje of een koekje. Mijn oudere broer
(ik spreek over begin jaren zestig) gruwde van het gelige vocht. Van de
combinatie spruitjes en als toetje een lepel levertraan krijgt deze vijftiger
nog steeds hartkloppingen. Mijn drie jongere broertjes en zusje hebben
nooit levertraan gekregen, want toen was het uit de mode. Zelf maakte ik niet
zo'n probleem van een lepel levertraan, ook al omdat ik daarna de trommel met
speculaas mocht halen en vrij spel had. Bij herhaling krijg ik tips van (oudere) mensen die levertraan
fantastisch vinden.
- Een oude visser schreef mij eerder dit jaar dat hij door
spierreuma zo goed als invalide is. Niets hielp. Ergens had hij nog een
hoeveelheid levertraan liggen en gebruikte dat zes weken lang. Zijn
bloedbezinksel daalde van 70 naar 30 en de pijn in vingers en schouders
verdween.
- Hoewel levertraan uit de gratie lijkt, is het nog steeds
een uitstekend product. Het is rijk aan poly-onverzadigde vetzuren. Dat zijn
verbindingen die van levensbelang zijn voor onze gezondheid. Ze worden ook wel
omega-3-vetzuren genoemd. Zij zijn van groot belang omdat het menselijk
lichaam ze zelf niet kan aanmaken.
- Er wordt aangenomen dat levertraan een bloedverdunnende
werking kan hebben, het risico op ontstekingen (zoals de ziekte van Crohn,
artritis, psoriasis) kan verminderen en de kans op hartaandoeningen verkleint.
- Levertraan voorkomt dat het bloed gaat stollen. Het is ook
nuttig voor de behandeling van reuma en andere pijnlijke aandoeningen. Zo dom
was die visser dus niet. De stoffen in levertraan verlagen eveneens de
bloeddruk.
- Een alternatief is overigens het eten van vette vis zoals
makreel, paling, haring, bokking en zalm, wat de gezonde ontwikkeling van
nieuwe cellen, vooral in de hersenen en het ruggenmerg, bevordert.
- Medici menen dan ook dat iedereen in zijn voeding
voedingsmiddelen met deze omega-3-vetzuren moet opnemen. Levertraan is ook een
goede vervanger van pijnstillers.
- Een aanbevolen hoeveelheid wordt niet voorgeschreven. De
levertraansupplementen in de vorm van capsules of vloeistof bieden 3 tot 9
gram levertraan per dag. U kunt ook twee porties vette vis per week eten.
- Omdat levertraan een bloedverdunnend effect heeft, mogen de
supplementen niet worden gebruikt in combinatie met medicijnen die hetzelfde
effect hebben. Bij twijfel aan de huisarts vragen.
- Levertraan raakte in de jaren zeventig uit de gratie omdat
men dacht dat het uit de beschermde walvis werd gewonnen. Het werd echter uit
kabeljauw gehaald. De beroemdste levertraan was die van Samuel Draisma van
Valkenburg. Het bedrijf ging in 1971 over de kop.
De wonderlijke wereld van yoghurt
In de koelvitrine bij mijn Turkse bakker ontdek ik liter-emmertjes
yoghurt. Belangstellend informeer ik of dat dezelfde romige, dikke
yoghurt is als de Griekse. Kennelijk een domme vraag want hij reageert
nogal heftig. De donkere ogen in zijn vollemaansgezicht kleuren nog
een paar tinten donkerder. Hij fronst zijn wenkbrauwen en bromt, boos
over zoveel onbegrip: "Yoghurt komt uit Turkije!"
Hij vervolgt: "Wíj hebben de wereld yoghurt gegeven. Die Grieken komen
bij ons yoghurt halen voor hun tzatziki, die wij trouwens ook al
eeuwen kennen als Cacik (spreek uit Djadjik)." Zijn boosheid is al
pratende omgeslagen in trots. Daar kan ik meer mee. "Ik zal het nooit
meer vergeten", beloof ik en keer huiswaarts met een emmertje Süzme
Yogurt, waarbij Süzme staat voor dik (uitgelekt).
Nou dik is hij. Steek er een lepel in en hij blijft rechtop staan.
Associaties met stopverf komen boven maar dat heeft meer te maken met
het plastic emmertje. Niet met de smaak, want die is ronduit
fantastisch. Met dank aan de 10% vet die erin zit, wat best veel is.
Ik zoek het meteen na en ja hoor, mijn trotse bakker heeft gelijk. 'De
geleerden' zijn het erover eens dat yog(h)urt van oorsprong een Turks
woord is. Bij ons is die h er ooit tussen geglipt.
Ruim 4000 jaar geleden ontdekten Turkse nomadenvolken hoe je uit verse
schapen- en geitenmelk yoghurt kon maken, een smakelijk product dat
véél langer houdbaar en makkelijker te vervoeren is. Met de hulp van
melkzuurbacteriën, maar dat wisten ze toen nog niet. Voor wie het wil geloven, er gaat zelfs een verhaal dat Noach de
uitvinder is van de yoghurt. Toen hij met zijn schip strandde in het
huidige Turkije, sloeg hij de melk van de dieren aan boord op in lege
magen van dieren die hij had geslacht. Daar werd het omgezet in
yoghurt, een razend gezond product want Noach werd, dat is bekend,
stokoud. Met de groei van het Turkse Rijk verspreidde de
'yoghurtcultuur' zich over de hele Islamitische wereld, naar
Griekenland en de Balkan, naar Rusland en richting India .
Voor een Turkse kok is het absoluut ondenkbaar dat hij geen yoghurt in
huis heeft. Allerlei dagelijkse gerechten bereidt hij ermee. Behalve
in de al genoemde komkommerdip Cacik gaat yoghurt door de populaire
aubergine salade Patlican salatasi (zie recept), door soepen, sauzen
en gebak, en door de beroemde Köfte (gehaktballen). Veel Turkse
gezinnen eten als ontbijt een bordje yoghurt met tomaat, munt en
olijven en zien dat als de meest frisse manier om de dag mee te
starten.
Bij de lunch drinken ze graag een beker Ayran; een hartige
yoghurtdrank die hun zoutgehalte goed op peil houdt in het droge hete
Turkse klimaat. En vormt yoghurt, net als bij ons, een ideaal dessert,
gecombineerd met vers fruit of met honing en noten.
RECEPT
Yoghurtlu Patlican Salatasi (maaltijdsalade van aubergine met yoghurt)
Bron: Puck Kerkhoven, Utrechts Nieuwsblad, september
2004
Terug
Kapucijners
Juli is de maand van de verse kapucijners. In grote bergen
liggen ze opgehoopt bij de groentestallen op de markt. Ze hebben beslist iets
moederlijks, die stoere paarse peulen, die hun prille zachtgroene erwten
beschermen tegen de boze buitenwereld. Maar tegen onze doppende duimen zijn ze
toch niet opgewassen. Liefhebbers van deze sappige, knapperig verse peulvruchten
slaan nu hun slag. De rest van het jaar worden kapucijners verkocht in blik of in glas, of in
gedroogde vorm. Hun frisgroene uiterlijk is dan veranderd in het grauwe bruin
van de pij van een kapucijnermonnik. Zo komt deze voedzame grauwe erwt (pisum
arverse in het Latijn) aan zijn Hollandse naam.
Zijn bijnaam 'raasdonder' komt uit het matrozenjargon en slaat op een minder
smakelijke eigenschap. Wie kapucijners eet - matrozen op volle zee aten ze
meerdere keren per week - voelt ze in alle hevigheid door zijn donder razen; met
andere woorden heeft last van winderigheid. Van Dale wil ons laten geloven dat
het razen slaat op het ratelende geluid dat de harde erwten maken als ze op het
bord vallen. Ik ga met uw welnemen voor de minder brave lezing.
Voedingswetenschappers hebben zich gebogen over de bijverschijnselen van de
kapucijner. Het blijkt dat gedroogde erwten behalve gezonde vezels, koolhydraten
en ijzer, veel meervoudige suikers bevatten. Leg een kapucijner in vochtige
aarde en hij gaat enthousiast kiemen. De plant geeft zijn nazaten met de suikers
een extra portie voedingsstoffen mee om goed te groeien. Ons
spijsverteringskanaal kan er helaas weinig mee. In het laatste stukje darm
zitten bacteriën die de suikers wél kunnen afbreken. Bij dat proces komt echter
kooldioxine vrij, met alle onwelriekende gevolgen van dien.
Vreemd praatje van iemand die zo'n grote fan is van kapucijners, dat ze ooit lid
was van het legendarische 'Nooit Officieel Opgerichte Raasdonder genootschap' (volledige
naam). Onder aanvoering van de illustere Amsterdamse restaurateur Hans de Goede
kwamen we elk jaar in juli bijeen in zijn restaurant De Roode Leeuw aan het
Damrak, om te genieten van het meest uitgebreide kapucijnermaal dat je je kunt
voorstellen. Hoezo matrozenvoer? Dit diner is een kapitein waardig, vandaar de
naam Captains Dinner.
Voor een origineel Captains Dinner bouw je de hele tafel vol met kleine
schaaltjes. Serveer bij de kapucijners: - extra gebakken uienringen - Amsterdamse uitjes en zilveruitjes
- augurken - piccalilly en mosterd - gebakken speklapjes of karbonades
- kleine slavinkjes of blinde vinkjes - saucijsjes - appelcompote
- gekookte aardappelen met peterselie.
Bron: Puck Kerkhoven, Amersfoortse Courant d.d. 15 juli
2003
Terug
Ansjovis
Ansjovis, dat kleine bremzoute visje, kennen we voornamelijk van de pizza
Siciliana (mijn favoriet) en wellicht als Spaanse tapas, gewikkeld rond een
stukje gegrilde rode paprika. Je denkt daardoor misschien dat het een typisch
mediterraan ingrediënt is, net als het kappertje en de olijf, maar dat is niet
waar. Ansjovis wordt gevangen van Noord-Italië tot Peru en van de Zwarte Zee tot
in onze wateren.
Nog geen honderd jaar geleden hadden wij in Nederland een bloeiende
ansjovis-industrie. Hele gezinnen in de vissersdorpen langs de Zuiderzee
verdienden hun brood met de vangst en inleggerij. Ansjovis was een tijdje
volledig geïntegreerd in de Nederlandse keuken. Ik heb oude kookboeken waarin je
(geweekte en tot pasta gewreven) ansjovis met de regelmaat van de klok tegenkomt
als ingrediënt om sauzen en gebraad mee op smaak te brengen. Het heeft een
beetje het effect van uitgebakken spek in een gerecht, maar dan niet vet, dieper
zilt, ondoorgrondelijker. Zeker niet vissig. Elke Hollandsche keukenmeid moet
standaard een pot gepekelde ansjovis op voorraad hebben gehad. Maar toen kwam de Afsluitdijk en werd het onder paaiende ansjovissen zo
populaire brakke water langzaam zoet. Dus bleven ze weg. Alleen in de
Oosterschelde keren ze trouw ieder jaar in mei en juni terug om kuit te schieten.
Ook in de Waddenzee worden sinds een paar jaar weer scholen ansjovis
gesignaleerd. Een oer-Hollandse bedrijfstak verdween geheel en daarmee ook een subtiele
smaakmaker uit onze keuken. Tegenwoordig pakken we liever een bouillonblokje om
de boel een beetje op te peppen. Jammer, want daardoor gaat alles hetzelfde
smaken. Naar bouillonblokje. Via de mediterrane keuken komt dat zoute ansjovisje, kleinsoortig familielid van
de haring, gelukkig weer binnen ons bereik. Ik betrap mezelf er steeds vaker op
dat ik zo'n spannend klein blikje in mijn winkelwagen laat glijden. Als ik
Salade Nicoise wil maken, of pizza, of eieren met kappertjessaus, of tapenade.
Wel opletten bij de kassa, want het risico is groot dat je hem vergeet bij het
inpakken van de boodschappen. Moet je weer terug. Ik spreek uit ervaring. Wie dagverse ansjovis wil proeven (een delicatesse) haast zich naar Bergen op
Zoom. Tot eind juni worden ze aangevoerd door de laatste twee overgebleven
weervissers van de Oosterschelde, en heeft vrijwel ieder restaurant ze als
specialiteit op de kaart staan.
Maaltijdsalade voor 4 personen
1 krop sla 4 eieren 150 gram sperziebonen 2 grote nieuwe aardappels
1 groene paprika 1 witte ui 4 trostomaten 1 blikje tonijn in olie
8 ansjovisfilets 100 gram zwarte olijven 2 eetlepels witte wijnazijn
4 eetlepels olijfolie tijm, verse basilicum peper en zout.
Schil de aardappels en kook ze in 20 minuten gaar. Laat afkoelen en snijd in
blokjes. Maak boontjes schoon, breek in stukjes. Kook ze in 15 minuten beetgaar
en spoel met koud water. Kook de eieren ca. 10 minuten, laat schrikken en pel ze.
Was de paprika, verwijder zaadlijsten en snijd in reepjes. Pel ui en snijd in
dunne ringen. Klop met een vork een dressing van azijn, olie, peper, zout en
tijm. Was de slablaadjes, droog ze in een slacentrifuge. Snijd tomaten en eieren
in kwarten. Schik op een mooie wijde slaschaal sla, aardappelstukjes, boontjes,
paprika, uienringen. Sprenkel de dressing erover en schep voorzichtig om. Spoel
ansjovisfilets goed af onder koud water en dep droog. Laat tonijn uitlekken,
verdeel in brokjes en verspreid over de groenten. Maak hierop een grote bloem
met om en om partjes tomaat en ei. Versier met zwarte olijven, reepjes
ansjovisfilet en blaadjes verse basilicum. Bij voorkeur buiten eten, met een stuk stokbrood en een lekker glas koude rosé
uit de Provence.
Tapas: Geroosterde rode paprika omwikkeld met ansjovisfilet op een
cocktailprikker Crostini: Plakje tomaat, mozzarella, ansjovisfilletje en een blaadje basilicum
Gevuld ei: Halveer hardgekookte eieren. Prak ansjovis met gesnipperd uitje,
drupje citroen, wat boter en peterselie door eidooiers en vul daarmee het ei.
Garneer met plakje zwarte olijf. Filets: Op zelfgebakken pizza, met tomatensaus en zwarte olijven, of opgeronde
filet op een Wiener schnitzel, met een partje citroen Spaghetti alla puttanesca: Met een saus van ansjovis, kappertjes, zwarte olijven,
knoflook, tomaten en peterselie Lekker en makkelijk: twee filetjes kruislings over een gebakken ei.
Ansjovisfilets worden verkocht in fraaie kleine blikjes. Vergeet ze niet bij de
kassa.
Artikel van Puck Kerkhoven, BN/DeStem van 2 juli 2003
Terug
Knoflook
Toen de duivel na de zondeval het Paradijs moest verlaten, groeiden overal
uien waar hij zijn rechtervoet, en knoflook waar hij de linker had gezet. Het
oude verhaal geeft aan hoe belangrijk de rol van de magische bol in de
geschiedenis van de mens is geweest. Volgens de overleveringen waren de slaven
die de Egyptische piramiden bouwden, verplicht om dagelijks knoflook te eten.
Dat zou hun kracht en uithoudingsvermogen vergroten. Ook in het oude Griekenland
diende knoflook als versterkend middel voor zowel atleten als soldaten. Door
Romeinse legioenen werden bergen knoflook verslonden, overtuigd als men ervan
was dat de soldaten er betere vechters door werden.
Dankzij de kruistochten verbreidde de knoflook zich later over heel Europa, waar
het niet alleen in de keuken, maar ook als medicijn bij allerlei kwalen werd
gebruikt. In Frankrijk werd het op een zo grote schaal geconsumeerd, dat dorpen
en steden doortrokken waren van de sterke carbidlucht ervan. Parijs schijnt met
name een verschrikking te zijn geweest voor de neus. Tegenwoordig zijn er in de
Pyreneeën nog altijd herders die dagenlang door de bergen trekken met geen ander
voedsel dan brood dat ingesmeerd is met knoflook. Knoflook werd eeuwenlang gegeten ter voorkoming van dodelijke ziekten zoals de
pest. Daarom werd het arme-mans tegengif genoemd. Maar het gaf bovendien, zoals
aan het brood van de herders van de Pyreneeën, smaak aan het dagelijkse eten.
Van armeluis-eten is het allengs een niet meer weg te denken keukenkruid
geworden. De hoge ouderdom en de grote vitaliteit van de mensen in het
Middellandse-Zeegebied worden mede toegeschreven aan het eten van veel knoflook
en olijfolie.
