Minimaal één keer per week eten wij vegetarisch. Dierenliefde en principes spelen daarin slechts een
bijrol. Ik vind het gewoon een leuke culinaire uitdaging om steeds weer iets lekkers zonder vlees of
vis te bedenken.
Een gerecht dat op verzoek van de familie regelmatig terugkeert, is mijn onvolprezen spaghetti met feta.
Leve de feta! Dat hartige, romige, brokkelige, verse, van oorsprong Griekse kaasje. Wat ben ik blij dat
ik hem (of haar) in mijn kamp heb. Met feta wordt vegetarisch koken een eitje, een peulenschil, een piece
of cake. Hij laat zich gemakkelijk verwerken in de meest uiteenlopende gerechten en is tegenwoordig in
iedere supermarkt verkrijgbaar. Alleen heb je dan waarschijnlijk Deense of Nederlandse feta van koeienmelk
te pakken en niet de traditionele Griekse feta, die is gemaakt van schapen- of geitenmelk.
Koeienmelkfeta is vrij glad en plakt aan je mes als je hem snijdt. Hij wordt vaak in voorgesneden
blokjes op olie verkocht. Schapen- of geitenmelkfeta is losser, brokkeliger van structuur en heeft
een zweempje fris zuur in de smaak.
Voor de traditionele feta moet je naar de kaasspeciaalzaak, de markt of de Turkse winkel. Daar vissen ze
de feta zo voor je uit zijn pekelbadje en snijden ze er ter plekke een verse plak vanaf.
Trouwens, zo komt dit culinaire wondertje aan zijn naam. Feta betekent plak of stukje in het Grieks.
Herders drukten de verse schapen- of geitenkaas in een grote blokvorm. Je kocht nooit de hele kaas,
altijd een stukje. De kaas werd en wordt nog steeds bewaard in zijn eigen uitlekvocht (wei). Om hem
langer houdbaar te maken gaat daar een flinke schep zout doorheen, vandaar de karakteristieke
zilte smaak. Je kunt feta ook thuis het best bewaren in het bijgeleverd vocht, in de koelkast.
Over de naam feta is de laatste jaren heel wat te doen geweest. Griekenland claimde bij de Europese
Commissie het alleenrecht om de naam feta te mogen voeren. En met succes. Nederlandse en Deense
producenten, die hun 'feta' op basis van (goedkopere) koeienmelk overigens op grote schaal exporteren
naar landen waar de kaas oorspronkelijk vandaan komt, zoals Saoedie-Arabië, Turkije en jawel Griekenland,
moeten op zoek naar een nieuwe naam. De Denen, die jaarlijks ruim 30.000 ton feta produceren,
zijn furieus en gaan in hoger beroep.
Ondertussen schreef een Deense krant alvast een namenwedstrijd uit. De winnaar bedacht Efta.
Kunnen dyslectici de kaas dan in ieder geval nog herkennen.
Spaghetti met feta, kerstomaatjes
en pijnboompitten, recept voor vier personen:
500 gram spaghetti
200 gram feta
75 gram pijnboompitten
1 grote ui
1 teen knoflook
100 gram pesto
250 gram kerstomaatjes
1 dl olijfolie
peper uit de molen
zout
Rooster de pijnboompitten ca. 3 minuten in een droge, hete tefalpan. Laat afkoelen.
Verkruimel de feta in hapklare brokken. Snipper ui en doe die samen met de olie in een steelpannetje.
Laat op een zacht vuur langzaam heet worden. Voeg uitgeperste knoflookteen en verse peper toe en
laat sudderen.
Kook spaghetti in ruim water met zout. Halveer ondertussen kerstomaatjes en laat die 4 minuten zachtjes
meepruttelen in de olie.
Giet spaghetti af, roer pesto erdoor. Drapeer spaghetti op een wijde, voorverwarmde schaal.
Overgiet met hete olie en tomaten, bestrooi royaal met geroosterde pijnboompitten en fetabrokken.
Geef nog een paar draaien met de pepermolen en ga gelijk aan tafel.
Serveer met een salade van ijsbergsla, tomaat, verse basilicum en een dressing van
balsamico-azijn.