Karnelly
Recepten uit de Griekse keukenPittabroodjes
Recept 1:
Voor 12 stuks:
- 10 gram verse gist
- 2 eetlepels olijfolie
- snufje suiker
- 500 gram broodmeel
- 1 theelepel zout
Verkruimel de gist in een kommetje en voeg olijfolie, suiker en 1 dl lauw water toe. Meng goed en laat 10-15 minuten staan tot de gist gaat werken en de massa gaat schuimen.
Zeef de bloem en het zout in een grote kom. Maak een kuiltje in het midden en voeg het gistmengsel toe. Meng geleidelijk aan de bloem door het gistmengsel; voeg voldoende extra water toe om een zacht deeg te vormen. Breng dat over op een licht met bloem bestoven werkvlak en kneed 10 minuten, of tot het deeg zacht en soepel is.
Doe het deeg weer in de kom en dek die af met een theedoek en daaroverheen een zwaardere doek. Laat het deeg 1-1,5 uur op een warme, tochtvrije plek rijzen. Sla dan alle lucht eruit tot het deeg weer zijn oorspronkelijke volume heeft. Kneed snel en verdeel de deegbal in 12 porties. Rol die wat heen en weer en zet de ballen iets van elkaar op een bestoven werkvlak. Bestuif ze licht met bloem en dek ze af met een doek. Laat ze circa 30 minuten staan tot ze weer rijzen.
Verwarm ondertussen de oven voor op 220 °C. Laat de bakplaat in de oven in 20 minuten goed warm worden. Bak de broodjes in porties.
Rol de deegballen een voor een met een met bloem bestoven deegroller uit tot een enigszins ovale vorm van ongeveer 16 centimeter. Leg de deeglapjes voorzichtig op de warme bakplaat, sprenkel er wat water over en schuif ze in de oven - niet te dicht bij de bovenkant. Bak ze ongeveer 8 minuten of tot dat de broodjes in het midden rijzen en heel licht goudbruin zijn. Keer ze en bak ze nog 2 minuten.
Bewaar de broodjes in een mandje, in een schone doek gewikkeld. Eet je ze niet meteen op doe ze dan meteen in een plastic zak, zodat ze niet hard worden. Verwarm ze voor het serveren even in de oven of opnieuw op de barbecue.
Recept 2:
Voor circa 8 stuks:
- 400 gram bloem
- 20 gram verse gist
- 1,5 kopje lauwwarm water
- 2 theelepels suiker
- 2 theelepels zout
- 1-2 eetlepels olijfolie
Bloem zeven en in het midden een kuiltje maken, hierin gist brokkelen en met de helft van het water, suiker en wat bloem van de rand een zetsel maken. Wat bloem erover strooien en afgedekt bij kamertemperatuur 15-20 minuten laten rijzen.
Zetsel met de rest van het water en bloem met zout vermengen. Gebruik hiervoor een houten lepel. Daarna deeg met de handen op een licht met bloem bestoven werkvlak kneden tot het soepel en glanzend is. Dit duurt ongeveer 10 minuten. De olie erdoor kneden en ervoor zorgen dat de olie goed door het deeg opgenomen wordt. Van het goed geknede deeg 8 balletjes ter grootte van een pruim vormen, kruislings insnijden en opnieuw afgedekt in een kom op kamertemperatuur laten rijzen. Na ongeveer 20-30 minuten zijn de balletjes in omvang verdubbeld.
Oven voorverwarmen op 180 °C.
Ieder deegballetje nog eenmaal goed doorkneden en op een met bloem bestoven werkvlak uitrollen tot rondjes van 0,5 cm dik. Op een met olie ingevet bakblik leggen en in het midden van de oven in 4 minuten bakken, omkeren en de andere kant 4 minuten bakken. De broodjes moeten wit en zacht zijn.
Na afkoelen broodjes in folie pakken en bewaren: zo kunnen ze niet hard en droog worden.
Voor het serveren de broodjes in een met olie ingevette koekenpan aan beide zijden bakken.