Vaststaat dat knoflook - dat al drieduizend jaar vóór het begin van onze
jaartelling in het mediterrane gebied werd ingevoerd - reeds in de antieke
oudheid gebruikt werd als medicijn en specerij. De Griekse geleerde Dioscorides
schreef knoflook voor bij wormen en zowel hij als zijn Romeinse collega Plinius
gaven hoog op van de urineafdrijvende en de astmabestrijdende eigenschappen
ervan. In de Middeleeuwen stond het in hoog aanzien als geneesmiddel voor
doofheid en, zoals gezegd, ter voorkoming van de pest. Het leek voor alles goed
te zijn wat maar slecht was: een echte panacee en in die lang vervlogen dagen
dan ook een talisman tegen toverij en vampiers. Zelfs voor zieke dieren werd knoflook te hulp geroepen. In de zeventiende eeuw
werden op grote schaal ballen van knoflook, anijszaad en zoethout gemaakt,
speciaal voor paarden. En gezegd moet worden dat ook de moderne farmacologie
slechts kan vaststellen dat knoflook de eeuwenoude reputatie terecht heeft
genoten. Het is bekend dat knoflook zowel het cholesterolgehalte als de
bloeddruk verlaagt en daardoor de kans op hart- en vaatziekten vermindert. De
meeste van die geneeskrachtige eigenschappen - alsmede de bijzondere smaak en
geur - dankt de knoflook aan zijn zwavel bevattende vluchtige olie. Het werkzame
bestanddeel hiervan - allicine genaamd - heeft een sterke antiseptische werking.
Door koken gaat de heilzame werking echter grotendeels verloren. Rauw is dus
eigenlijk het beste.
Knoflook behoort tot dezelfde familie als bijvoorbeeld de ui en de narcis. Het
is dus een bolgewas, waarvan de bol op zich omgeven wordt door tien tot vijftien
bijbollen, de zogenaamde teentjes. Zowel de hoofdbol als de teentjes zitten
verpakt in witte of violette schilletjes. De bollen worden geoogst wanneer van
de plant de bladeren verwelken. Vervolgens worden ze een aantal dagen in de zon
te drogen gelegd. Knoflook is er in vele soorten en maten en dus in geuren en
smaken. Er zijn wel vijftig verschillende rassen, waarvan de roze, de paarse en
natuurlijk de witte de bekendste zijn.
Het is de Franse keuken die vanouds geassocieerd wordt met knoflook. Door
ouderwetse Engelsen en Amerikanen worden Fransen nog altijd gekarakteriseerd als
'knoflookvreters'. Inderdaad staan in de Franse keuken groenten en kruiden
centraal: tomaten, venkel, courgettes, artisjokken, peterselie en vooral
knoflook. In elk streekgerecht zit wel een aantal van deze ingrediënten, maar
ontbreekt knoflook nooit. Dat al die knoflook Frankrijk vrijgemaakt zou hebben van vampiers, duivels en
kwade geesten is echter geenszins het geval. Integendeel: hoe dichter bij Rome,
hoe slechter Rooms. Dat vond tenminste de Franse schrijver en wijsgeer Diderot.
'Zijn er hier dan christenen?', vroeg hij zich af. 'Ik heb er in ieder geval nog
nooit één gezien'. Zou knoflook dan soms ook vrome lieden, engelen en heiligen
verjagen?
Bron: Theo Schildkamp, Amersfoortse Courant, 13092003
Terug
Vijgen
Kun je vruchten menselijke eigenschappen toedichten? Waarom niet. Zo heeft de
peer een verleidelijk, de banaan een komisch, de bes een benepen en de vijg al
sinds mensenheugenis een 'sexy' imago.
Toen Adam en Eva in het paradijs van de boom der wijsheid aten, werden ze zich
plotseling bewust van hun naaktheid. Van vijgenbladeren maakten ze
lendenschorten om zich te bedekken. Wie wel eens een vijgenboom heeft gezien,
kan zich goed voorstellen waarom ze deze handvormige bladeren kozen.
Renaissancekunstenaars gebruikten later het vijgenblad juist om het mannelijk
geslacht te benadrukken. En in het Spaans is de vijg (higo) synoniem voor het
vrouwelijk geslachtsdeel.
Hoe het komt, komt het, maar de vijg (Ficus carica) heeft een erotiserende
werking op mens en dier. Geiten schijnen onrustig te worden in de buurt van een
vijgenboom. En insecten worden helemaal opgewonden door de zoete geur van de
rijpe vruchten. Trouwens, alleen vrouwelijke vijgenbomen kunnen vruchten dragen.
Vruchten die tot wel 1600 pitjes kunnen bevatten en zeer rijk zijn aan suikers,
calcium, ijzer en fosfor. De Romeinen stelden al: wie veel vijgen eet, leeft
lang en blijft gezond.
Eén waarschuwing voor wie binnenkort naar het Middellandse zee gebied gaat:
vijgen moet je nooit plukken als ze niet uit zichzelf loslaten. Onrijp bevatten
ze een wit melkachtig sap (latex) dat jeuk en huiduitslag kan veroorzaken.
Tijdens het rijpen verdwijnt dat. Het is aanbevolen om ze na de pluk nog een
paar uur te laten doorrijpen in de zon.
Het is nu volop vijgentijd. Kijk maar bij de betere groenteman of in de Turkse
winkel. Daar liggen ze met hun kwetsbare fluwelige schilletjes, netjes naast
elkaar in een doos. Gekarteld papiertje er omheen, de puntjes naar boven, als
waren het reuzenbonbons. Wij beschouwen verse vijgen dan ook als een echte
delicatesse. In de productielanden waar ze vandaan komen, Spanje, Italië,
Frankrijk, Israël, Griekenland en Turkije, behoren ze tot het dagelijkse voedsel
en zijn ze net zo 'gewoon' als hier de appel. Vanwege hun hoge suikergehalte
lenen ze zich uitstekend om te drogen. Gedroogde vijgen worden, soms gedoopt in
chocolade, als zoete snack gegeten of er wordt vijgenbrood of koek van gemaakt.
Vandaag een recept met verse vijgen. Je kunt er heerlijke chutney, siroop of
compote van maken. Maar eigenlijk vind ik het zonde om ook maar iets te doen met
deze godenvruchten. Verse vijgen zijn namelijk zóóó lekker. Je kunt ze met schil
en al eten. De soms groenige, soms paarsblauwe schil geeft dan nog iets zurigs,
iets fris, aan de verder intens zoete vrucht. Ik snijd ze het liefst in kwarten
en schuif ze met een scherp mes, vanaf de punt naar de basis toe, van hun schil
af. Wat je dan overhoudt is een heerlijk zoet, roomzacht hapje met minuscule
pitjes die zorgen voor een spannende 'bite' én een goede spijsvertering.
Heerlijk als toetje met wat ongezoete geslagen room en geroosterde
amandelsnippers. Kopje sterke koffie erbij, mmm.
Mijn favoriete vijgengerecht is een variatie op Jamie Olivers 'Meest Sexy Salade
ter Wereld'. Beetje populair gezegd, zoals we van deze flitsende Engelse tv-kok
gewend zijn, maar ik begrijp wel wat hij bedoelt. Kijk, ruik en proef, en je
snapt het ook. Oliver gebruikt in zijn salade zachte buffelmozzarella. Heerlijk
subtiel maar niet voor iedereen even makkelijk verkrijgbaar. In de plaats
daarvan neem ik zachte geitenkaas, die iets zuivelzurig van smaak is, maar ook
een geweldige combo vormt met het zoet van de vijgen en het zoutige van de
parmaham.
Ik maak deze schilderachtige salade voor vier personen bij voorkeur op een
platte schaal of een heel groot bord. Die zet ik midden op tafel. Het effect is
spectaculair. Maar je kunt natuurlijk ook voor iedereen een eigen bordje maken.
Salade met vijgen, parmaham en geitenkaas Voorgerecht voor 4 personen
12 rijpe paarse vijgen 2 ons parmaham in mooie plakken 200 gram zachte geitenkaas
100 gram rucola 1/2 bosje basilicum (liefst paarse) dressing: 6 eetlepels olijfolie
2 eetlepels citroensap 1 eetlepel honing versgemalen zwarte peper
zeezout
Bedek de bodem met rucola. Snijd de vijgen in vieren vanaf de punt, maar laat
ze bij de bodem aan elkaar zitten. Buig de partjes uiteen zodat je de fraaie
rozerode gespikkelde binnenkant goed kunt bewonderen. Zet ze op de rucola en
drapeer er losjes een plak parmaham omheen. Breek (niet snijden) de geitenkaas
in brokjes en verdeel over de salade. Roer alle ingrediënten voor de dressing
goed door elkaar en bedruppel daar de salade mee. Zorg dat er een beetje
dressing in het hart van elke vijg komt. Verdeel de basilicumblaadjes over de
salade.
Serveer met versgebakken ciabatta of warm Turks brood. Wat er erg lekker bij
smaakt: een glaasje ouzo met ijsklontjes.
Tip: koop uitsluitend gave vijgen die superrijp en boterzacht zijn en gebruik ze
nog dezelfde dag.
Een artikel van Puck Kerkhoven, Amersfoortse Courant d.d. 23 september 2003
Terug
Cranberries
Dit is het verhaal van een temperamentvolle jutter, die ons,
zonder dat hij het besefte, aan een fantastische culinaire lekkernij heeft
geholpen: de cranberry of veenbes. Zijn naam is Pieter Sipkes en het verhaal
speelt zich af op Terschelling, rond 1840, in de tijd dat de grote zeilschepen
pendelden tussen De Nieuwe Wereld en het oude Europa.
Of het allemaal klopt? Ik zou er m'n hand niet voor in het vuur steken, want je
weet hoe dat gaat met juttersverhalen. Maar feit is wel dat regelmatig zo'n
indrukwekkend zeilschip vastliep op de beruchte zandbanken voor Terschelling.
Gesloten ton
Na een zware storm lag het strand weer eens vol met wrakhout. Pieter Sipkes was
er al vroeg bij en vond tussen de rotzooi een gesloten ton. In de hoop dat het
om whisky of rum ging, sleepte hij zijn zware buit zo snel als hij kon over de
eerste duinenrij. Het was immers zaak om uit de handen van de strandvonder te
blijven, die de kostbare vondst zeker zou opeisen en de jutter zou afschepen met
een schamel bergersloontje.
Veilig verstopt achter de duinen opende Sipkes het vat om alvast een klein
voorproefje te nemen. Je kunt je voorstellen hoe teleurgesteld hij was toen het
niet vol bleek te zitten met geestrijk vocht, maar met bitterzure rode bessen.
Woedend trapte hij de ton aan barrels en schopte de inhoud in het rond.
De juiste voedingsbodem
Wist hij veel dat die onbekende Amerikaanse bessen, daar in de venige grond
achter het duin precies de juiste voedingsbodem vonden om wortel te schieten. Zo
ontstonden de eerste Europese cranberryvelden. Vogels zorgden voor de verdere
verspreiding. Zo dankt Terschelling haar kenmerkende cranberryverwerkende
industrie aan een jutter.
De Amerikaanse scheepskoks namen cranberries op hun reizen mee omdat de besjes
lang houdbaar zijn en barstensvol vitamine C zitten. Ze vormden een uitstekend
middel tegen de gevreesde ziekte scheurbuik. De indianen kenden de cranberry (sassanamesh
in hun taal) al als probaat middel tegen blaasontsteking en maagzweren. Ze
gebruikten hem ook om kleding te verven en om voeding langer houdbaar te maken.
Bovendien maakten ze hun huid er rood mee, als ze op oorlogspad gingen.
Misschien om de vijand af te schrikken, maar zeker ook omdat cranberrysap gif
uit wonden trekt.
Spectaculair gezicht
Cranberries groeien uitbundig in de moerassige kustgebieden van de Noordelijke
Staten van Amerika en Canada. De oogst is nu, in oktober, in volle gang. Dat
moet een spectaculair gezicht zijn. De telers zetten hun land simpelweg onder
water. De knalrode besjes, die luchtkamertjes bevatten, gaan met miljoenen
tegelijk drijven en vormen zo een bloedrode zee. Ze hoeven de besjes dan alleen
maar bij elkaar te vegen en in grote tankwagens te zuigen.
Je koopt tegenwoordig in elke supermarkt potjes cranberrycompote. Maar zelf heb
je het ook razendsnel zelf gemaakt. Professionele koks bereiden in oktober al
hun cranberrycompote voor Thanksgiving en de kerst. Waarom? Omdat de besjes nu
volop worden aangevoerd en misschien wel de helft goedkoper zijn dan in
december, wanneer iedereen ze opeens wil hebben.
Recept Cranberrycompote:
500 gram cranberries met 3 dl water, 1 dl rode port en 300 gram suiker rustig
koken gedurende 6 tot 8 minuten. Deksel erop en niet teveel roeren.
Lekker door de rode kool, bij kalkoen, wild, varkensvlees, roomijs, of in een
warme appelbol.
Recept Cranberry Muffins
Voor 6 muffins:
250 gram bloem
1 theelepel zout
1 theelepel bakpoeder
65 gram zachte boter
120 gram kristalsuiker
1 zakje vanillesuiker
1 groot ei
75 ml volle melk
12 theelepels cranberry compote
Verwarm oven voor op 200 graden. Vet bakplaat voor muffins in of plaats 6
papieren cakevormpjes (gebruik dubbele, dan zijn ze steviger) op een bakplaat.
Vermeng bloem, bakpoeder en zout en laat rusten.
Klop suiker en zachte boter twee minuten met de mixer tot een gladde zalf. Voeg,
al mixend, ei, melk en vanillesuiker toe. Goed doorkloppen. Roer rustig met een
lepel het bloemmengsel erdoor. Voeg op het laatst cranberrycompote toe, zorg dat
het kloddertjes in het beslag blijven.
Giet of schep de vormpjes voor 2/3 vol. Bak in ca. 20 minuten. Serveer ze warm
uit de oven bij een grote pot thee. Schep er tijdens het eten nog wat extra
cranberrycompote op. Tip: vervang cranberrycompote door bosbessenjam.
Bron: Puck Kerkhoven, Amersfoortse Courant.
Terug
Warme geit met appel en walnoot
Denkend aan herfstige gerechten, kom je al snel uit bij wild
en paddestoelen. Bij dampende stoofschotels met zware, aardse smaken. In ieder
geval niet direct bij salades. Toch is er een salade die de rijke oogst aan
smaken op een fantastische manier bij elkaar brengt: Salade Chèvre Chaud, ofwel
salade met gegratineerde geitenkaas. Voor mij het ideale herfstvoorgerecht.
Je ziet hem in restaurants vaak op de kaart staan, deze terechte
klassieker. Hij zit dan ook heel knap in elkaar. Vergeef me dat ik even als een
culinaire chirurg te werk ga, maar ontleed je dit gerecht dan merk je dat het
hele smakenpalet aan bod komt. De zure frisheid van de nieuwe oogst appels staat
tegenover de bittere diepte van de verse walnoten. En het romige zilt van de
gesmolten geitenkaas wordt geaccentueerd door de honingzoete dressing. De
kruidige tijm haalt in de kaas de herinnering naar boven aan wat de geit ooit
heeft gegeten. En de croutons, die zorgen voor het broodnodige knappertje.
Ik maak dit beproefde voorgerecht graag als er mensen komen eten. Omdat bijna
iedereen het heerlijk vindt, maar ook omdat je alles heel handig van tevoren
kunt klaar zetten. Alleen de kaas moet nog even worden gegratineerd. Dat gaat
super met de grill van de oven, maar het probleem daarbij is: hoe schep je die
gesmolten kaas als een mooi rondje van de bakplaat op de salade? Van een
restaurantkok heb ik ooit dit trucje geleerd: leg de plak geitenkaas op een
grote ronde broodcrouton. Simpel, maar het werkt. Nog een tip: leg de walnoten
even op de hete bakplaat. Dan geven ze nog meer smaak af. En laat het rode
schilletje om de appel zitten. Staat mooi.
De beroemdste Franse geitenkaas, de Crottin Chavignol, komt uit de Loirestreek
Berry, waar ook geweldige witte wijnen als Sancerre en Pouilly-Fumé vandaan
komen. De grond is er schraal en steenachtig en de druiven moeten veel moeite
doen om te groeien. Verder gedijen er alleen de taaiste kruiden en struiken.
Vandaar dat veel wijnboeren van oudsher daarnaast ook geitenhouder zijn. Want
geiten hebben daar geen moeite mee, die vreten alles. Hun melk, en dus ook de
kaas, wordt er juist extreem kruidig en geurig van. Net als de wijn hebben de
kleine ronde geitenkaasjes uit deze streek een appellation contrôlée aanduiding
gekregen.
Kun je echte Crottins te pakken krijgen (alleen bij de zeer gespecialiseerde
kaashandel), neem dan een milde die twee à drie weken is gerijpt, en snijd hem
horizontaal door midden. Reken met een halve per persoon. Maar geen zorgen, ook
met de gewone zachte geitenkaas 'van de rol', die in elke supermarkt te koop is,
maak je een heerlijke salade Chèvre Chaud.
Recept ~ Salade Chèvre Chaud ~
Lunch- of voorgerecht voor 4 personen, Ingrediënten: 200 gram slamix (lollo rosso, lollo bionda, rode sla);
4 plakken zachte geitenkaas à 100 gram; 4 witte boterhammen; 50 gram boter of margarine;
1 appel (Jonagold of Elstar); 150 gram gepelde walnoten; 2 eetlepels honing;
1 eetlepel citroensap; 4 eetlepels olijfolie (extra vergine); 2 takjes verse of 1 theelepel gedroogde tijm;
versgemalen zwarte peper; zeezout.
Bereiding: Snijd korstjes van boterhammen. Maak 4 rondjes ter grootte van een plak
geitenkaas. Snijd blokjes van wat overblijft. Smelt boter in koekenpan en bak
daarin de broodrondjes en blokjes (croutons) mooi lichtbruin. Was appel (niet
schillen!), snijd in vieren, verwijder klokhuis en snijd in dunne schijfjes. Hak
4 walnoten grof. Leg aluminiumfolie op bakplaat, vet in en leg de broodrondjes
erop. Leg daarop de plakken geitenkaas. Druppel er wat honing over en bestrooi
met gehakte noten en wat blaadjes tijm. Maak een dressing van honing, citroensap (of azijn), olijfolie, peper, zout en
tijm. Schik salade op borden, leg er schijfjes appel op. Bedruppel met dressing.
Zet de bakplaat met geitenkaas 5 minuten vlak onder de hete grill (220 graden)
in de oven. Verdeel noten en croutons over de salade. Schep met een spatel de
broodrondjes met warme geitenkaas midden op de salade. Serveer met stokbrood.
Combineert perfect met een koel glaasje Sancerre, een droge witte Loirewijn.
Tip: Wil je er een maaltijdsalade van maken, voeg dan plakjes in de schil
gekookte (nieuwe) aardappel en uitgebakken spekjes toe.
Een artikel van Puck Kerkhoven, Amersfoortse Courant van
21 oktober 2003
Terug
Kerstlikeur in 40 dagen
Begint ze nu al over kerst. Sinterklaas is nog niet
eens gearriveerd. Hoe lang duurt dat nog, kerst? Dat zal ik je vertellen: nog
een dag of vijftig. Ben ik zo'n kerstman dat ik al ben begonnen met aftellen?
Dat valt wel mee, maar begin november krijg ik gewoon de kriebels. Dan moet ik
aan de slag met de voorbereidingen voor mijn beroemde '40-dagen likeur'.
Het recept heb ik van mijn oma, die trouwens ook geen onverdienstelijke Slivovic
brouwde van de pruimen uit haar volkstuin. Hun huisje kon bol staan van de
alcoholische dampen. In het najaar leek het er wel een illegale stokerij. Ze
leven al lang niet meer, mijn opa en oma. Eigenlijk waren het hele matige mensen.
Een citroentje met suiker op zondag, en op verjaardagen een advocaatje met
slagroom. Dat was het. Waar al die flessen Slivovic dan bleven? Geen idee.
Misschien vulden ze er hun AOW-tje mee aan.
Godendrank En oma's 40-dagen likeur? Die hoorde net zo bij Kerst als die overvolle boom met
'gouwe' ballen en het gebraden konijn uit de oven. Ik was achttien toen ik
eindelijk een glaasje mee mocht nippen. Ze bleven me lang zien als dat kleine
meisje. Heerlijk vond ik het, een godendrank. Wat was ik verbaasd toen ik later,
op vakantie in Frankrijk, echte Grand Marnier proefde. Dat leek verdorie oma d'r
kerstlikeur wel, alleen zachter.
Een bezoek aan een likeurstokerij is trouwens een aanrader; een feest voor alle
zintuigen. Zo was ik ooit in het Normandische Fécamp in het klooster waar de
beroemde Bénédictine Liqueur wordt gestookt met maar liefst 27 planten en
kruiden. De geuren die daar je neus bereiken, onbeschrijflijk.
Grand Marnier
Was het likeurstoken oorspronkelijk voorbehouden aan monniken en apothekers, na
de Franse revolutie kwam het ook onder burgers in zwang. Iedere stad had z'n
eigen likeurstokerij. Alleen de allergrootsten overleefden. Grand Marnier, met
het bekende rode lakzegel, wordt nog steeds geproduceerd bij Lapostolle, een
cognacdistilleerderij in Neauphle Le Chateau, bij Versailles. Eikengerijpte
cognac en gedroogde sinaasappelschillen vormen de basis.
Ook in Nederland kennen we een rijke likeurtraditie. Dat hebben we wederom te
danken aan ons roemruchte scheepvaartverleden. Likeuren en kruidenelixers werden
meegenomen op de lange zeereizen, als medicijn tegen heimwee, scheurbuik en tal
van andere kwalen.
'Hempje licht op' Pas in de achttiende eeuw gingen we ze voor ons plezier drinken. Stokers als
Bols, De Kuyper, Bootz en Van Wees bezorgden ons een indrukwekkend
likeurenassortiment met de meest bizarre namen. Wat te denken van 'Hempje licht
op', 'Bittere lijdenstroost', 'Bruidstranen', 'Venusolie' en 'Papagaaiensoep'.
Ik schrijf er graag nog een keer over, maar nu moet ik toch echt aan de slag met
mijn 40-dagen likeur. Anders ben ik niet op tijd voor kerst.
Meer weten over likeur stoken? We hebben een heus likeurmuseum: het Likeur- en
frismuseum Isidorus Jonkers in Hilvarenbeek. Zie: Likeur & Frismuseum.
---Recept--- 40 dagen likeur
( voor 1 liter zelfgemaakte sinaasappellikeur)
Bron: Puck Kerkhoven, Amersfoortse Courant van 4 november 2003.
Terug
Zo slank als je oma
In de jaren 50 gingen vrouwen niet naar de sportschool, waren er nog geen
light-producten te koop en kookten ze naar hartelust met roomboter. Toch waren
ze gemiddeld slanker dan de vrouwen van tegenwoordig. Hoe kan dat?
"We denken dat we actief zijn, maar dat is niet zo", zegt voedingsdeskundige
Jaap Seidell. "Vraag je oma maar eens wat zij allemaal deed op een dag."
De gemiddelde Nederlander wordt dikker en dikker. Eén op de twee is te zwaar en
één op de tien is echt ongezond dik. De cijfers stijgen al jaren en een
trendbreuk lijkt voorlopig niet in zicht. Light-producten, sportscholen en
diëten zetten kennelijk geen zoden aan de dijk. We krijgen te veel calorieën
binnen en verbruiken er te weinig. En dat betekent dat we langzaam maar zeker in
gewicht toenemen.
"Om elk jaar wat aan te komen, hoef je helemaal geen grote eter te zijn", zegt
Jaap Seidell, hoogleraar voeding en gezondheid aan de Vrije Universiteit in
Amsterdam. "Als we het hebben over overgewicht, gaat het niet alleen over
vetzucht. Het gaat over iedereen die structureel net iets te veel eet en net
iets te weinig beweegt."
Een halfuur per dag bewegen - minimaal vereist om een beetje fit te blijven - is
voor velen een onhaalbaar ideaal. Niet bewegen is de norm in een moderne
levensstijl, zegt Seidell. "En dat terwijl de Wereldgezondheidsorganisatie
onlangs naar buiten bracht dat zelfs dat halfuur nog te weinig is. Een uur per
dag matig bewegen zou volgens de WHO de nieuwe norm moeten zijn."
"Het probleem", zegt Jaap Seidell, "is dat lichamelijke activiteit iets
tegennatuurlijks is geworden dat je moet kopen en waar je speciaal tijd vrij
voor moet maken. Je gaat naar de sportschool - liefst met de auto natuurlijk -
om je voor een hoop geld een uur af te matten en zo je passieve levensstijl te
compenseren. Dat vinden veel mensen niet leuk of te tijdrovend. Bovendien: een
zittend leven kun je niet compenseren met een uurtje sporten in de week."
Hoe anders was het leven van vrouwen in de jaren vijftig, die zonder auto en
huishoudelijke apparatuur ruimschoots aan hun lichaamsbeweging kwamen. Hoe zagen
hun dagen er eigenlijk uit en leefden zij gezonder dan vrouwen nu? We gaan met
twee vrouwen terug naar 1953.
"Ik denk wel dat wij gezonder leefden", zegt Rees Kwakkenbos-Schoorl (79) uit
Nieuwveen. Met haar man Herman (83), met wie ze twee kinderen grootbracht, woont
ze nog steeds zelfstandig in hun zelfgebouwde huis, temidden van de groene
weiden. "Je zat nooit. Alleen bij een kopje koffie of thee en bij het eten.
Verder waren wij altijd in beweging."
"Het was gewoon hard werken", vertelt weduwe Babs Lommerse-Franken (84) uit
Rotterdam, die ook een gezin met twee kinderen had in de jaren vijftig. "Ik had
geen stofzuiger, geen wasmachine. Het eten was heel gewoon en we letten nooit op
vet. Daar wisten we niets vanaf. Een balletje gehakt, jus, aardappeltjes, maar
wel elke dag andere, verse groenten. We waren gek op oude kaas, maar dat hadden
we maar heel af en toe. Als er geld voor was. Op brood namen we daarom de
goedkoopste worst: Haagsche leverworst. Die kostte een dubbeltje voor een half
pond. En wij hadden natuurlijk niet die zakken chips en de cola die ze nu
hebben. Een Maria-biscuitje bij de thee, dat was alles." Rees Kwakkenbos: "Wij
namen een zwarte bal bij de koffie. Dat is een soort babbelaar. En als we zuinig
deden, sneden we 'm doormidden."
Beide vrouwen waren in hun jonge jaren superslank en nog steeds zijn ze niet
dik. Een dieet hebben ze nooit gevolgd en van sporten is het hun hele leven niet
gekomen.
Lachend vertelt Rees hoe haar dagen eruit zagen in de naoorlogse jaren, toen
haar kinderen klein waren. "Op maandag stond ik om vier uur 's ochtends op om de
was te doen. Als de kleinste wakker werd, gaf ik snel de borst en legde hem weer
terug. Tussendoor at ik een boterham. De was had al vanaf zaterdag in de week
gestaan met zeep en soda, in water dat eerst in het waterfornuis was heet
gemaakt. Op maandag ging het in de kuip - een soort primitieve wasmachine - dan
wringen, spoelen, wringen, spoelen. Eerst wit, dan bont, dan de werkkleding. "En
tot slot de witte was op het bleekveld, buiten in de zon. Het was een dagtaak."
Dinsdag werd er gestreken met een zware ijzeren bout die op de kachel werd
verwarmd. Woensdag was een gemakkelijke dag, vertelt ze. "De meeste winkeliers
kwamen aan de deur. Alleen voor het gehakt fietste ik naar Langerak, zes
kilometer verderop. Het was daar iets goedkoper."
Donderdag maakte ze boven schoon en vrijdags beneden. En schoonmaken betekende:
losliggend tapijt kloppen, met groene zeep de vloeren schrobben. "En dan
natuurlijk het grind harken en de hokken van de geit en de konijnen
schoonmaken." Dat ze intussen nog voor de kinderen zorgde, maaltijden kookte,
jam en andere conserven maakte, de kinderen op de fiets naar Nieuwkoop bracht
voor zwemles (ook zes kilometer heen en zes terug) vond ze heel gewoon.
Ook Babs weet nog goed hoe druk ze het had, al vond ze dat toen heel normaal.
"Ik had geeneens warm water. Voordat ik de was ging doen, moest ik eerst naar de
waterstoker om de hoek. Twee emmers heet water halen. En dat drie keer op een
dag. De kleintjes maakten natuurlijk veel vuil. Ik vond het niet erg. Ik was
blij dat ik het kon doen, dat ik gezond en fit was. Bovendien hadden we het heel
gezellig. Vrouwen van nu hebben het veel drukker. Alleen mogen zij erbij
zitten."
Stilzitten, niks doen. Dat deed je niet. "Iemand die hele dagen zat, daar was
wat mee aan de hand", zegt hoogleraar Jaap Seidell. "Nu is heel de dag zitten
gewoon."
Maar waren die runderlappen van Babs en Trees dan geen dikmakers? Seidell:
"Vroeger werd er veel en vet gegeten, maar dat is geen enkel probleem als je het
vervolgens ook verbrandt. De kunst is om te eten naar behoefte. Mensen hadden
dat vet gewoon nodig voor de arbeid die ze verrichtten."
Dikke mensen zijn natuurlijk van alle tijden, maar dat het merendeel van de
mensen te dik is, dat is echt een nieuw fenomeen, zegt Seidell. "Het uitdijen
van de Nederlandse bevolking is ergens in de jaren vijftig begonnen. Na de
oorlogsjaren was het goed dat mensen in gewicht toenamen. Ze hadden echt gebrek
geleden. Tot in de jaren zeventig bleef het redelijk stabiel, maar in de jaren
tachtig ging het mis: de welvaart steeg met grote sprongen, terwijl we ons door
de digitale revolutie steeds minder hoefden te verplaatsen. Het is een proces
dat zich op meerdere fronten voltrekt: we keken meer tv, reden meer auto, hadden
meer te besteden, gebruikten meer kant-en-klare voeding, snoepten meer en
dronken meer frisdrank en alcohol. Wat je de laatste tijd ook ziet is dat, net
als in de VS, de porties steeds groter worden: ijsjes, candybars, maar ook de
borden die je in een restaurant krijgt volgeschept en de emmer popcorn die
meegaat in de bioscoop: het is allemaal extra large. De kledingmaten volgen
vanzelf."
Terug in de tijd kunnen we nu eenmaal niet, als we dat al zouden willen. "Je
hoeft die jaren niet te idealiseren. Gebreksziekten kwamen in de jaren vijftig nog
voor en veel ouderen leden aan artrose, als gevolg van het zware werk. Maar het
is wel heel nuttig om de dagbesteding van toen te vergelijken met die van nu.
Dan is het schokkend om te zien hoeveel minder we ons lichaam zijn gaan
gebruiken, in zo'n relatief korte tijd van vijftig jaar. En dat proces zal
alleen maar doorgaan. Want er komen steeds meer liften, roltrappen,
transportbanden, kant-en klaarproducten en auto's."
Het geheim van voldoende beweging zit 'm dan ook niet in sporten, vindt Seidell.
"Wat je moet proberen, is lichaamsbeweging in je gewone bestaan in te bouwen. We
moeten opnieuw leren omgaan met de omgeving die we zelf hebben gecreëerd."
En daarin kunnen we wel wat leren van onze grootouders. Door de fiets te pakken
in plaats van de auto, de trap in plaats van de lift, door zelf je groenten te
snijden in plaats van ze kant-en-klaar te kopen, door elk loopje dat je tijdens
je werk of thuis kunt maken, uit te buiten. Zie het als een kans. Alles telt mee
om dat uur beweging per dag te halen. Het kost meestal geen extra tijd en nooit
extra geld. Maar je spaart wel je gezondheid."
Wat eet een vrouw?
In 1953
Ontbijt: drie boterhammen met margarine en zelfgemaakte jam, thee met suiker
(526 kcal) Tussendoor: koffie met melk en suiker, Maria-biscuitje, een appel (138 kcal)
Lunch: aardappelen, gestoofd rundvlees, jus, verse snijbonen, zelfgemaakte
appelmoes (664 kcal) Tussendoor: thee met suiker, 1 snoepje (35 kcal) Avondmaaltijd: 5 boterhammen met margarine, stroop en spek, een glas volle melk,
seizoensfruit (1353 kcal) Tussendoor: thee met suiker, een Maria-biscuitje (58 kcal)
Totaal: 2774 kcal per 24 uur
In 2003
Ontbijt: volle yoghurt met cruesli, koffie met melk (272 kcal)
Tussendoor: een appel, een plak ontbijtkoek, koffie met melk (129 kcal) Lunch: tomatencrèmesoep, slaatje, 1 broodje met halvarine en kaas, een glas
halfvolle melk (497 kcal) Tussendoor: een Mars of andere reep, 1 glas frisdrank (385 kcal)
Avondmaaltijd: witte rijst, kip in een kant-en-klare tandoorisaus met crème
fraiche, salade met kaasblokjes, noten en vinagrette. Dessert: fruitsalade met
slagroom, 1 glas wijn (952 kcal) Tussendoor: portie studentenhaver, 1 glas wijn (304 kcal)
Totaal: 2539 kcal per 24 uur
Een maandag van een moeder
In 1953
04.00 uur: opstaan, water stoken voor de was, intussen aankleden 04.30 uur: waskuip vullen, wassen, spoelen, wringen
07.00 uur: ontbijt maken, kinderen wekken en wassen, aankleden, eten 08.15 uur: kinderen lopend naar school brengen
08.40 uur: nogmaals de was doen en de warme maaltijd bereiden 11.30 uur: kinderen ophalen, gezamenlijk warm eten
12.30 uur: kinderen wegbrengen 13.00 uur: laatste wasronde, was te drogen hangen en op het bleekveld leggen
15.30 uur: kinderen van school halen. 16.00 uur: overig huishoudelijk werk, avondmaal bereiden
18.00 uur: brood eten 19.00 uur: kinderen naar bed brengen Avond: opruimen, afwassen, verstelwerk of breien
In 2003
06.45 uur: opstaan, kinderen wassen en aankleden 07.00 uur: douchen, aankleden, ontbijt maken
07.30 uur: ontbijten 08.15 uur: kinderen naar school en crèche brengen op de fiets (10 minuten heen
en terug) 08.45 uur: naar kantoor met de auto 09.00 uur: tot 12.00: bureauwerk
12.00 - 12.30 uur: lunch in de kantine 12.30 - 17.00 uur: bureauwerk, soms een autorit voor het werk van 1 à 2 uur
17.00 uur: met de auto boodschappen doen 17.30 uur: kinderen ophalen met de auto
18.00 uur: koken, afwassen, kinderen naar bed brengen 20.00 uur: tv-kijken, lezen
Bron: Martine Boelsma, Algemeen Dagblad 7-11-2003
Terug
Dikmakers tijdens de feestdagen
Wie alcohol drinkt en spruitjes eet, wordt dik. Je kunt dus maar beter geen
spruitjes eten. Het zou goed kunnen dat menig lezer deze opvatting is toegedaan.
Berichten over wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van stoffen in
voeding op de gesteldheid van mensen, zijn moeilijk te begrijpen. Ze lijken
elkaar soms faliekant tegen te spreken. De ontdekkingen ontnemen je vertrouwde
zekerheden, en wie niet van spruitjes houdt, leest graag dat je er iets van
krijgt.
Nog altijd zegt de theorie dat alcohol dik maakt, en dat papegaait het
Voedingscentrum na. Vandaar de waarschuwing bij de naderende feestdagen tegen 'Amerikaanse
dikte'. Maak je niet dik, heet de campagne waarmee het Voedingscentrum ten
strijde trekt tegen 'beruchte caloriebommen'. Bovenaan op de lijst van grootste
dikmakers staan de borrelhapjes, vooral kaas, gevolgd door stokbrood met
kruidenboter, banketstaaf en chocolade. En dan, op nummer vijf, staan wijn en
bier, want ook dat zijn dikmakers. Het Voedingscentrum mistte de afgelopen
maanden blijkbaar een berichtje, want die theorie klopt niet. Althans, dat zegt
weer een andere theorie: alcohol maakt niet dik.
Franse wetenschappers hebben na een jarenlang onderzoek geconcludeerd dat matig
alcoholgebruik niets te maken heeft met gewicht. De Spaanse Raad voor
Wetenschappelijk Onderzoek deed er nog een slok bovenop en stelde dat een
dagrantsoen van twee liter bier geen gevolgen heeft voor het lichaamsgewicht.
Andere conclusies: vrouwen die dagelijks tot vijf glazen alcohol nuttigden,
hebben zelfs een lager gewicht. Het gewicht van mannen veranderde niet bij een
variabel alcoholgebruik en als de koolhydraten (brood, aardappelen en pasta) in
voeding werden vervangen door alcohol, ja, dan daalde het lichaamsgewicht zelfs.
Dat is dus heel iets anders dan wat het ('eerlijk over eten') Voedingscentrum
predikt.
Maar hoe komt dat dan toch dat alcohol niet dikmaakt? Dat weet nog steeds
niemand. Er zijn alleen sterke vermoedens. En de meest voor de hand liggende is
dat het lichaam blijkbaar lang niet alle energie uit alcoholische dranken
opneemt, maar dat deze het lijf weer voor een groot deel ongebruikt verlaat.
En dat is allerminst een vreemde theorie. Eet maar eens een hand spijkers. Daar
zit veel ijzer in en dat is goed voor het lijf. Toch zegt niemand dat we
spijkers moeten eten, want dat zou weinig helpen. De hoeveelheid ijzer namelijk
die mensen uit spijkers opnemen, is te verwaarlozen.
Maar zet daar eens een maaltje kapucijners tegenover, ja, dan zien we het
ijzergehalte in het lijf wel stijgen. De biobeschikbaarheid, zoals eetgeleerden
dat noemen, van ijzer uit spijkers is nihil in vergelijking met ijzer uit
peulvruchten.
Het lichaam is dus kieskeurig. Aan de Universiteit van Wageningen promoveerde
enkele jaren geleden een wetenschapster op een onderzoek naar spinazie als
mogelijke bron van stofjes tegen ziekte en verdriet. En veel was niet wat we
dachten. Wageningen leerde ons niet alleen te kijken of het waar is dat in
voedsel stoffen zitten die bijzondere diensten kunnen bewijzen in het
mensenlichaam, maar vooral ook hoeveel van die stoffen na het eten blijven
hangen. Daar gaat het tenslotte toch om.
En wat bleek, Popeye had beter geen blik spinazie kunnen opentrekken om zijn
ijzervoorraad aan te vullen, want het lijf neemt er weinig van op. Nee, met een
pot doperwten was hij veel beter uit geweest. Inderdaad, doperwten bevatten
minder ijzer dan spinazie, maar de biobeschikbaarheid daarvan is juist weer
groter, zodat het lichaam dat makkelijker opneemt.
Wetenschappers nu verwachten dat het met de dikmakers in alcohol hetzelfde gaat.
Daar komt nog bij dat een alcoholconsumptie soms zelfs minder calorieën bevat
dan een glas vruchtendrank om niet te spreken van frisdrank. Dat zijn ware
caloriebommen, maar die noemt het Voedingscentrum niet. Een glas rode wijn
bijvoorbeeld bevat ongeveer 75 kcal. Een glas appelsap daarentegen 95 kcal en
druivensap 150 kcal. Het advies van Franse en Spaanse onderzoekers is daarom:
drink gerust, zij het met mate.
Maar vraag nu eens de mening van een leverspecialist en je krijgt weer een heel
ander verhaal. Dat we beter geen druppel alcohol kunnen drinken, vanwege het
verwoestende werk in de lever. Om gek van te worden. Maar toch mogen we ons daar
tijdens de feestdagen niet dik om maken van het Voedingscentrum.
Bron: Wim Meij, Algemeen Dagblad 16-12-2003
Terug
Kersttraditie: fruitcake
Zoals wij deze dagen massaal aan de kerststol gaan, eten ze in de meeste
Engelstalige landen fruitcake (spreek uit: froetkeek) met kerst. Het woord heeft
een beetje een lacherige bijklank gekregen. Fruitcake is namelijk ook een
populair scheldwoord onder homo's. Zal het komen door het opgesmukte karakter
van deze traditionele kerstcake?
Engelsen bakken hun fruit- of Christmascake bij voorkeur in een hoge ronde vorm.
De bovenkant krijgt een dikke laag mierzoete, glanzend witte glazuur; icing
genoemd. Vervolgens wordt hij op traditionele wijze versierd met rode en groene
gekonfijte kersen (bigarreaux), gesuikerde sinaasappelschilletjes en hele
amandelen. Voor het echte 'Dickensiaanse effect' gaat er ook nog een decoratief
rood met gouden lint omheen.
Voorbereidingen Voorbereidingen voor de Christmas-cake beginnen vaak al een week voor kerst.
Handig, want dan hoef je daar in die drukke laatste dagen geen aandacht meer aan
te besteden. Bovendien, fruitcake wordt alleen maar lekkerder van een paar dagen
rust. Zeggen ze.
Ik heb dat nooit kunnen testen want als ik mijn Hollandse versie bak (in
tulbandvorm, zonder icing) is hij om de een of andere duistere reden altijd
binnen twee dagen op. Wat maar aangeeft dat hij niet persé hoeft te rusten. Met
fruitcake kan je naar hartelust variëren. In Engeland doen ze naar keuze stukjes
zachte marsepein door het beslag, een beetje zoals wij kerststol mét en zonder
spijs hebben.
Vijgen en noten Standaard gaan er grofgehakte noten, rozijnen, krenten en andere gedroogde
zuidvruchten doorheen. Ik voeg er graag wat gewelde abrikozen of gedroogde
appeltjes aan toe voor een frisse smaak. En gedroogde vijgen, omdat het
natuurlijke zoetmakers zijn, maar vooral omdat ze zo'n leuk decoratief effect
hebben. Als je de cake aansnijdt zie je overal clustertjes minuscuul kleine
vijgenpitjes. Je kunt er ook sukade doorheen doen, maar dat vinden ze hier thuis
'brr, vies!', dus dat laat ik wijselijk weg.
Noten voor de fruitcake haal je vers bij de notenboer, maar met de Baukje-zakjes
van de bakafdeling van de supermarkt lukt het ook prima. Ongezouten hazelnoten (zonder
vliesje), walnoten, pecannoten en amandelen komen in aanmerking. Tip: Prik met
een keukenmes een gaatjes in de zakjes, mep er een paar keer flink op met het
heft van het mes. Of vouw de noten in een schone theedoek en sla met de
deegroller.
Piment Kenmerkend is verder het gebruik van piment, ook wel All Spice, Jamaica peper of
Long-Tai genoemd. Een opmerkelijk geurige specerij die een pittige tegenhanger
vormt voor al het zoets in en op de cake. De grote grauwbruine korrels, die op
uit de kluiten gewassen peperkorrels lijken, geuren naar een mix van kruidnagel,
foelie, peper, jeneverbes en nootmuskaat. In gemalen vorm te vinden in het
kruidenschap van de supermarkt.
Nog een waarschuwing voordat u enthousiast aan het bakken slaat. Let op de
maatvoering bij Engelse recepten. Een Engelse teaspoon heeft een inhoud van 5
milliliter en is twee keer zo groot als de gemiddelde Hollandse theelepel. Dus 1
teaspoon = 2 theelepels! Rare jongens, die Engelsen.
=RECEPT=
Engelse fruitcake
(kerstrecept)
Ingrediënten
- 200 gram zachte roomboter
- 200 gram donkerbruine suiker
- 200 gram zelfrijzend bakmeel
- 1 teaspoon (= 5 ml = 2 Nederlandse theelepels) gemalen piment
- 1 teaspoon kaneelpoeder
- 1 teaspoon cacao
- 1/2 teaspoon zout
- 4 eieren
- 200 gram noten (wal- en hazelnoot, geschaafde amandel)
- 100 gram rozijnen
- 50 gram krenten
- 50 gram gewelde abrikozen (of appeltjes)
- 5 gedroogde vijgen
Bereiding
Verwarm de oven voor op 170 graden. Was krenten en rozijnen, laat een uur
wellen in schoon water. Hak walnoten en hazelnoten grof, rooster ze even in
een droge, hete koekenpan. Voeg amandelsnippers toe. Laat afkoelen.
Laat krenten en rozijnen uitlekken, dep droog, vermeng in kom met een lepel
zelfrijzend bakmeel. Snijd vijgen en abrikozen (of appeltjes) in kleine
stukjes en voeg toe. Roer zachte boter met bruine suiker glad en smeuïg.
Klop met mixer stuk voor stuk de eieren erdoor. Voeg zout, piment,
kaneelpoeder en cacaopoeder toe. Zeef zelfrijzend bakmeel erover en vermeng.
Roer noten en zuidvruchtenmengsel er zorgvuldig doorheen. Stort beslag in
een ingevette tulband- of cakevorm en bak in ruim 1 uur bruin en gaar. Steek
satéprikker of breinaald in cake. Komt hij er droog uit, is cake gaar. Laat
kwartier rusten en stort op taartrooster. Laat helemaal afkoelen. Bewaar tot
gebruik in plastic zak of luchtdichte trommel. Na een paar dagen komen alle
smaken echt goed tot hun recht.
Garneer met hulsttakjes en bestrooi met poedersuiker. Of doe als de Engelsen
en glazuur met witte icing (150 gram poedersuiker, 1 eiwit en roer er zoveel
koud water door dat glazuur net van lepel druppelt.)
Tip voor een stoere cake: laat rozijnen en krenten 2 uur wellen in bruine
rum of cognac. Rasp citroenschil door beslag.
Bron: Utrechts Nieuwsblad dec.2003 - Puck Kerkhoven
Terug
Kruiden kweken loont de moeite
Zelfs in ons doorgaans koude kikkerlandje loont het de moeite
om verse kruiden te houden. Zelf gekweekte kruiden smaken naar meer.
Maggiplant, koriander, munt en basilicum zijn
uitblinkers op vensterbank, balkon of tuin.
Voor een kopje verse muntthee hoef je echt de deur niet meer uit. Je
koopt eenvoudig een paar muntplanten of muntzaadjes en gaat aan de slag. Groene
munt (Mentha spicata) is een gemakkelijk te onderhouden winterharde plant die
bloeit in paarse aren. Groene vingers zijn dus niet eens nodig! Marokkaanse munt
(Mentha spicata 'Nana') heeft een specifieke muntsmaak. Met wat honing in een
glas kokend water krijg je een heerlijke Oosterse thee die je ook kunt bestellen
in de betere Oriëntaalse restaurants.
Koriander Het kruidenseizoen loopt van april tot oktober. De Romeinen gebruikten
koriander al om vlees mee in te wrijven, zodat het minder snel kon bederven.
Toen de plant eenmaal chemisch te analyseren was, bleek koriander inderdaad
bacteriedodende stoffen te bevatten. Nu worden de verse blaadjes als smaakmaker
gebruikt in salades, soepen, stoofpotten en curry's.
Ingemaakte peer met citroenschil, limoenschil, suiker en koriander bijvoorbeeld,
is een streling voor de smaakpapillen. Ingemaakt in een weckpot, beleef je er
maandenlang plezier aan. Zeker een aanrader om een keer te proberen bij
wildgerechten.
Als plant behoort koriander (Coriandrum sativum) tot de eenjarigen. In de volle
zon wordt het ongeveer een halve tot een meter hoog. De plant met witte tot
lichtroze bloempjes, scheidt een geur af die nog het meeste doet denken aan
verbrande koffie. Blaadjes zijn vanaf eind lente tot begin zomer te oogsten.
Peterselie, bieslook en lavas Veel gebruikte keukenkruiden kun je op het terras, in de buurt van de keuken
neerzetten. In een soep of salade doen peterselie (Petroselinum crispum),
bieslook (Allium schoenoprasum) en lavas (maggiplant) het altijd goed. Een paar
snippers op een boterham met kaas zijn al voldoende voor een kleine
smaakexplosie. De kruiden lopen snel uit, dus een regelmatige knipbeurt is op
zijn plaats. Hoe vaker je snoeit, des te harder het groeit!
Tijdens het seizoen staan zulke plantjes volop op de toonbank van de groenteman.
Hoewel ze voldoende vitamine C bevatten, bevatten de potjes te weinig zaad om
als kruid langdurig in de tuin te groeien. Maar dat maakt niet uit, want ook in
huis, bijvoorbeeld op het aanrecht of op de vensterbank, zijn het sfeervolle
blikvangers.
Basilicum Een Italiaanse maaltijd is niet compleet zonder het delicate basilicum, dat
bij voorkeur in potten wordt gezaaid. Het geurige kruid past goed in een Caprese
salade: in plakjes gesneden tomaat en mozzarella, afgemaakt met basilicum,
olijfolie en verse peper. Met zo'n tractatie is het simpel scoren aan tafel. Het
frisse voorgerecht is een prima aanloop naar de warme maaltijd. Samen vormen de
ingrediënten ook nog eens de kleuren van de Italiaanse vlag. Basilicum is er in
verschillende varianten, zoals citroenbasilicum en kaneelbasilicum.
De planten behoren tot de eenjarigen. Door hun fijne bladstructuur kunnen ze
beter niet in de volle zon staan, maar een plekje in de halfschaduw is prima.
Wie zelf basilicum wil zaaien, plant wat zaadjes in een potje op de vensterbank.
Omdat het kruid oorspronkelijk afkomstig is uit Zuid-Europa, is een warm, zonnig
plekje aan te bevelen. Draai het potje om de paar dagen om, zodat alle kanten in
het licht staan. Als basilicum op volle sterkte is, kunnen de wortels nogal
uitlopen en afbreken bij het verplanten. Om dat risico te beperken, wordt
basilicum niet in de volle grond geplant, maar in een grote pot. Jonge
exemplaren kun je nu nog buiten zetten, maar haal ze binnen als er kans komt op
vorst. De beste tijd om ze te planten is het voorjaar. In een grote pot naast de
keukendeur heb je er dan extra veel plezier van.
Er zijn ook kruiden die het goed doen in hangmanden.
Kruipende tijmsoorten,
Oost-Indische kers, rozemarijn en salie, dat blauw bloeit, vormen samen een
weelderige, aromatische bos.
Rucola Ook rucola (letterlijk: raket) ligt binnen handbereik. De chique Italiaanse
slablaadjes werden vooral in de jaren 90 een culinaire hype. In tuincentra of op
de plantenmarkt zijn ook gewoon rucolaplanten te koop. Dus een bezoekje aan de
supermarkt of de plaatselijke Italiaan lijkt overbodig geworden.
De eenjarige plant doet het ongekend goed op een zonnig plekje in een diepe pot,
waar hij de meeste blaadjes produceert in de zomer. Er bestaan ook vaste soorten
voor in de tuin. Een regelmatige snoeibeurt heeft gelijk resultaat. Je hoeft
niet verbaasd te staan als je bijna dagelijks een portie sla kunt plukken. En
wat te denken van rucola met wat koud geperste olijfolie; heerlijk bij verse
pasta of carpaccio!
Verzorging Kruiden gedijen het beste in losse grond. Voor een goede waterdrainage kun
je het beste wat extra zand door de potaarde mengen. In terracottapotten droogt
de grond veel eerder uit, maar handig is dan de pot vóór gebruik 24 uur onder te
dompelen in water. Een plastic pot is natuurlijk ook een idee. Voor alle kruiden
geldt dat ze de meeste geur afgeven als je het blad aanraakt.
Zet ruikers als lavendel, jasmijn en citroenmelisse bij elkaar. Creëer je eigen
hoekje, zodat je je na een paar keer diep ademhalen even in paradijselijke
oorden waant.
Na een flinke regenbui verspreiden kruiden de meeste geurstoffen. Kou werkt
remmend en vorst maakt het zelfs onmogelijk om ook maar iets te ruiken. 's
Ochtends, als de zon op de planten schijnt en de actieve bestanddelen op hun
best zijn, heb je de meeste kans om zo'n heerlijke zweem op te snuiven.
De ochtend is ook het meest ideale moment om te plukken. Want als de dauw is
verdampt én vlak voor de bloemen bloeien, is bij de meeste planten de hoogste
concentratie werkzame stoffen waar te nemen. Na de pluk kun je de kruiden direct
in de keuken gebruiken of fijnsnijden en invriezen.
Behalve invriezen, kun je de kruiden ook drogen.
Daarvoor gelden een
aantal vuistregels. Het beste is om de kruiden zo snel mogelijk te drogen, maar
niet in de felle zon. Professionals gebruiken hightech droogkasten, maar goed
drogen op een luchtige plek werkt ook. Hang ze bijvoorbeeld op in de tuin, om
schimmelvorming te voorkomen. Binnen één week zijn de meeste kruiden droog en
geschikt voor verwerking. Je kunt ze dan fijnsnijden en in een afgesloten potje
bewaren in het kruidenrek. Daarna blijven ze nog één jaar optimaal van smaak en
geur.
Bron: Sabine Zurel, Algemeen Dagblad 24-08-2004
Terug
Er wordt weer geweckt
Er wordt weer geweckt. Niet op de ouderwetse manier in
grote potten met als doel te overleven, maar meer om de goede smaken van de
zomer te bewaren in kleine elegante potjes die mooi zijn om te zien. Maar wecken
is niet helemaal zonder gevaar.
De herinneringen zijn soms verworden tot nachtmerries vol onafzienbare bergen
snijbonen, appels of kolen. Andere dromen zijn juist zoet en gaan over volle
potten die kelders zo warm kleurden dat ze bijna sferen van glas in lood
uitstraalden. Winkelketens als de Boerenbond haalden een paar jaar geleden alles
wat met weck te maken had uit de schappen; te ouderwets.
Maar hobbykoks, moestuinbezitters, restaurateurs, aanhangers van de Slow
Foodcultuur en nog een boel anderen zijn nijver op zoek naar potjes en
afsluitingen om straks, als het koud wordt, nog van de kleur en geur van de
zomer te kunnen genieten. Er wordt dus weer geweckt. Maar om heel andere redenen
dan vroeger en op een veel makkelijker, en vooral ook leukere manier.
Wecken is uitgevonden door de Franse legerkok François Appert die zijn
uitvinding aan de Franse regering aanbood nadat zijn eerste gesteriliseerde
voedsel in potten na acht maanden nog goed was. Zijn manier van conserveren
bleek ideaal voor het leger om onder barre omstandigheden te overleven, want je
kon niet alleen groenten en fruit op deze manier bijna onbeperkt bewaren, maar
ook vlees. Vlak voor zijn dood verkocht Appert de methode aan een Zwitserse familie die hem
op haar beurt weer doorverkocht aan Johann Weck. Deze stichtte rond 1900 de
Weckfabrieken en sindsdien zijn hele generaties opgegroeid met weck. Kinderen
uit grote gezinnen werden wanhopig als ze dagen achter elkaar snijbonen door de
molen moesten jagen. Of als er teilen vol tuinbonen klaar stonden om te worden
gedopt. Het drama werd compleet als de dag nadat er een hele dag een weckketel
op het fornuis had gestaan, een groot deel van de potten niet hermetisch bleek
te sluiten. Dan moest alles opnieuw.
In het Friese Appelscha staat een buitengewoon leuk museumpje: het Culinair
Historisch Kookmuseum De Vleer. Oprichtster is culinair historica Carolina
Verhoeven. Zij was ook degene die met de biologische markten in Amsterdam,
Utrecht en Groningen is begonnen. Overal in het museumpje staan potten weck,
duizenden potten vol met de meest uiteenlopende zaken. Het merkwaardigste is wel
de geweckte varkenssnuit waarvan je na al die jaren nog duidelijk de haartjes
kunt zien. Carolina Verhoeven is niet alleen in de flessen zelf geïnteresseerd maar vooral
in de verhalen die er bij horen. Zo is daar de pot met peultjes uit 1926 die een
dienstmeisje van een domineesfamilie kreeg toen de vrouw des huizes op haar
sterfbed lag, als dank voor drie jaar lang hard werken. In de keuken staat een pot kersen met '1940' op het etiket. Onder
vliegtuigengevecht geplukt. Er is een pot uit een klooster waarin peertjes zitten die prachtig in ribbeltjes
zijn geschild. Uit Rottumeroog komt een weckfles waarin honderd jaar geleden een wild eendje
werd geweckt. Verhoeven: "Als je in Rottumeroog woonde kon je niet zomaar naar
het vaste land om vlees te kopen. Dan weckte je wat je krijgen kon. Dus als er
een paard verdronk, werd dat niet begraven, maar geweckt. Vroeger werd alles,
maar dan ook alles geweckt: duiven, patrijzen, eenden, varkens, koeien, herten
en paarden." De vernieuwde belangstelling voor wecken heeft een heel andere oorsprong, zegt
Carolina Verhoeven "Was het vroeger bittere noodzaak, nu gaat het uitsluitend om
de smaak, de smaak van weck is fantastisch. En er is ook de emotie. Vaak heb je
de groenten, het fruit zelf opgekweekt, je hebt alles zelf in je handen gehad."
Daar komt bij dat de flessen in de loop der jaren eleganter en veel kleiner zijn
geworden en de weckketels zo vergemakkelijkt dat je meestal alleen maar aan twee
knopjes hoeft te draaien. Bij de ISPC in Breda, de culinaire Horecagroothandel die binnenkort ook in
Nieuwegein een vestiging krijgt, ziet chef Eric Mulder de verkoop van de
weckglazen groeien. "Vooral die heel kleine potjes. Chefkoks maken er een amuse
in en slagers die een nieuwe winkel openen, vullen ze met paté als
relatiegeschenk."
Maar dat is natuurlijk niet het echte weckwerk. In het trendy restaurant De Kas
in Amsterdam, waar de eigen groenten zo ongeveer de keuken in groeien, zegt
chefkok Ronald Kunis: "Diepvries is vloeken in de kerk, maar we wecken wel:
augurken, tomaten en soms venkel. Met wecken behoud je de smaak en de kracht van
groenten. Verder komen hier geen conserven binnen, we gebruiken alleen vers."
Een probleempje bij de groeiende belangstelling is de verkrijgbaarheid van
weckglazen en alles wat daar bij hoort. In de metropolen Jubbega in Friesland en
Nieuwe Niedorp in Noord-Holland zijn zaken van waaruit ze ze door het hele land
versturen. Dries van der Kooij in Jubbega: "Die weckspullen lopen ongelooflijk.
Had ik twee jaar geleden nog tien dozen in voorraad, nu staan er consequent drie
pallets en die zijn binnen de kortste tijd leeg. Mensen willen weer ouderwetse
kwaliteit."
Een stevig antigeluid komt van Patricia Schutte van het Voedingscentrum
Nederland. "Wecken van groenten en vooral vlees is sterk af te raden. Fruit kan
wel. De bacterie Clostridium botulinum kan zich in een zuurstofvrije omgeving
ontwikkelen. Hij veroorzaakt botulisme en daaraan ga je onherroepelijk dood."
Arie Havelaar van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu: "Botulisme
komt eigenlijk in Nederland niet meer voor en de ziekte hoeft, als je er snel
genoeg bij bent, niet dodelijk te zijn. Het probleem is echter dat artsen, omdat
de ziekte zo zeldzaam is, misschien het ziektebeeld niet gauw genoeg herkennen.
Botulisme kan inderdaad ontstaan na het eten van geweckte groenten en vlees,
vooral als ze niet, zoals vroeger, in een koele donkere kelder worden bewaard.
De ziekte is buitengewoon ernstig, dus neem geen risico's."
Een verontwaardigde Carolina Verhoeven in Appelscha: "Ik heb 25 jaar een
conservenfabriekje gehad en nog nooit is er iemand vergiftigd. Ik heb de inhoud
van honderd jaar oude potten geproefd en ik leef nog steeds."
Een warm bad Wecken is een sterilisatieproces waarbij voedsel in glazen potten wordt
gedaan. Deze potten worden hermetisch afgesloten met een deksel waaronder een
rubber ring zit. De pot wordt voorzien van een klem en gaat dan in een waterbad
in een weckketel. Het water in de ketel wordt verhit waardoor het voedsel
uitzet. Hierdoor ontstaat overdruk waardoor de lucht naar buiten wordt gedrukt.
Als het glas na afloop is afgekoeld, is er in de pot onderdruk ontstaan,
waardoor deze hermetisch blijft gesloten. Na verwijdering van de rubber ring
gaat het glas weer open.
Bron: Céline Rutten, Amersfoortse Courant, 11 september 2004
Terug
Döner kebab
Wie goed om zich heen kijkt in winkelcentra en
uitgaansgelegenheden, ziet dat er steeds meer zaken naar döner kebab worden
vernoemd. Döner verschilt qua bereiding, ingrediënten en smaak veel van shoarma.
Deze Turkse snack is in Nederland bezig aan een opmars.
Turkse shoarmazaken als Mevlana Shoarma of Osman Grillroom-Shoarma zijn ondanks
hun naam vrijwel allemaal overgestapt op döner kebab. Steeds meer Turkse
snackbars, restaurants en shoarmazaken afficheren zich dan ook als Turkse 'döner
kebab rooms'.
"De opmars van döner heeft vooral te maken met het succes in Duitsland", licht
Aydin Güç van Tabara Groothandel toe, die zowel shoarma als döner levert aan
meer dan vierhonderd afnemers in Nederland en België. "De opkomende Turkse
middenklasse heeft het van haar soortgenoten in Duitsland afgekeken. Daar staat
döner op nummer 1 en wordt meer verkocht dan hamburgers. Volgens Güç heeft de
opmars van döner ook te maken met het groeiende aantal Turkse consumenten in
Nederland.
Een andere reden is volgens hem dat Turken graag hun eigen gerechten verkopen.
Ze denken dat shoarma Israëlisch is, ten onrechte want de oorsprong ervan is
Turks. Shoarma mag dan Turks zijn, het waren juist de Israëlische immigranten
die in de jaren zeventig shoarma in Nederland hebben geïntroduceerd. De eerste shoarmazaak in Den Haag heette dan ook Jerusalem Shoarma. "Eind jaren
zeventig is shoarma aarzelend begonnen aan zijn opmars", vertelt Awi Benezra
(50), mede-eigenaar van Mr. Chicken Döner Sandwich aan de Haagse Spuistraat, die
al twintig jaar shoarma verkoopt. Hij was het ook die begon met Jerusalem
Shoarma. "Al snel werd het ontdekt door de Nederlander. Door de groeiende
belangtelling schoten shoarmatenten als paddestoelen uit de grond." Maar de
laatste jaren gaat het minder goed met shoarma. In de jaren zeventig en tachtig werden shoarmazaken in Den Haag voornamelijk
gerund door joden, vertelt Benezra. "Omdat hun zaken veel waard werden,
verkochten zij ze door aan Turken en Egyptenaren en gingen ze door naar het
echte zakenleven. De één begon een reisbureau of een hotel, de ander een
makelaarskantoor of nam pizzeria's over. Benezra's eerste shoarmazaak Jerusalem
Shoarma heet sinds 1991 Sindbad Grillroom. De eigenaar is een Egyptenaar die het
vak bij een Israëliër heeft geleerd. "Ik kwam hier als student werken, al snel
begon ik shoarma te snijden", blikt eigenaar Muhammed Ramadan (36) terug.
"Vroeger waren er weinig buitenlandse gerechten en was men vooral aangewezen op
shoarma. Maar in de loop der jaren deden er steeds meer buitenlandse
tussendoortjes hun intrede in de horecawereld, zoals de Turkse pizza (lahmacun),
loempia en nu döner, die heel populair aan het worden is. Wij hebben onze
marktpositie daardoor moeten delen met anderen." Ramadan verkoopt sinds enkele jaren ook Turkse snacks als lahmacun. "Dat moet
wel als je je hoofd boven water wilt houden. Vroeger at Jan en alleman hier, nu
leven wij vooral van de buitenlandse toeristen die ook naar andere snacks vragen."
DE FEITEN Grillvlees met brood Shoarma en döner zijn beide grillmaaltijden die in het Midden-Oosten, Turkije en
Griekenland in verschillende varianten bestaan. Wat al deze varianten gemeen hebben, is dat ze draaiend aan de spies worden
gegrild. Dönervlees is van kalkoen, kalfsvlees, kip of rundergehakt en wordt met andere
kruiden gemarineerd dan shoarma. Het ligt een dag in melk om zacht en sterker
van smaak te worden. Shoarma in Nederland is meestal gemaakt van varkensvlees. Döner wordt met twee soorten Turks brood geserveerd, shoarma met het
pitabroodje.
Bron: Tuncay Cinibulak, Amersfoortse Courant van 9 september 2004
Recept
Terug
Wijze mandarijnen Soms is het lastig te onthouden, wanneer de nieuwe oogst van
een groente of vrucht weer beschikbaar komt. Met mandarijnen is het echter
simpel: de eerste echt lekkere komen met Sinterklaas mee uit Spanje. Ik kreeg ze
vroeger steevast in mijn schoen. Ja, Sint is een wijs man. Tegenwoordig reizen
de mandarijnen de Goedheilig man een paar weken vooruit.
Maar let op, tot eind oktober heb je alleen de zogenaamde gestookte
mandarijntjes. Dat zijn onrijp geplukte mandarijnen die onder druk worden
gerijpt. Ze zijn vaak wat zurig van smaak en hun schilletje kleurt snel zwart.
Bewaar ze daarom goed gekoeld, liefst in de koelkast. Vanaf begin november zijn
de lekkere, pitarme clementines en satsuma's te koop. Echte zoete mandarijnen (Citrus
reticulata) komen pas tegen de Kerst op de markt, vaak in van die mooie houten
kistjes.
Satsuma Even voor de duidelijkheid, de populaire clementine is geen honderd procent
mandarijn maar een kruising. De Franse trappisten-pater Clément, die begin 1900
in Algerije woonde, kruiste daar voor het eerst met succes een mandarijnboom met
een pommeransboom (bittere sinaasappel). Het resultaat: een nieuwe, makkelijk
pelbare pitarme vrucht met iets bitters in de smaak, die eervol werd vernoemd
naar zijn uitvinder. Satsuma is een Japanse variant met groenige blosjes, die
goed tegen vorst kan.
De wilde mandarijn komt, net als de sinaasappel en de citroen, van oorsprong uit
China, van de zuidoostelijke uitlopers van de Himalaya, waar een moessonklimaat
heerst. Eeuwenlang werd de citrusboom goddelijk beschouwd vanwege zijn geurige
bloesem en sappige vruchten in de vorm én de kleur van de zon. Kruisen,
veredelen en vertroetelen was bij uitstek een klusje voor de beste keizerlijke
plantkundigen. Bevoorrechte Chinese ambtenaren, mandarijnen genaamd, hadden een
uitgesproken voorkeur voor die kleine, iets afgeplatte sappige oranje vruchtjes,
die zich zo makkelijk laten pellen. Alleen zij mochten ze kweken.
Statusverhogend
Het was in het oude China een teken van 'wijsheid' en absoluut
statusverhogend een mandarijnenboompje in je tuin te houden. Later, rond 1500 na
Christus, maakte de citrusfamilie zijn oversteek naar Zuid-Europa en
Noord-Afrika. Portugese ontdekkingsreizigers speelden daarin een belangrijke
rol. Het was Columbus die de sinaasappel, citroen en mandarijn meenam naar de
Canarische eilanden en Zuid-Amerika, waar tegenwoordig het meeste citrusfruit
wordt geproduceerd.
Nog steeds getuigt het van 'wijsheid' veel mandarijnen te eten. Het zijn ware
vitaminebommetjes en ze bevatten heel weinig calorieën. Bovendien happen ze
makkelijk weg en laten ze zich heel goed verwerken in salades en gerechten met
(gerookte) kip, varkensvlees en vis. En natuurlijk in frisse desserts zoals deze
IJsmandarijnen (zie recept). Kies stevige exemplaren, liefst met het blaadje er
nog aan. Dat staat lekker vrolijk.
Recept IJsmandarijnen (nagerecht voor 4 personen)
4 grote mandarijnen; sap van een halve citroen; 1 blaadje gelatine;
50 gram witte basterdsuiker; 1 dl slagroom.
Week de gelatine 5 minuten in een kom met koud water. Snijd de kapjes van de
bovenkant van de mandarijnen. Snijd voorzichtig het vruchtvlees eruit, vang het
sap op. Snijd het vruchtvlees heel fijn en doe het samen met het sap van
mandarijnen en citroen in een ondiepe schaal (bijv. een gebruikte plastic ijsbak
van 1 liter). Verwarm 1 deciliter water in een pan, los hierin de suiker op.
Knijp de gelatine goed uit en laat deze oplossen in het suikerwater. Laat afkoelen en roer dan door de mandarijnenmassa.
Klop de slagroom stijf en schep de mandarijnenmassa erdoor. Zet de schaal in de
vriezer. Wacht een half uur en roer de massa dan flink door met een vork.
Herhaal dit een keer. Vul de uitgeholde mandarijnen met de bijna stijve
ijsmassa, zet de kapjes erop en laat ze nog minimaal 2 uur in de vriezer
bevriezen. Laat ze een half uur voor consumptie bijkomen in de koelkast.
Tip: Serveer ijsmandarijnen met een lekkere dot slagroom ernaast, en bestrooi
die met geroosterd amandelschaafsel.
Bron: Puck Kerkhoven, Utrechts Nieuwsblad, oktober 2004
Terug
Bramen voor doorzetters
Wie de vrucht wil, moet de stekels trotseren. Zou dat geen
mooi spreekwoord zijn? Het gaat in ieder geval op voor bramen, tenzij je ze
natuurlijk koopt bij de groenteman. Of ze van de stekelvrije tuinvariant plukt.
Wat het is weet ik niet, misschien een laatste restje verzamelaars-oerinstinct,
maar ìk wil graag een beetje afzien voor mijn bramen.
Paarse vingers, schrammen op armen en benen, zweetdruppels op het voorhoofd, dat
werk. Braamstruiken zijn net onkruid, ze groeien in deze contreien overal. Wij
weten een paar super-stekken bij de spoorbaan en aan de rand van het bos, waar
we traditiegetrouw onze slag slaan. Ik merk dat mijn verzamelwoede overslaat op
de rest van het gezelschap. Ik waarschuw ze dat ze niet alle rijpe bramen van de
struik moeten plukken. In Ierland geloven ze dat dat ongeluk brengt. Je moet er
altijd een paar laten hangen voor de elfen. Want vergis je niet, met een
hongerige, humeurige elf ben je nog niet jarig.
Bramenketchup
Met plastic emmertjes (geen zakken want daarin pletten ze teveel) vol
zwartblauwe bramen keren we huiswaarts. Wat doen we met deze gigantische oogst?
Bramensap, bramenjam, bramencompote, bramensaus, bramenbavarois, je kunt er
zelfs bramenketchup van maken. Schijnt erg goed te smaken bij eend, maar ja, hoe
vaak eet je dat? Je kunt ze ook invriezen: eerst even afspoelen, bestrooien met
poedersuiker en naast elkaar op een blad in de vriezer leggen. Zodra ze hele aal
bevroren zijn doe je ze over in een diepvrieszak. Bewaren in de koelkast kan
ook, 3 à 4 dagen.
Natuurlijk maak ik een paar potten bramenjam. Zo lekker en zo simpel. Koop een
pak geleisuiker, volg de gebruiksaanwijzing, kan niet missen. Onthoud dat je op
1 kilo suiker 900 gram bramen gebruikt, en voeg het sap van een halve citroen
toe. Ik geef hier liever het recept van het lekkerste nazomer-toetje dat ik ooit
proefde: dronken bramen met appelricotta. Zoals gezegd, je hoeft ze niet per se
zelf te plukken. Voor de ongeduldigen onder ons zijn bramen ook gewoon te koop
bij de groenteman, in doosjes; groter, gaver en blauwer dan je ze ooit in het
bos bij elkaar kunt scharrelen. Maar of ze ook lekkerder zijn? Ze missen toch
die verslavende smaak van voldoening en beloning.
Keltische god
In de mythologie staan bramen voor de grens tussen het wereldse en het
bovennatuurlijke, tussen leven en dood. Er bestaat een mooi verhaal over een
Keltische god die voor een missie van levensbelang zijn godin moet zien te
bereiken in Caer Arianrhod; het heilige kasteel, midden in het bos. Hij stuit
echter op een ondoordringbare bramenhaag. Hij probeert er doorheen te komen maar
de slingerende ranken en vlijmscherpe stekels houden hem keer op keer tegen.
Hij kan niet meer voor of achteruit. Doodmoe zakt hij neer op een strookje mos
en besluit dat hij hier maar moet sterven. Maar dan ziet hij de blauwzwarte
vruchten. Onbewust stopt hij er een paar in zijn mond. Het krachtige sap en de
tintelende pitjes geven hem nieuwe energie. Hij realiseert zich dat het zijn
plicht is de godin te bereiken. Van hem hangt het af of de aarde weer bevrucht
wordt en in de lente weer tot bloei zal komen. En met bovennatuurlijke kracht
vecht hij zich er doorheen. De natuur die barrières opwerpt maar ook helpt ze te
overwinnen.
---Recept---- Dronken bramen met ricotta (dessert voor 4 personen)
300 gram bramen 1/2 citroen 1 eetlepel vloeibare honing 3 eetlepels bessenlikeur (bijv. Crème de Cassis)
250 gram ricotta (of Hüttenkäse) 1 frisse appel 1 theelepel kaneel
12 blaadjes munt
Was de bramen voorzichtig, verwijder kroontjes en laat ze uitlekken. Bewaar een
paar mooie groten voor de garnering. Schil een dun reepje van de citroen (alleen
het geel, niet het wit) en snipper dit heel fijn. Pers een halve citroen uit.
Meng citroensap met de honing, de likeur en de citroenschilsnippers. Schep de
bramen erdoor en laat ze zeker een uur staan.
Schil de appel en rasp hem op een grove rasp. Bestrooi met kaneel en vermeng met
de ricotta of Hüttenkäse. Laat uitlekken in een fijne zeef. Verdeel de bramen
met sap over vier soepborden. Maak met een ijsschep een bol appelricotta en leg
die in het midden. Garneer met de achtergehouden bramen, een citroenschilletje
en wat blaadjes munt.
Tip: Bestrooi met geroosterde amandelsnippers en poedersuiker.
Bron: Puck Kerkhoven, Utrechts Nieuwsblad, september 2004
Terug
Het koffiewonder
Kopje koffie? Ja, doe maar. Zonder erbij na te denken giet je
water in de machine en schep je gemalen koffie in het filter, als je tenminste
zoals ik nog steeds niet aan de Senseo of de espresso bent. Koffie zetten hoort
tot onze dagelijkse routine. Maar heeft u er wel eens bij stilgestaan wat er
allemaal aan te pas komt, aan dat simpele, oerdegelijke kopje koffie?
Er zijn maar weinig producten waarin zoveel tijd, aandacht en energie wordt
geïnvesteerd als juist in koffie. Ik was deze week te gast bij een kleine
koffiebrander die voornamelijk topkoffie levert aan de horeca. Inderdaad, ik
werd verwelkomd met een perfect kopje koffie, om vervolgens te worden overspoeld
door een zee aan koffie-kennis. Met het gevolg dat ik nu geen pak koffie meer
kan opentrekken zonder het hele traject van struik tot koffiemok aan mijn ogen
te zien voorbij trekken.
Met de hand geplukt Koffiebonen komen van de koffiestruik; een altijd groene, tropische struik die
net zo mooi wit bloeit en aromatisch geurt als onze jasmijn. Daaraan ontwikkelen
zich honderden groene besjes die, als ze rijp zijn, rood opkleuren. Bij de
duurdere koffiesoorten (Arabica) worden die besjes stuk voor stuk met de hand
geplukt. Koffieplukkers moeten meerdere keren langs dezelfde struik, want de
besjes zijn niet allemaal tegelijk rijp, en aan groene besjes heb je niets. De
bonen zitten met z'n tweeën (net als een pinda, met de platte kanten tegen
elkaar) binnen in de bes. Er omheen zit een zilvervlies en daar weer omheen het
vruchtvlees en de schil.
Eerst worden de geplukte besjes opgegooid op een soort grote hoepels die zijn
bespannen met fijn gaas. Blaadjes en stof waaien zo weg. Dan worden de besjes,
meestal door vrouwen en kinderen, handmatig gesorteerd. Vervolgens gaan ze te
water. Ze leggen een hele reis af in een kanalenstelsel van vele honderden
meters. De onrijpe, aangetaste of verrotte bessen komen boven drijven en worden
afgeschept. Het vruchtvlees weekt langzaam los door het water. Dan gaan ze door
een ontpulpingsmachine, om vervolgens in 36 uur in de fermenteertank alle
overtollige resten kwijt te raken.
Terrassen Na goed te zijn gespoeld worden ze, onder continu keren en omharken, minimaal
twee weken te drogen gelegd op terrassen in de open lucht. Tot vlak voor
verscheping naar Nederland worden ze opgeslagen in een gecontroleerde atmosfeer.
Dan volgt nog het machinaal polijsten van de bonen, waardoor het zilvervliesje
verdwijnt. Tot slot een tweede, meestal elektronische, sorteerslag en het
'lezen'; een laatste intensieve handmatige kwaliteitscontrole. Door hoeveel
handen zijn deze bleekgroene boontjes dan al gegaan?
De bonen krijgen hun koffiesmaak, aroma en hun vertrouwde donkerbruine kleur pas
bij de koffiebrander. Die verhit ze razendsnel in een grote trommel, met 100
kilo tegelijk, tot 190 graden. Om ze weer snel terug te koelen. Een zeer secuur
werkje. Een iets te hoge temperatuur of iets te lang gebrand en de kostbare
bonen zijn verprutst. De brander mengt vervolgens bonen uit verschillende delen
van de wereld, met allemaal hun eigen smaakeigenschappen, tot de ideale melange.
Die wordt, na een paar dagen ontgassen, gemalen en pas dan gaat de koffie in de
verpakking, zoals u hem kent.
Als er al zoveel aandacht aan is besteed, dan wilt u er vast wel voor zorgen dat
de koffie ook thuis in optimale conditie blijft. Daarom deze tip: bewaar gemalen
koffie in de originele verpakking in een bus. Overgieten betekent aromaverlies
en ongewenste vermenging met oude koffie. Rol de verpakking op, zodat er zo
weinig mogelijk zuurstof bij kan en sluit met een knijper of elastiekje. Hele
bonen kan je het best in gesloten verpakking in de vriezer bewaren.
Recept Espresso-granita (koffie-ijsdessert voor 5 tot 6 personen*) 6 dl espresso (of sterke zwarte koffie) 90 gram kristalsuiker slagroom en kaneel (voor de garnering)
Roer suiker door de warme koffie zodat het helemaal oplost. Laat afkoelen en
schenk in een ondiepe diepvriesdoos. Zet 3 uur in de diepvries, tot zich aan de
hoeken ijskristallen vormen. Roer door met een vork en zet nog een uur in de
vriezer. Roer nogmaals om en zet weer in de vriezer. Herhaal dit tot het
ijsmengsel geen vloeibare koffie meer bevat.
Zet de granita 20 minuten voor het serveren in de koelkast. Hark het ijs los met
een sterke vork maar maak het vooral niet te fijn. Schep de ruige kristallen in
hoge glazen en serveer, naar wens, met een dot slagroom en bestuif die licht met
kaneel. Steek er een lange lepel in. Tip: Afgedekt kunt u deze granita wel 2 weken bewaren in de diepvries.
Verfrissend én opwekkend na een zware maaltijd.
*Uit: 'Koffie, het complete handboek', Veltman Uitgevers, ISBN 90 5920139 6.
Bron: Puck Kerkhoven, Utrechts Nieuwsblad, november 2004
Terug
Een letter van banket
Geen sinterklaasfeest zonder banketletter. De
chocoladeletter is nieuw in vergelijking met de historie van koekletters in
combinatie met zoetigheid. Lang voor de geboorte van Sint Nicolaas werden ze al
gegeten.
Sla een oud Sinterklaasboek open. Tien tegen één dat er zo’n ingekleurde
prent in staat van 'Sinterklaas bij den Banketbakker'. Overal staan jutezakken
met pepernoten, op versierde tafels en in vitrines liggen suikerbeesten,
borstplaatharten, speculaaspoppen en marsepeinen varkens. Een glunderend
bakkertje met bolle appelwangen toont de sint een banketletter in de vorm van
een sierlijke S. Deze koekletter met amandelspijs is, hoewel knapperig versgebakken, bij wijze van
spreken zo oud als Sinterklaas zelf.
Wat heerlijke poppen, Wat keurig banket Staan hier voor de glazen, Zoo sierlijk en net! ... Wie trad er naar binnen? O, gluur door die ruit! De Bisschop koopt alles; Zijn knecht draagt het uit. 't Zijn zakken vol lekkers, En koeken er bij ... O, kreeg ik er ééntje, Wat was ik dan blij!
Chocoladeletters zijn een fenomeen van de laatste 120 jaar. Veel
ouder is de traditie brave kinderen met koek- of broodletters te belonen. In de
middeleeuwen leerden kinderen op de kloosterscholen het alfabet aan de hand van
broodletters. Zodra ze hem goed konden schrijven, mochten ze de letter opeten.
Als beloning, maar ook omdat onze voorouders geloofden dat je je wijsheid eigen
kon maken door tekens van wijsheid (letters) letterlijk tot je te nemen.
Deze 'heidense' gedachte stamt zelfs van ver vóór de geboorte van Sint Nicolaas,
rond 260 na Christus (niet in Spanje zoals de liedjes doen vermoeden, maar in
Turkije). De Germanen kenden de rune-tekens van Wodan. Elk pasgeboren kind kreeg
een eigen rune-teken, dat geluk moest brengen. Om dat doel te bereiken, werden
jaarlijks vlak voor de winter rune-tekens van brooddeeg gebakken. Ieder at z'n
eigen teken ritueel op, samen met appels en noten die voor vruchtbaarheid en
levenskracht moesten zorgen.
Het oudste bewijs dat arme kinderen ter ere van de sterfdag van de Sint, 6
december, werden getrakteerd op koek en lekkers is een rekening van de Stad
Dordrecht voor Sint Nicolaas-aankopen, daterend uit 1360. Later ontstonden
overal in ons land de zogenoemde Sinterklaasmarkten op 4 en 5 december, waar
ouders snoep, sinterklaaspoppen en speelgoed konden inslaan. Die
markten kregen van lieverlee een uitbundig, kermisachtig karakter. Na de
beeldenstorm werd het aanbidden van heiligen en het vereren van beeltenissen
afgedaan als afgoderij. Toen de protestanten het in de steden voor het zeggen kregen, gingen de
Sinterklaasmarkten in de ban. Voor het bakken van speculaaspoppen (beeltenis!)
en zelfs voor het zetten van de schoen gold een verbod, want dat werkte maar
geldverspilling in de hand. Sinterklaas moest noodgedwongen onderduiken in
huiselijke sfeer en de banketletter groeide uit tot dé traktatie want daartegen
konden de autoriteiten geen argumenten verzinnen.
Onze grote meesters uit de zestiende en zeventiende eeuw schilderden koekletters
met amandelen erop in hun stillevens. Hoogstwaarschijnlijk waren die toen al
gevuld met amandelspijs, destijds een populaire traktatie. Ook hier hadden de
letters de nodige symboliek. De S stond daarbij voor de Schepping maar ook voor
Sodom en Gomorra.
In het oudste Sinterklaas-kinderboek, 'Sint Nicolaas En Zijn Knecht', van de Amsterdamse schoolmeester Jan Schenkman uit 1860
staat een prent van de sint bij de banketbakker, waarop ook een banketletter te zien is.
Amandelspijs, dat is wat de banketletter, maar ook gevulde speculaas en
marsepein zo lekker maakt. Een staaf van banketspijs, gemaakt van gemalen witte
bonen, suiker en amandel-essence, kost weliswaar aanmerkelijk minder dan een
staaf van echte spijs van gemalen amandelen, maar het blijft een versuikerde
bonenstaak. Voor wie genoeg heeft van alle zoetigheid, is er de hartige
saucijzenletter. Te koop bij de betere slager, maar ook heel goed zelf te maken
(zie recept). Een glas kruidige warme bisschopswijn erbij en je kunt er weer
een pakjesavond tegen.
Voor het feit dat een banketletter altijd de vorm heeft van een S of M is er de algemene 'historische' verklaring dat
de S staat voor
Sinterklaas en de M niet voor Mama zoals meestal wordt gedacht, maar voor Myra,
de Turks-Griekse streek waarvan de goedheiligman bisschop was.
Het baktechnische
antwoord is dat alleen letters die bestaan uit één vloeiende lijn gegarandeerd
heel blijven tijdens het bakken. Alle letters met tussenstreepjes vallen af want
die blijven niet vastzitten. De L van Lekker en Leo en Loes zou in aanmerking komen, maar die vult de doos
niet goed op, waardoor het risico op breuk tijdens transport te groot is. De U
van Urbanus en Ursula is niet interessant omdat er zo weinig namen met
een U zijn, maar vooral omdat de knik onderin te geknepen is. Ook hier dreigt
breukgevaar. Zelfde probleem met de N. Een vloeiende W van Willem en Wiesje zou
in principe kunnen, maar die hebben we eigenlijk al. Draai gewoon de M om. De O
van 'O, kom er eens kijken', en Oma en Otto komt wel voor, maar die hoort weer
meer bij Kerst en dan heet ie geen letter meer maar een krans.
Recept voor de S van saucijs Nodig: 8 plakjes bladerdeeg (ca. 360 gram); 4 runderbraadworstjes; 2 theelepels zout; 1/2 theelepel peper; 1 losgeklopt ei; 2 eetlepels broodkruim (of paneermeel); 1/2 eetlepel bloem.
Bereiding: Verwarm de oven voor op 220 graden. Laat de bladerdeegplakjes ontdooien. Snijd
met een scherp mesje de zijkant van de rauwe worstjes open en haal de vulling
eruit. Kruid met zout en peper (niet nodig als u een 'hartige' slager hebt).
Kneed de helft van het losgeklopte ei en het broodkruim erdoor. Bewaar koel.
Leg
de bladerdeegplakjes op elkaar en rol uit met een deegroller tot een lap van 30
bij 30 cm. Snijd doormidden, leg de lappen in elkaars verlengde en plak ze met wat water
aan elkaar. Rol de naad goed plat.
Vorm van de worstvulling een lange worst van ca. 45 cm. Leg die in het midden van het deeg. Bestrooi de worst met bloem. Sla
de deegflap over de vulling en rol op. Plak met water dicht. Snijd overtollig
deeg weg en vouw de zijkanten netjes naar binnen, zodat de staaf hermetisch is
afgesloten. Bekleed de bakplaat met bakpapier en leg de staaf met de naad naar beneden, in
de vorm van een soepele S. Vermeng de rest van het ei met 1 eetlepel water en
bestrijk hiermee de saucijzenletter. Bak hem midden in de oven, in ca. 30
minuten goudbruin. Laat een kwartiertje afkoelen en serveer warm.
Tip: Toch liever de S van Suikerzoet? Vervang de worstvulling dan voor 300 gram
amandelspijs, vermengd met 1 eigeel en 1 eetlepel citroensap.
Bron: Puck Kerkhoven, Amersfoortse Courant, 4
december 2004
Terug
Een kooltje gestoofd
(Bron: Kitty van Gerven, Utrechts Nieuwsblad, december 2004)
De oude Grieken en Romeinen aten het vooral
om hun kater te verlichten na een overdadig drinkgelag. Wij eten het omdat
het lekker is. En winter. Want kool is allebei: lekker en winters. Geen
gerecht dat zo bij de Hollandse kou past als kool. Boerenkool met worst.
Spruitjes met spekjes. Rode kool met appeltjes. Kan het winterser?
Waarschijnlijk niet.
Je hoeft er maar aan te denken of je hoort bij
wijze van spreken de wind al om het huis gieren en ziet deze winterkost
dampend op tafel staan. Want dat is kool, echte winterkost. En echt
Hollands. Althans, dat denken we. In werkelijkheid is kool noch het één noch
het ander. Leden van de familie van de kruisbloemigen, waartoe ook de kool
behoort, komen namelijk op de meest uiteenlopende plaatsen ter wereld voor.
De oorspronkelijke oerkool, de wilde kool of Brassica oleracea, die nu
alleen nog te vinden is aan de kust van het Franse departement La Manche,
groeide duizenden jaren geleden langs de kust van heel Europa.
Paksoi Maar ook in China komt al sinds mensenheugenis kool voor. De meest bekende
is -hoe kan het ook anders- de Chinese kool, die in de 18e eeuw naar onze
contreien kwam. En ook paksoi is van oorsprong zo'n Chinese kool.
Daarentegen komen groene kolen van oudsher weer uit Frankrijk, vooral
Bretagne. Uit het Mediterrane gebied, met name Zuid-Italië, komt nog altijd
veel broccoli, terwijl nota bene Groot-Brittannië het land van herkomst is
van de fraaie romanesco, het sierlijke zusje van de broccoli.
Het is duidelijk, kool is dus geen typisch Nederlandse specialiteit. Dat
neemt niet weg dat het hier wel veel wordt verbouwd. Alleen al aan witte
kool bedroeg de productie vorig jaar 129 miljoen kilo. Aan rode kool kwam
daar nog eens 35 miljoen kilo bij. Maar het is nog niks vergeleken met
bijvoorbeeld Duitsland met 488 miljoen kilo witte kool en 132 miljoen kilo
rode kool. Koolkoploper is echter Polen waar elk jaar zo'n 1200 miljoen kilo
wordt geoogst. Net zo min Hollands verdient kool het predikaat winterkost.
Zomertypetjes Want we mogen kool dan associëren met gure donkere dagen, de koolfamilie is
groot en omvat ook echte zomertypetjes als de bloemige bloemkool, broccoli
en spitskool, al wordt deze zomerkool de laatste jaren steeds vaker in de
winter aangevoerd. Omgekeerd gebeurt dat echter ook steeds meer. De
sluitkolen, zoals de witte, rode en groene of savooienkool, van oudsher
typische winterkolen, komen we tegenwoordig steeds vroeger tegen. Nog niet
eens zo lang geleden lagen deze kolen, die vanwege hun compacte vorm ook wel
kop-, krop- of kabuiskolen worden genoemd, pas medio oktober in de winkel.
Tegenwoordig worden sommige rassen aan het eind van de zomer al geoogst.
Mede door de komst van de zomerrodekool, een kleinere variant van de
traditionele rodekool, en door de introductie van vroege spruitjesrassen, is
het koolseizoen een flink stuk naar voren opgeschoven. Waar de spruiten
vroeger pas van het land werden gehaald nadat de vorst er overheen was
gegaan (ze kregen daardoor extra smaak), zijn er nu vroege spruitjesrassen
die niet eens meer vorstbestendig zijn, vertelt Marja Slagmoolen van het
Voorlichtingsbureau Groenten en Fruit. De enige echter winterkoolsoort is
volgens haar boerenkool. ,,Maar zelfs daarvoor geldt dat hij ook buiten het
winterseizoen steeds langer verkrijgbaar is.''
Geur Overigens is lang niet iedereen zo gecharmeerd van kool. Sterker nog,
sommigen hebben er zelfs ronduit een hekel aan. Doorgaans heeft die weerzin
vooral te maken met de geur die bij het koken vrijkomt. En bij sommigen ligt
een koolgerecht ook wat zwaar op de maag en zorgt het voor darmgassen. Dat
komt omdat kool verhoudingsgewijs veel zwavelhoudende stoffen bevat, die de
vertering bemoeilijken. Volgens Marja Slagmoolen hebben deze bezwaren echter
vooral te maken met de bereidingswijze. ,,Als je kool kort bereidt,
bijvoorbeeld door hem te roerbakken, dan ruik je niet alleen praktisch geen
koollucht, het eten is ook lichter verteerbaar.'’ En dat is mooi meegenomen,
want wie om redenen van een opgeblazen gevoel van het eten van kool afziet,
doet zichzelf te kort. Kool is namelijk supergezonde kost.
Welke koolsoort je ook neemt, met z'n amper 25 kcal per 100 gram is hij
uiterst caloriearm. Hij levert daarentegen wel veel voedingsvezels, waardoor
kool een goede, natuurlijke remedie vormt bij constipatieklachten. Nog
belangrijker is hij echter als vitamineleverancier. Kool is namelijk een
ware vitaminebom. Kool zit boordevol vitamine C, A en E, levert volop
foliumzuur en bevat belangrijke mineralen als ijzer, calcium, fosfor en
natrium. Daar komt nog eens bij dat in diverse koolsoorten stoffen zijn
ontdekt die bijdragen tot het voorkomen van sommige soorten van kanker
(zoals maag-, long-, slokdarm-, rectum- en blaaskanker). Uit studies is
gebleken dat mensen die minimaal twee maal per week kleurrijke groenten
zoals groene en rode kool op het menu zetten, de helft minder kans lopen op
longkanker.
Recept Pannenkoeken met kool Met kool valt heel wat meer te doen, dan alleen maar koken of stoven.
Sommige koolsoorten, zoals witte en rode kool, maar ook spruitjes, lenen
zich bijvoorbeeld uitstekend voor een rauwkostsalade. Even fijnsnipperen,
vinaigrette erover en de salade is klaar.
Gebruik losse spruitjesblaadjes ook eens als garnituur in een soep, of
presenteer de minikooltjes, samen met gekookte kastanjes, als brochettes.
Savooienkool is door zijn fraai gekrulde bladeren weer heel geschikt om te
worden gevuld. Blancheer daarvoor eerst de mooiste bladeren en vul deze met
bijvoorbeeld pittig gehakt of met rijst met champignons. Groene kool vormt
op zijn beurt weer een ideale vulling voor een hartige pannenkoek.
Hiervoor
heb je nodig: 225 g bloem 3 eieren 7,5 dl melk 1 groene kool 1 rode paprika 2 uien 1 appel 100 g rozijnen snufje gehakte dille boter, margarine of olie peper en zout 1,5 dl zure room
Klop de eieren los in een beslagkom, voeg door een zeef de bloem toe en
vervolgens al roerend, beetje bij beetje, de melk. Roer tot een glad beslag
is ontstaan. Verwarm een stukje boter of margarine in de koekenpan en bak
per persoon twee stevige pannenkoeken. Houdt de pannenkoeken warm.
Snipper de uien, snijd de gewassen en van zaadlijsten ontdane paprika in
smalle reepjes, snipper de gewassen kool, schil de appel en snijd deze in
blokjes. Verwarm wat olie of margarine in de wok en bak de uien glazig. Laat
de paprika even meebakken en voeg vervolgens de kool, de appel en de
rozijnen toe.
Roerbak het mengsel gedurende 5 minuten. Breng op smaak met zout, peper
en wat dille. Beleg vervolgens de helft van elke pannenkoek met het
groentemengsel, klap de pannenkoeken dicht en serveer ze met een schaaltje
zure room.
Terug
Borstplaat: weldaad voor de tong
(Bron: Hennie Talens, Utrechts Nieuwsblad, december 2004)
Zin in borstplaat en een smoesje nodig om nog een paar stukjes te nemen? Zeg dan
gewoon dat je verkouden bent en dat borstplaat goed helpt tegen de hoest.
Borstplaat was eeuwen geleden echt een beproefd medicijn tegen hoest en
verkoudheid en alleen verkrijgbaar bij de apotheek. Pas veel later werd het een
sinterklaastraktatie. De voorloper van de borstplaat was er al in de zeventiende
eeuw.
De planten- en scheikundige Herman Boerhaave bedacht destijds een soort kandij:
de Boerhavesche klontjes, ook wel borstklontjes genoemd. Ze waren bedoeld voor
lieden die het 'op de borst' hadden, dus verkouden waren. De klontjes brachten
enige verlichting. Maar ze hielpen, aldus de toenmalige veronderstelling, ook
tegen diverse andere kwalen. Voor verschillende ongemakken werd een speciale
borstplaat gemaakt. Selderij-borstplaat bijvoorbeeld was goed tegen
winderigheid, darmpijnen en darmkolieken. Suikermedicijn met oranjebloesem was
een weldaad voor een gekwelde maag. Werd men geteisterd door parasitaire wormen,
dan slikte men borstplaat met saffraan.
Duur Maar de mensen vonden het - ook toen al - gewoon lekker. Aanvankelijk was het
goedje te duur voor de gewone burger om zomaar op te eten. Pas toen, vanaf de
zeventiende eeuw, koffie en thee met suiker steeds populairder werden, nam
tevens het suikergebruik toe en daalden de grondstofprijzen. Daarvoor was suiker
alleen voor de gegoede burgerij betaalbaar. In Amsterdam vestigde zich in 1597
het eerste bedrijf dat rietsuiker raffineerde. In de zeventiende eeuw groeide
het aantal raffinaderijen in Amsterdam tot boven de 100. Suiker werd toen ook
steeds vaker in puddingen en pasteien verwerkt. De gegoede burgerij liet van
suiker dierfiguren maken om de tafel te versieren. Hiertoe werd suiker gekneed
met olie en noten.
Door suiker te kneden met olie en amandelen ontstond overigens marsepein.
Doordat suiker steeds verder ingeburgerd raakte en ook uit bieten kon worden
gewonnen die in eigen land werden geteeld, kon ook de gewone man ervan
profiteren. Tot dan toe moest er rietsuiker worden geïmporteerd. Door de
makkelijke verkrijgbaarheid en de lagere prijs raakte borstplaat zijn status van
exclusief medicijn kwijt. Borstplaat kon toen ook puur voor het genot worden
gemaakt. De banketbakker nam de rol van de apotheker op zich en ontfermde zich
over het product. Hij maakte de borstplaat alleen rond Sinterklaas. De lekkernij
is dan ook een typisch Hollands product geworden.
Room De eerste borstplaat was nogal hard. Dat kwam omdat het met water of hooguit een
vruchtensapje was gemaakt. Maar met dat keiharde snoepje moet je bij de
hedendaagse consument niet aan komen. De moderne borstplaat is zacht door
gebruik van veel room. Veel banketbakkers hebben hun eigen recept voor
borstplaat. Bakker Marc Oonk van Gerhard Oonk Bakkerijen in Enschede en
Glanerbrug gebruikt een flinke klodder room in zijn botermalse product. Ook
zorgt hij ervoor dat de borstplaat op precies de goede temperatuur wordt
verwarmd en tijdig wordt getableerd. Dat wil zeggen dat er op enig moment
fondant aan het basismengsel wordt toegevoegd en dat geeft de borstplaat zijn
fijne structuur.
Ook gaat er een vanillestokje in. In het eindproduct zijn de zwarte stipjes van
de vanille goed te herkennen. Marco Oonk: ,,Borstplaat maken is nog een hele
kunst. Zeker als je het zo wilt maken dat het een goede structuur heeft. Dat zie
je niet alleen, dat proef je ook. Als je een product eet dat op een verkeerde
temperatuur is gemaakt of met een onjuiste ingrediëntenverhouding, heb je als
eindresultaat niet veel meer dan een klont suiker. Dat ligt zwaar in je mond.
Goeie borstplaat smelt als sneeuw voor de zon en laat een lekker zoete smaak
na."
Recept Borstplaat naturel Nodig: 500 gram suiker; 250 gram slagroom; 1 dl. Water; 250 gram poedersuiker (let op: zonder zetmeel!); bakvormpjes
Bereiding: 1. Beleg een bakplaat met vetvrij papier of bakpapier. Maak dit enigszins
vochtig met de plantenspuit en zet hier de bakvormpjes strak op. Als geen
springvormpjes worden gebruikt, de vormpjes met een beetje olie invetten. 2. Doe de slagroom, de suiker en het water in een pan en roer het voorzichtig
door elkaar. Breng het geheel langzaam aan de kook. Zodra het mengsel tegen het
koken aan is, de temperatuur verhogen, de massa snel aan de kook brengen en even
door laten koken. Het mengsel moet een paar minuten koken totdat er dikke
langzame bubbels op komen. 3. Daarna de pan van het vuur halen en beginnen met tableren door de
poedersuiker toe te voegen en eventueel een smaakje. Roer de massa voorzichtig
door tot het begint te glanzen en er minieme barstjes in komen. 4. Giet het mengsel dan in de vormpjes en doe dat maximaal een centimeter dik.
Laat het geheel een nacht staan en maak de borstplaat de volgende dag
voorzichtig los uit het vormpje. 5. Grote figuren van borstplaat kunnen nu worden gegarneerd. Als decoratie
kunnen worden gebruikt: pepernoten, marsepein, smarties, hagelslag, speculaas,
taaitaai etc. De ornamentjes kunnen met een mengsel van poedersuiker en water
worden vastgeplakt. Figuurtjes kunnen er worden opgespoten met een spuitzak
gevuld met chocopasta.
Terug
Polypil - polydis
(Bron: Dr Albert van de Wiel, Amersfoortse Courant 30-12-2004)
We weten dat sommige voedingsmiddelen
kunnen bijdragen aan een lang en gezond leven terwijl andere een aanslag plegen
op onze bloedvaten en organen.
Vorig jaar introduceerden de Engelse epidemiologen Wald en Law het concept van
de polypil. Deze pil moest bestaan uit een beetje aspirine, het vitamine
foliumzuur, een cholesterolverlager en enige bloeddruk verlagende middelen.
Indien een dergelijke pil geslikt zou worden door alle mensen ouder dan 55 jaar
en door mensen met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, dan zou de
levensverwachting van de mensheid aanzienlijk toenemen en sterfte aan hart- en
vaatziekten drastisch dalen.
Hoewel het idee achter deze pil door de medische wereld wel werd erkend, bleef
echt enthousiasme uit. Uit een enquête, gehouden onder Nederlandse artsen,
bleken slechts weinigen gemotiveerd een dergelijke polypil zelf te gaan
gebruiken en zagen zij ook bij het voorschrijven allerlei bezwaren, niet in de
laatste plaats van financiële aard. Hollandse dokters zien meer heil in het
aanpassen van de leefstijl ter preventie van ziekten en kwalen.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat een groep Nederlandse
gezondheidswetenschappers inmiddels is gekomen met een goedkoper en smakelijker
alternatief voor de polypil: de polydis (British Med J; dec 2004). Op grond van
goed onderbouwde studies stelden zij een maaltijd samen, waarvan de ingrediënten
een bewezen gunstig effect hebben om het risico op hart- en vaatproblemen te
verlagen. Uitgaande van de risicotabellen, zoals deze in de westerse wereld
worden gebruikt, berekenden zij dat het dagelijkse gebruik van de polydis door
alle 50-plussers zal leiden tot een toename van de levensverwachting voor mannen
met 6,6 jaar en voor vrouwen met 4,8 jaar. Het aantal incidenten ten gevolge van
een hart- of vaatprobleem, zoals een infarct of een bloeding, zou met 76 procent
dalen!
Waaruit bestaat nu dat gezonde diner?
Allereerst uit wijn. Het drinken van twee glazen per dag reduceert het risico
met iets meer dan 30 procent.
Het gebruik van verse groenten en fruit, 400 gram per dag, draagt ruim 20
procent bij, evenals knoflook.
Ruim 10 procent risicodaling is te bereiken door het minimaal vier maal per week
verorberen van vis, terwijl een toetje met pure chocolade en amandelen ook goed
is voor de nodige procenten.
Hoe komen deze gunstige effecten tot
stand? Dat is niet voor alle voedingsmiddelen even goed aan te geven.
Groenten, fruit en pure chocolade werken vooral via een verlaging van de
bloeddruk. Zo zakt de bovendruk met ruim 5 mm kwikdruk door het regelmatig
nuttigen van 100 gram pure chocolade. Knoflook blijkt niet alleen de
urineproductie te stimuleren, waardoor overtollig vocht kan worden kwijtgeraakt,
maar verlaagt ook het cholesterol.
Een iets minder krachtige cholesterolverlager blijken amandelen te zijn.
Over de gunstige effecten van wijn zijn inmiddels boeken volgeschreven. Door de
alcoholcomponent neemt het gunstige cholesterolgehalte van het bloed toe,
terwijl de vorming van bloedstolsels wordt afgeremd, wat vooral wordt
toegeschreven aan de flavonoïden in de wijn.
Als u bovengenoemde gerechten in het
kerstdiner had verwerkt, dan hebt u volgens de Rotterdamse onderzoekers niet
alleen een smakelijke, maar ook zeer gezonde maaltijd achter de rug. Onduidelijk
is nog in hoeverre te veel van het goede of bijkomende lekkernijen als
kerststol, kransjes, Hollandse garnalen, wild, ijs, bavarois etc... etc... al
die gunstige effecten weer teniet hebben gedaan. Voer dus voor verdere studies!
Terug
Hutspot en Hollandse historie
Bron: Puck Kerkhoven, Amersfoortse Courant, november 2003
Hutspot is zo'n gerecht waaraan een
smakelijk stuk vaderlandse geschiedenis kleeft. Inwoners van Leiden hoef ik
niets te vertellen. Die weten dat volgens de overlevering de eerste ketel
hutspot werd aangetroffen in de verlaten Spaanse legerkampen, net buiten de
stadsmuren. We gaan terug naar 3 oktober 1574. Spaanse soldaten houden Leiden al
bijna een jaar van de buitenwereld afgesloten.
Ze proberen zo de stad tot overgave te dwingen. Geen grammetje voedsel komt
erin. De uitgehongerde bevolking eet op het laatst zelfs honden, katten en
ratten, maar houdt stand. Het Gewest Holland schiet te hulp door de omringende
dijken door te steken. Maar het water laat tergend lang op zich wachten. Eind
september wordt het weer pas slechter. Het water stijgt snel en de Spanjaarden
vertrekken met stille trom, uit angst voor natte voeten. Over het riviertje de
Vliet rukken de Watergeuzen op om Leiden bij te staan in de strijd. Het
stadsleger raapt nog eenmaal de moed bij elkaar en beraamt een uitval.
Spaanse kookpot
Maar de aanvoerder vertrouwt het niet. Hij vindt het veel te stil in het
Spaanse kamp en stuurt een 'vrijwilliger' om poolshoogte te nemen; de weesjongen
Cornelis Joppensz. Hij treft een in allerijl verlaten kampement aan. Boven een
smeulend vuur staat zelfs nog een 'olla' (Spaanse kookpot op pootjes), met
rundvlees, uien, witte wortelen, knollen en groene kruiden te pruttelen.
Cornelis neemt de ketel mee naar de stad, waar de bevolking zich hongerig stort
op deze Spaanse hutspot en op de haringen en het wittebrood dat de Watergeuzen
hebben meegebracht. Tot op de dag van vandaag wordt op 3 oktober Leidens ontzet
gevierd met hutspot, haring en wittebrood.
Wij maken onze hutspot tegenwoordig met zoete oranje wortelen, een vondst van
Hollandse veredelaars, in plaats van witte. En we stampen er aardappels
doorheen. Die kenden ze nog niet in de tijd van de Leidse belegering. Om een
beetje in de buurt te komen van die historische hutspot, én omdat het erg lekker
is, vervang ik een deel van de aardappels door knolselderij. Probeer maar eens,
het smaakt opvallend fris. Uiteraard snijd ik alle groenten zelf, waardoor ze
echt veel meer smaak afgeven dan die voorverpakte wortelen en uien uit de
supermarkt. En ik zweer bij de ouderwetse stamper. De groenten blijven zo mooi
herkenbaar in de stamppot. Keukenmachine en staafmixer draaien er een veel te
gladde brei van.
---Recept---
'Historische' hutspot met klapstuk
(voor 4 personen)
Nodig:
700 gram klapstuk
2 laurierblaadjes
1 liter groentebouillon (van blokje)
800 gram winterwortels
4 grote uien
1 kilo geschilde aardappels
1/2 selderijknol
1 theelepel tijm
zout en versgemalen peper
50 gram boter of margarine
Spoel klapstuk (= rundvlees van de borst) af, laat de randjes vet er vooral aan
zitten. Die zorgen voor de smaak. Leg in een pan met hete groentebouillon. Voeg
laurierblad, tijm en 1/2 eetlepel zout toe. Laat 1 1/2 uur heel zachtjes
pruttelen.
Schrap de wortels en snijd in blokken. Pel uien en snijd in grove parten.
Verdeel selderijknol in plakken, schil ze en verdeel ze in grote dobbelstenen.
Schil aardappels, snijd in stukken.
Schep het vlees uit de bouillon en houd apart. Verwijder laurierblaadjes. Voeg
wortels, uien, knolselderij, aardappels en zout toe. Kook in ca. 25 minuten
gaar. Giet af maar vang het kookvocht op. Stamp met een ouderwetse stamper fijn.
Maak smeuïg door er weer wat kookvocht doorheen te roeren.
Breng op smaak met versgemalen peper en warm nog even goed door. Bak klapstuk in
50 gram boter snel knapperig bruin (goeie tip van mijn slager). Snijd het vlees
in plakken en leg op de hutspot. Maak jus door wat kookvocht aan het braadvet
toe te voegen. Heerlijk met een lik pittige mosterd.
Snelle hutspot: maak bouillon met een blokje. Kook hierin groenten en
aardappelen gaar. Giet af en stamp als boven. Serveer er braadworstjes of
gehaktballen bij.
Terug
Voetspoor van de
duivel
Toen de duivel na de
zondeval het Paradijs moest verlaten, groeiden overal uien waar hij zijn
rechtervoet, en knoflook waar hij de linker had gezet. Het oude verhaal geeft
aan hoe belangrijk de rol van de magische bol in de geschiedenis van de mens is
geweest. Volgens de overleveringen waren de slaven die de Egyptische piramiden
bouwden, verplicht om dagelijks knoflook te eten. Dat zou hun kracht en
uithoudingsvermogen vergroten. Ook in het oude Griekenland diende knoflook als
versterkend middel voor zowel atleten als soldaten. Door Romeinse legioenen
werden bergen knoflook verslonden, overtuigd als men ervan was dat de soldaten
er betere vechters door werden.
Dankzij de kruistochten verbreidde de knoflook zich later over heel Europa, waar
het niet alleen in de keuken, maar ook als medicijn bij allerlei kwalen werd
gebruikt. In Frankrijk werd het op een zo grote schaal geconsumeerd, dat dorpen
en steden doortrokken waren van de sterke carbidlucht ervan. Parijs schijnt met
name een verschrikking te zijn geweest voor de neus. Tegenwoordig zijn er in de
Pyreneeën nog altijd herders die dagenlang door de bergen trekken met geen ander
voedsel dan brood dat ingesmeerd is met knoflook.
Knoflook werd eeuwenlang gegeten ter voorkoming van dodelijke ziekten zoals de
pest. Daarom werd het arme-mans tegengif genoemd. Maar het gaf bovendien, zoals
aan het brood van de herders van de Pyreneeën, smaak aan het dagelijkse eten.
Van armeluis-eten is het allengs een niet meer weg te denken keukenkruid
geworden. De hoge ouderdom en de grote vitaliteit van de mensen in het
Middellandse-Zeegebied worden mede toegeschreven aan het eten van veel knoflook
en olijfolie.
Vaststaat dat knoflook - dat al drieduizend jaar vóór het begin van onze
jaartelling in het mediterrane gebied werd ingevoerd - reeds in de antieke
oudheid gebruikt werd als medicijn en specerij. De Griekse geleerde Dioscorides
schreef knoflook voor bij wormen en zowel hij als zijn Romeinse collega Plinius
gaven hoog op van de urineafdrijvende en de astmabestrijdende eigenschappen
ervan. In de Middeleeuwen stond het in hoog aanzien als geneesmiddel voor
doofheid en, zoals gezegd, ter voorkoming van de pest. Het leek voor alles goed
te zijn wat maar slecht was: een echte panacee en in die lang vervlogen dagen
dan ook een talisman tegen toverij en vampiers.
Zelfs voor zieke dieren werd knoflook te hulp geroepen. In de zeventiende eeuw
werden op grote schaal ballen van knoflook, anijszaad en zoethout gemaakt,
speciaal voor paarden. En gezegd moet worden dat ook de moderne farmacologie
slechts kan vaststellen dat knoflook de eeuwenoude reputatie terecht heeft
genoten. Het is bekend dat knoflook zowel het cholesterolgehalte als de
bloeddruk verlaagt en daardoor de kans op hart- en vaatziekten vermindert. De
meeste van die geneeskrachtige eigenschappen - alsmede de bijzondere smaak en
geur - dankt de knoflook aan zijn zwavel bevattende vluchtige olie. Het werkzame
bestanddeel hiervan - allicine genaamd - heeft een sterke antiseptische werking.
Door koken gaat de heilzame werking echter grotendeels verloren. Rauw is dus
eigenlijk het beste.
Knoflook behoort tot dezelfde familie als bijvoorbeeld de ui en de narcis. Het
is dus een bolgewas, waarvan de bol op zich omgeven wordt door tien tot vijftien
bijbollen, de zogenaamde teentjes. Zowel de hoofdbol als de teentjes zitten
verpakt in witte of violette schilletjes. De bollen worden geoogst wanneer van
de plant de bladeren verwelken. Vervolgens worden ze een aantal dagen in de zon
te drogen gelegd. Knoflook is er in vele soorten en maten en dus in geuren en
smaken. Er zijn wel vijftig verschillende rassen, waarvan de roze, de paarse en
natuurlijk de witte de bekendste zijn.
Het is de Franse keuken die vanouds geassocieerd wordt met knoflook. Door
ouderwetse Engelsen en Amerikanen worden Fransen nog altijd gekarakteriseerd als
'knoflookvreters'. Inderdaad staan in de Franse keuken groenten en kruiden
centraal: tomaten, venkel, courgettes, artisjokken, peterselie en vooral
knoflook. In elk streekgerecht zit wel een aantal van deze ingrediënten, maar
ontbreekt knoflook nooit.
Dat al die knoflook Frankrijk vrijgemaakt zou hebben van vampiers, duivels en
kwade geesten is echter geenszins het geval. Integendeel: hoe dichter bij Rome,
hoe slechter Rooms. Dat vond tenminste de Franse schrijver en wijsgeer Diderot.
'Zijn er hier dan christenen?', vroeg hij zich af. 'Ik heb er in ieder geval nog
nooit één gezien'. Zou knoflook dan soms ook vrome lieden, engelen en heiligen
verjagen?
Bron: Theo Schildkamp, Amersfoortse
Courant 13092003
Terug
|